fbpx
  • Een muzikale activiteit bij Amcha. Diverse creatieve therapieën helpen de cliënten om uiting te geven aan wat er in hen leeft. | Foto: Sjaak Verboom - Israel - Tel Aviv - AMCHA, opvangcentrum voor overlevenden van de Holocaust. OP DE FOTO: Het koor!
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Werk van Amcha nog altijd nodig

    Ruben Ridderhof - 5 juni 2013

    “Het woord ‘Amcha’ betekent ‘jouw volk’ in het Hebreeuws. En dit woord ‘amcha’ werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt als een soort codewoord om te ontdekken of een ander ook Joods was. Dan zei je zo en passant ‘amcha?’ en als daar dan niet adequaat op werd geantwoord, dan wist je dus dat dat geen Joden waren.”

    Zo begint Roel van Praag zijn uitleg over Amcha, Israëls grootste organisatie voor psychosociale hulp aan Shoahoverlevenden. Van Praag geeft zelf leiding aan de Nederlandse stichting Vrienden van Amcha, die het werk van de Israëlische organisatie vanuit Nederland ondersteunt.

    Psychosociale hulp
    “Psychosociale hulp is een combinatie van gesprekken met psychologen en behandelingen van psychiaters en sociale ondersteuning”, vertelt Van Praag. “Voor veel overlevenden van de Shoah is alleen zo nu en dan een gesprek met een psycholoog niet genoeg om met hun trauma te kunnen leven. Als er dan ook een adres is waar je altijd naar toe kunt, waar je lotgenoten kunt ontmoeten, dan blijkt dat een enorme steun. En daarom heeft Amcha door heel Israël centra opgericht waar Shoahoverlevenden terecht kunnen. In die centra kunnen de cliënten van Amcha elkaar ontmoeten. Er worden lezingen en cursussen georganiseerd, maar soms komen mensen ook alleen maar langs voor een kopje koffie.”

    “Ik heb bij Amcha gesprekken met therapeuten, maar die raken niet echt de kern. Mijn echte herinneringen zitten op slot. Een dokter heeft me aangeraden daar niet aan te komen, omdat het veel te explosief is. Ik kan niet huilen. Van een van mijn kleindochters heb ik een pop gekregen die huilt als je erop drukt. Als ik me heel rot voel, knijp ik in die pop.”

    Trauma’s
    De trauma’s bij overlevenden van de Shoah zitten vaak diep weggestopt. Na de oorlog werden de verhalen over de gruwelen die de nazi’s hadden begaan nauwelijks geloofd. Daar kwam bij dat in de jonge staat Israël de houding ten opzichte van de overlevenden van de naziterreur ronduit negatief was.

    Van Praag: “In Israël kregen de overlevenden van de Shoah aanvankelijk weinig begrip. Al die slachtofferverhalen werden niet geaccepteerd. Israël was een jonge natie die vocht voor zijn bestaan en al die Europese Joden hadden zich zonder verzet laten afslachten. Dat paste niet. Pas in 1961, toen Adolf Eichmann werd berecht in Israël en duidelijk naar voren kwam op welke geraffineerde wijze de Joden in Europa waren uitgeroeid, ontstond begrip voor de trauma’s van de overlevenden.”

    De overlevenden die naar Israël emigreerden stopten vaak hun trauma weg. Ze pakten het leven weer op en spraken nooit over wat zij hadden meegemaakt. Maar nu deze mensen op leeftijd zijn gekomen, zonder de drukte van een gezin, zonder de troost van een echtgenoot, zonder de afleiding van dagelijks werk, komen de trauma’s toch boven drijven. Stichting Vrienden van Amcha gaf vorig jaar, ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de organisatie, het boek De kinderen die nog leven uit met daarin portretten van enkele cliënten en stafleden van Amcha. (Ook sommige stafleden zijn overlevenden van de Shoah. Omdat zij ook de oorlog hebben meegemaakt, kunnen zij beter dan wie dan ook luisteren en begrip opbrengen.)

    Elk verhaal in het boek illustreert de diepte van de trauma’s die leven bij de overlevenden van de Shoah. Zo vertelt Jehudith Moskovitz (1935): “Ik heb bij Amcha gesprekken met therapeuten, maar die raken niet echt de kern. Mijn echte herinneringen zitten op slot. Een dokter heeft me aangeraden daar niet aan te komen, omdat het veel te explosief is. Ik kan niet huilen. Van een van mijn kleindochters heb ik een pop gekregen die huilt als je erop drukt. Als ik me heel rot voel, knijp ik in die pop.”

    Steun uit Nederland
    Amcha werd in 1987 opgericht door twee uit Utrecht afkomstige broers, Manfred Klafter en Zvi Eyal, zoals hij zich na de vestiging in Israël noemde. Een van de eerste medewerkers was de eveneens uit Nederland afkomstige dr. Nathan Durst, die net als de Utrechtse broers een overlevende van de Shoah was. Zij merkten de behoefte op aan gespecialiseerde hulp voor getraumatiseerden van de Shoah. Vanuit een appartementje in Jeruzalem werd deze hulpverlening voor het eerst gestart en om fondsen te werven voor hun werk, reisden ze ook naar Nederland om daar om hulp te vragen.

    Van Praag: “Ik werkte in die tijd voor het Sinaïcentrum. Dr. Durst sprak mij toen aan en vroeg me of ik wilde helpen om vanuit Nederland ondersteuning te regelen voor het werk van Amcha. Dat sprak mij wel aan. Mijn ouders hebben beiden de oorlog overleefd door onder te duiken. Mijn moeder heeft me daar over verteld, maar van mijn vader heb ik daar nooit iets over gehoord.
    Uiteindelijk was er een clubje mensen gevormd dat vorm moest geven aan stichting Vrienden van Amcha.

    Van Praag: “Wij wisten niets van fondsenwerving of hoe we dat moesten aanpakken. Maar toen stelde een van de leden voor: Ik heb een lijst met Joodse adressen. Zullen we die gewoon aanschrijven? Kan dat zomaar, vroeg ik. Betaal ik de postzegels, regel jij de enveloppen. En zo is het begonnen. Later hebben we ook kerken aangeschreven en op een gegeven moment hadden we twaalfduizend donateurs.”

    Erkenning
    Ook Amcha in Israël is enorm gegroeid. Er zijn meerdere organisaties die zich inzetten met hulp aan Shoahoverlevenden, maar Amcha is de grootste en meest professionele van deze. Dit heeft de organisatie ook erkenning opgeleverd. Van Praag: “In het begin moest Amcha het voor tachtig procent hebben van giften en voor twintig procent van subsidies. Nu is dat andersom. Er zijn verschillende potjes waaruit het werk van Amcha wordt gesubsidieerd. Een daarvan is het fonds met geld uit Joodse bankrekeningen waar na de oorlog nooit een claim op is gedaan.”

    Dat Amcha’s afhankelijkheid van giften is afgenomen is maar goed ook, want het aantal donateurs neemt af. Van Praag neemt dit de mensen niet kwalijk, maar merkt wel treffend op: “Als je mensen vraagt om geld te geven voor dieren of natuur, trekt iedereen zijn portemonnee, maar wanneer je ze vraagt om geld voor deze mensen met hun trauma’s, dan spreekt het de meesten niet aan. Misschien is het ook beter zo.”

    Toekomst
    De toekomst van Amcha is onzeker. Het aantal overlevenden van de Shoah neemt af. Over twintig jaar is er misschien niemand meer over. Ongeveer tien procent van de huidige clientèle van Amcha bestaat uit kinderen van Shoahoverlevenden, die door de trauma’s van hun ouders zelf ook psychologische hulp nodig hebben.

    Maar het is ook denkbaar dat Amcha’s opgedane expertise met het omgaan met oorlogstrauma’s van nut kan zijn voor andere oorlogssituaties. Nu al reizen afgevaardigden van Amcha naar landen als Bosnië en Rwanda om daar hulpverleners te ondersteunen in hun werk.

    Het werk van Amcha

    In Israël leven nog zo’n 200.000 Shoahoverlevenden. Amcha hielp in 2012 ruim 16.000 van hen om te kunnen leven met hun trauma’s. Amcha heeft twaalf centra in heel Israël, meer dan 400 professionele hulpverleners in dienst en zo’n 900 vrijwilligers. Ook buiten de twaalf centra is Amcha op veel plaatsen actief met programma’s op vele locaties. Kijk voor meer informatie op amcha.nl

    Doneer online

    Dit artikel verscheen in de juni-editie van onze gratis krant Israël Aktueel

    Over de auteur