fbpx
  • Bloesem op de Golan Hoogvlakte. | Foto: Chany Christal/CC Flickr.com
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Het geheim van Israël 2 – De komst van het koninkrijk

    Ds. Henk Poot - 25 juli 2013

    Niet alleen de twee Emmaüsgangers, maar ook andere stemmen in het evangelie maken duidelijk dat met de komst van de Messias het herstel van Israël mogelijk is geworden. Als de eerste discipelen zich rond Jezus verzamelen, begroet Nathanaël uit Kana Hem met de titel de ‘Koning der Joden’. Al eerder heeft Jezus’moeder de verwachting uitgezongen dat haar zoon machtigen van hun tronen zou stoten en de maatschappij totaal zou vernieuwen.

    Zijn oom, de priester Zacharias, profeteert dat God een hoorn van heil heeft opgericht in het huis van David ‘om ons te redden van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten’, zodat Israël onder de leiding van de Messias God eindelijk in vrijheid en rust zal kunnen dienen.

    Het is onmogelijk om dit allemaal te vergeestelijken en toe te passen op de kerk. Het kan natuurlijk wel en het wordt ook wel gedaan, maar alleen door de oorspronkelijke bedoeling van de woorden geweld aan te doen. Natuurlijk heeft de verlossing van Israël een geestelijke kant. Daar zijn de profeten duidelijk over: In de bevrijding van Israël draait het erom dat zij zich weer gereinigd van haar zonden tot God zal keren in liefde en toewijding. Maar die innerlijke bevrijding gaat gepaard met de uiterlijke bevrijding van het Joodse volk. De Messias die komen zal troont in Jeruzalem. Hij zal de terugkeer van de kinderen van Israël uit de verstrooiing voltooien en zelfs de breuk tussen Juda en de andere stammen weer herstellen. In zijn tijd zullen de verborgen stammen dan ook zichtbaar worden en thuis komen. Als Jezus in Johannes 10 het beeld van Ezechiël over de Goede Herder gebruikt en daarmee naar zichzelf verwijst, gaat Hij ook in op de boodschap van Ezechiël 37: Ik heb nog schapen die van deze stal niet zijn, die moet Ik ook toebrengen en dan zal het worden Eén herder en één kudde (Joh.10:16 en Ez.37:24). In zijn toespraak over de laatste dingen, zegt Jezus dat zijn engelen bij zijn komst de uitverkorenen zullen ophalen van de vier windstreken van de aarde, een rechtstreekse verwijzing naar Jesaja 11:12.

    De laatste vraag van de discipelen is dan ook niet: Wanneer mogen wij naar de hemel, achter U aan?, maar: Wanneer komt U terug om het koninkrijk voor Israël op te richten. Deze vraag stellen zij na veertig dagen onderwijs van de Opgestane Christus, nadat zij daarvoor voortdurend onder het gehoor waren geweest van de beste prediker en de beste onderwijzer die de wereld ooit gekend heeft. Hun toekomst verwachting was niet verkeerd, was niet te nationalistisch of te aards. Ze moesten alleen leren begrijpen dat de dood van Jezus daarin van cruciaal belang was.

    Over de auteur