fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Israël en de Verenigde Naties

    21 augustus 2013
    VN secretaris-generaal Ban Ki-moon ontmoet de Israëlische president Shimon Peres. | Foto: Flash90

    VN secretaris-generaal Ban Ki-moon ontmoet de Israëlische president Shimon Peres. | Foto: Flash90

    Vorige week bracht secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties (VN) een bezoek aan Jeruzalem. Hier had hij topontmoetingen met de president, de premier, ministers en parlementsleden. De VN staat erom bekend via haar organen Israël vaak onderscheidmakend en discriminerend te behandelen.

    Toch zal Ban Ki-moons belangrijkste ontmoeting wellicht vrijdagavond hebben plaatsgevonden, toen hij een groep Israëlische studenten ontmoette die deel uitmaken van het Model VN programma van het Rishon Lezion College van Management.

    Verschillende van dergelijke studiegroepen zijn de laatste tijd op Israëlische universiteiten en hogescholen opgericht. Het toont aan dat intelligente jonge Israëli’s nieuwsgierig en gemotiveerd zijn om te leren over – en wellicht eens te werken bij dit uitzonderlijke wereldlichaam.

    De secretaris-generaal kan hieruit leren dat ondanks alle selectiviteit, laster en vijandelijkheid waar ze mee te maken krijgen, Israëli’s en Joden wereldwijd nog altijd hopen op het bouwen van bruggen met de VN. Maar zij moeten voelen – zoals de vorige secretaris generaal van de VN, Kofi Annan – eens zei, “dat de Verenigde Naties ook hun thuis is.”

    Hoewel Ban Ki-moon de daden van de lidstaten niet kan beheersen, heeft hij de macht om moreel leiderschap uit te oefenen en richting te geven. Woorden doen er toe.

    In zijn openbare optredens op vrijdag had hij de systematische vooringenomenheid waarmee de Joodse staat door talloze VN organen bejegend wordt, moeten veroordelen. Want dit is grove schending van het handvest van de VN waarin gelijke behandeling voor alle naties, grote en kleine, verzekerd wordt.

    De heer Ban had moeten erkennen dat de VN Mensenrechtenraad – die bedoeld is om uitdrukking te geven aan de hoogste principes van de VN – een voorbeeld is van dergelijke vooringenomenheid. Voorbeelden daarvoor zijn er te over.

    Ten eerste heeft deze raad een permanent agendapunt tegen Israël: het enige land dat elke vergadering specifiek het doelwit is. Zelfs de belangrijke schenders van de mensenrechten als China, Soedan of Syrië, krijgen niet zo’n behandeling. De heer Ban heeft in 2007 toen dit agendapunt vastgesteld werd, zijn afkeuring erover uitgesproken, maar sindsdien heeft hij er het zwijgen toegedaan.

    Ten tweede aanvaardt de raad meer resoluties die Israël veroordelen dan dat het doet met de rest van de wereld bij elkaar. Tijdens de zitting van maart werden er zes eenzijdige resoluties tegen Israël aangenomen – en slechts vier met betrekking tot alle overige landen. De grote meerderheid van de slachtoffers van grove schendingen en systematische overtredingen van de mensenrechten – van China tot Saoedi Arabië, Cuba tot Zimbabwe – waren kennelijk geen resolutie waard.

    Ten derde is Israël het voorwerp van meer spoedzittingen dan elk ander land in de wereld, zelfs als de raad de ogen sluit voor het op grote schaal ombrengen van mensen in Iran, Egypte en elders. Dit is een duidelijke ontkenning van de internationaal voorgeschreven rechtsgang. Een product van deze zittingen was het Goldstonerapport in 2009, dat Israël afbrak en Hamas vrijsprak.

    Ten vierde is Israël het enige land dat uitgesloten wordt van het regionale groepssysteem van de Mensenrechtenraad. Annan bekritiseerde deze “reeds lang bestaande afwijking”, die voorkómt dat Israël ten volle kan deelnemen aan het orgaan. Sir Robert Jennings, voormalig president van het Internationale Gerechtshof, zei dat dit “een schending van de fundamentele VN-verplichtingen ten opzichte van soevereine gelijkheid is, en dus illegaal.”

    Ten slotte, terwijl veel van de landelijke onderzoekers en deskundigen van de raad belangrijk werk doen, heerst politisering als het om Israël gaat.
    Richard Falk, onderzoeker met betrekking tot de gebieden onder Palestijnse Autoriteit, kreeg van de raad het mandaat om alleen zich op de acties van Israël te richten. Acties die bij voorbaat al verondersteld worden schendingen van internationaal recht te zijn. Falk is zo extreem in zijn steun voor de terreurorganisatie Hamas dat zelfs de Palestijnse Autoriteit verzocht hem te ontslaan.

    En juist vorige week kwam naar buiten dat Jean zal Ziegler terugkeren in de raad. Ziegler is een onlangs gepensioneerde deskundige die Hezbollah-aanvallen op Israël rechtvaardigde en Muammar Gaddafi en andere dictators steunde.

    Eén belangrijk voorbehoud moet gemaakt worden: niets van bovengenoemd commentaar heeft de bedoeling te suggereren of te concluderen dat Israël boven de wet staat, of niet verantwoordelijk is voor schendingen van internationale mensenrechten of wetten van menselijkheid.

    Integendeel, Israël moet, net als elke andere staat, verantwoordelijk gehouden worden voor welke schendingen dan ook. Israël is er niet op uit boven de wet te staan. Het punt is dat systematisch aan Israël gelijkheid voor de wet in de internationale arena geweigerd wordt.

    Het gaat er niet om dat mensenrechtenstandaarden niet op Israël toegepast moeten worden, maar dat zij gelijkwaardig toegepast moeten worden.

    Vorig jaar verbrak Israël zijn banden met de raad, nadat opnieuw een eenzijdig onderzoek was aangekondigd. Gesprekken zijn gaande om ze weer aan te knopen.

    Vurige sceptici mogen blij zijn dat Israël wegblijft, maar veel Israëli’s steunen Israëls volledige deelname in permanente VN-organen en zouden een beslissing om terug te keren steunen – mits de Mensenrechtenraad enige tekenen van verandering zou tonen.

    De secretaris generaal kan hierin te hulp komen door deze twee gebieden openlijk aan te kaarten.

    Voordat het hoofd van de VN-raad voor de mensenrechten, Sergio de Mello, in 2003 in Irak gedood werd, sprak hij tegen mij over zijn pleiten voor insluiting van Israël in de groep van Westerse landen. De heer Ban Ki-moon had vrijdag moeten aankondigen dat hij deze missie voortzet (1) en dat hij oproept om het punt van de vooringenomen agenda weg te doen (2).
    Als hij dat had gedaan, hadden de studenten die de secretaris generaal vrijdag avond ontmoetten, gezien hebben dat de principes onderwezen in de ‘Model VN’, hoog gehouden worden door degenen die de werkelijke VN leiden.

    Dit artikel verscheen in The Jerusalem Post van 15 augustus 2013. Irwin Cotler is een Canadees parlementslid, emeritus professor rechten aan de McGill Universiteit, en voormalig minister van Justitie en procureur-generaal. Hij zit in het bestuur van UN Watch, een mensenrechten-NGO. | Vertaling: Evelien van Dis

    Toevoeging: Tijdens zijn gesprek met de studenten uit Rishon LeZion heeft Ban Ki-moon gezegd dat Israël in de VN te lijden heeft onder hevige kritiek en eenzijdigheid en soms discriminatie ondervindt. Tijdens een interview in New York echter heeft hij gezegd dat er geen sprake is van discriminatie en dat Israël als één van de 193 lidstaten geen eenzijdigheid zou moeten tegenkomen. Uiteraard is hier in Israël teleurgesteld op gereageerd.