fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Geen categorie

    ‘Wij zijn geen Arabieren, wij zijn christenen die Arabisch spreken’

    22 oktober 2013
    Shaadi Khalloul, een van de sprekers tijdens de conferentie, laat een kaart zien van het Midden-Oosten met daarin het gebied waar het Armeense volk heeft geleefd. | Foto: Flash90

    Shaadi Khalloul, een van de sprekers tijdens de conferentie, laat een kaart zien van het Midden-Oosten met daarin het gebied waar het Armeense volk heeft geleefd. | Foto: Flash90

    Veel van Israëls christenen zijn van mening dat de moslim-Arabieren in de regio hun geschiedenis, cultuur en erfgoed gekaapt hebben. Intussen voelen zij een veel sterkere band met de Joden van Israël. De Joodse staat is de enige plek waar wij beschermd worden, zeggen ze.

    Het was niet zomaar een conferentie. Zelfs de aanduiding ‘historisch’ zou het geen recht doen. Dit was niets minder dan een ingrijpende verandering in een oud denkpatroon. Gedurende lange tijd waren we eraan gewend geraakt het Midden-Oosten als een Arabische regio te zien. Maar dit gebied – met een feitelijk overgrote van oorsprong niet Arabische meerderheid – was in de zevende eeuw veroverd door stammen die uit het Arabische schiereiland waren komen aanzetten. Zij legden hun godsdienst, hun cultuur en hun taal op aan de inheemse bevolking. Daar komt nog bij dat zij het eigendomsrecht van het land in de regio claimden.

    Maar de sociale en diplomatieke stormen die in deze tijd om ons heen razen, beginnen stukje bij beetje dit monolithische standpunt van de verschillende etnische groepen af te brokkelen. De ware identiteiten van deze groepen verschillen in werkelijkheid van de identiteiten die wij hen gemakshalve opgeplakt hadden. En nu beginnen hun stemmen luid en duidelijk te klinken: “Wij zijn geen Arabieren, wij zijn christenen die Arabisch spreken.”

    De conferentie Breken Israëlische christenen uit? Het naar voren komen van een onafhankelijke christelijk geluid in Israël – werd in Jeruzalem gehouden. De ene na de andere Israëlische christen stapte het podium op en begroette het publiek met moadiem le’simcha (= tijden van vreugde, een algemene Joodse wens tijdens feestdagen).

    Niet voor de gek houden
    De eerste spreker was de eerwaarde Gabriël Naddaf, een Grieks Orthodoxe priester in Nazareth en de geestelijke vader van het Israeli Christian Recruitment Forum. Naddaf maakt indruk. Hoewel hij op beheerste toon spreekt, drukt hij zich duidelijk en vastberaden uit: “Ik ben hier om de ogen van het publiek te openen,” zei hij. “Als we niet langer meer onszelf en het algemeen publiek voor de gek willen houden, dan moeten we duidelijk en standvastig zeggen: het is genoeg geweest!”

    “Het christelijke publiek wil integreren in de Israëlische samenleving, en dat gaat in tegen de wensen van het oude leiderschap. Er zijn erbij die ons naar de rand duwen en ons de slachtoffers willen laten blijven van een nationalisme waarin we ons niet herkennen, en van een conflict waar wij niets mee te maken hebben,” zei hij.

    Naddaf sprak over de christelijke wortels die sinds de dageraad van het christendom diep in dit land geplant zijn. Dit is waar de leer van Jezus Christus voor het eerst gehoord werd. Het christelijk geloof stamt uit het Joodse geloof en haar Bijbelse wortels. Volgens Naddaf was wat in de zevende eeuw gebeurde, een Arabische invasie waaronder ook de christenen leden. Hij voegde eraan toe dat hij eveneens niet erg trots was op de christelijke kruistochten waarvan hij zich duidelijk distantieerde.

    Hij gaf een overzicht van de afschrikwekkende situatie waarmee heden ten dage christenen in Arabische landen te maken hebben. Het zich realiseren dat Israël het enige land in de regio is dat z’n christelijke minderheid beschermt, deed bij veel Arabisch sprekende Israëlische christenen het verlangen ontstaan een bijdrage te leveren aan de Staat Israël, zei hij. Zo is het Israeli Christian Recruitment Forum van de grond gekomen.

    Broeders
    Naddaf haalde de oprichter van het forum aan, majoor Ihab Shlayan : “De christenen willen niet tot gijzelaars gemaakt worden, of zichzelf toestaan onder overheersing te staan van hen die hun nationaliteit, godsdienst en levensstijl aan ons willen opdringen. Wij willen er niet in toestemmen onszelf te verschuilen achter groepen die op straat de dienst uitmaken. Wij willen in Israël leven – als wapenbroeders en als vredebroeders. Wij willen de wacht houden en dienen als de eerste verdedigingslinie in dit Heilige Land, het Land van Israël.”

    “Wij zijn door de angstbarrière heen gebroken,” ging Naddaf verder. ”De tijd is aangebroken dat wij onze loyaliteit bewijzen, onze verplichtingen nakomen en onze rechten opeisen.” Hij sprak over de doodsbedreigingen die hij en zijn vrienden naar zich toe krijgen, en hij voegde eraan toe dat ondanks de moeilijkheden, ze volhardend voorwaarts gaan. “Omdat de Staat Israël ons hart vertegenwoordigt. Israël is een ‘heilige’ (afgezonderde) en sterke staat. En haar volk, Joden zowel als christenen, zijn in één verbond verenigd.”

    Meegezogen in het conflict
    De volgende spreker op het podium was de gepensioneerde luitenant Shaadi Khalloul, de woordvoeder van het Israel Christian Recruitment Forum en officier bij de Israëlische krijgsmacht Paratroepers Brigade. Khalloul, een geleerde die zich bezighoudt met de studie van het christelijk geloof in de regio, sprak over de oosterse christelijke identiteit waarvan zijn volk beroofd was. De afgelopen drie jaren heeft hij bij het Israëlische Ministerie van Binnenlandse Zaken de degens gekruist voor de erkenning van zijn gemeenschap van Aramese christenen.

    “Wij zijn ‘B’nee Keyama’. Dat betekent in het Aramees ‘bondgenoten’,” zei hij. Hij heeft niets tegen Arabieren, maar het is gewoon niet zijn identiteit. Het is speciaal problematisch voor hem omdat geassocieerd worden met de Arabieren, hem volstrekt tegen zijn wil in een conflict betrekt waar hij niets mee van doen heeft.

    Khalloul zei dat dienst doen in de IDF, het Israëlische leger, dé manier van integreren is in de smeltkroes van de Israëlische samenleving. En ook door onderwijs. Het blijkt dat Israëls christelijke bevolkingsgroepen niet onderwezen zijn in hun eigen geschiedenis. Alleen de geschiedenis van de Arabieren en de islam kennen ze.

    “De typische christelijke student denkt dat hij tot het Arabische volk en de islamitische natie behoort. Daarom treedt hij niet in contact met hen waarmee hij zijn werkelijke wortels deelt, het Joodse volk, dat zijn oorsprong in het Land van Israël heeft.”

    Op dit punt maakte Naddaf een aanvullende opmerking: “Het is ondenkbaar dat onze kinderen groot gebracht zullen worden met de geschiedenis van de Nakba en met Jodenhaat, en niet met het onderwijs over hun eigen geschiedenis.”

    Geen ‘Arabisch land’
    Het was geen toeval dat Khalloul het Aramese woord voor bondgenoten gebruikte om zijn volk te beschrijven. Zijn standpunt is dat Israëlische christenen geen huurlingen zijn, zoals misschien wel gezien wordt, maar in feite zijn zij bondgenoten. “Wij willen zij aan zij met de Joden het heilige land verdedigen,” benadrukte hij. Hij noemde de steun van christenen voor de oprichting van een nationaal tehuis voor de Joden in het UNSCOP comité van 1947. (Dit was destijds het speciale VN comité m.b.t. Palestina ) In een brief aan het comité in die tijd verwierpen de Maronieten elke verwijzing naar het land van Israël als ‘Arabisch land’.

    Khalloul zei vervolgens dat de wereldwijde christelijke gemeenschap hen steunde, maar dat hij er voor oppaste deze steun openlijk bekend te maken. Vanwege het feit dat christenen in het Midden Oosten gijzelaars zijn in de handen van islamitische krachten.

    Met betrekking tot het aanhoudende debat over een Joods – democratische staat tegenover een zogenaamde staat van alle burgers, maakte Khalloul duidelijk dat hij aan een Joodse staat die voor al zijn burgers zorgt, de voorkeur gaf. Dus niet een staat van alle burgers zonder een Joodse identiteit.

    “Verschillende decennia geleden was 80 procent van de Libanese bevolking christelijk,” bracht Khalloul naar voren. “Maar de moslimminderheid van 20 procent legde hun Arabische identiteit op aan de Libanezen en velen van hen verlieten het land. Vandaag de dag is slechts 35 procent christelijk.”

    Ook in Syrië zijn er christenen en Koerden die geen Arabieren zijn, voegde hij eraan toe. “Waar is het respect voor deze groepen? Voor hun geschiedenis en hun cultuur? Alleen in een Joodse staat zullen verschillende groepen bestaansrecht gegeven worden,” concludeerde hij.
    Naddaf viel hem bij met de opmerking: “Dat is niet alleen de opvatting van Khalloul. Het gehele forum deelt deze mening.”

    Politiek
    De laatste vertegenwoordiger die iets zou zeggen, was leider Bishara Shlayan. Hij heeft het initiatief genomen de Christelijke Israëlische Partij op te richten waarover de krant Israel HaYom afgelopen juli voor het eerst verslag deed. Als gevolg van dit verslag werd Shlayan bedolven onder reacties vanuit de hele wereld.

    “Wij waren alleen bekend met Arabische politieke partijen,” zei hij. “De communisten en daarna de National Democratic Assembly (Balad partij). Ik realiseerde me op tijd waar deze Arabische partijen ons heen leidden – alleen tégen Israël.”

    Hij zei dat de islam zichzelf opdrong aan de christenen in de regio. De oude ‘Mirjam bron’ bijvoorbeeld kreeg de naam ‘Nazareth bron’. Als schooljongen had hij een rood vlaggetje gekregen, haalde hij op. ”Maar vandaag,” verzuchtte hij, “worden onze kinderen grootgebracht met de groene (Palestijnse) vlag en met een anti-Israëlcultuur.”

    “Wij hebben de plicht een andere cultuur te scheppen,” vervolgde hij. “Wij moeten elk kind een Israëlisch vlaggetje geven. Onderwijs begint hiermee. Als je een school in Nazareth binnengaat, zie je nergens een Israëlische vlag. Zij erkennen die niet. Je ziet alleen maar Palestijnse vlaggen.”

    Shlayan is zich goed bewust van de beweringen dat aan Israëlische christenen niet alle rechten verleend worden waar zij wel aanspraak op kunnen maken. “Dat mag zo zijn,” zei hij, “maar je moet beginnen met het bewijzen van loyaliteit aan je land, en het dienen. Dat geloof ik.”

    Reactie uit de Joodse wereld
    Het bovenstaande kwam onder andere aan de orde tijdens de onlangs gezamenlijk gehouden conferentie van de Liason Committee of B’nai B’rith World Center in Jeruzalem en de Ecumenical Theological Research Fraternity in Israël. Hoe beoordeelden zij de Breken de Israëlische christenen uit?conferentie?

    De opmars van de christelijke gemeenschappen richting het hart van de Israëlische eenstemmigheid heeft de betekenis van een Beeldenstorm. Het brengt het stukslaan van de afgodsbeelden door Abraham voor de geest, waarmee tegelijk traditionele denkpatronen en wetmatigheden doorbroken zijn.

    Het is niet alleen belangrijk op interreligieus en theologisch niveau, maar ook van belang voor de pogingen van Israël onze (Israëlische) rechten aan de wereld te bewijzen. Delen van de christelijke wereld zien ons als degenen die de Palestijnen ’aan het kruis slaan’, zelfs als dit niet verder van de waarheid verwijderd als maar mogelijk, is.

    Daarom, wanneer de Israëlische christenen achter de staat Israël staan en verklaren dat dit het Land van Israël is en niet Palestina, en dat de Joden dit land niet gestolen hebben maar naar huis terugkeerden zoals de Bijbel geprofeteerd heeft, is dit van onmetelijk grote betekenis.

    Wij, als een samenleving en als een staat, moeten deze moedige mensen in de armen sluiten die uit het diepst van hun harten gesproken hebben. We moeten hen helpen, in hun behoeften voorzien en hen laten integreren in onze samenleving. En wat niet minder belangrijk is, wij moeten hun levens beschermen. Onze levens en onze toekomst hangen ervan af.

    Dit artikel verscheen in Israel HaYom van 4 oktober 2013. | Vertaling: Evelien van Dis