fbpx
  • Ds. George Kazoura | Foto: Joanne Nihom
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Een leven van liefde en vrede

    Joanne Nihom - 6 december 2013

    “Welkom, moge de Heere u zegenen.” Dominee George Kazoura van de baptistengemeente in Rama in Noord-Israël, opent lachend de poort van het hek dat rondom zijn huis staat. Tot 2009 was Het Huis van Liefde en Vrede een christelijk tehuis voor Arabische straatkinderen in Rama, dat geleid werd door Kazoura en zijn vrouw. Het bord met de naam van het huis hangt nog boven de deur, maar door financiële problemen en bureaucratie moest het tehuis na twintig jaar dicht. De Kazoura’s wonen er nog steeds. “Toen we het tehuis sloten ging ik bijna dood van verdriet. Maar de Heere riep mij terug, hij heeft blijkbaar nog genoeg voor mij te doen.”

    Kazoura, geboren in 1945 in een Arabisch-christelijk gezin, was niet altijd een gelovig man. In 1948, het jaar van de stichting van de staat Israël, liep zijn vader verwondingen op tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog. “Ondanks dat we in Haifa woonden, werd mijn vader naar het ziekenhuis in Nazareth gestuurd voor behandeling. Wij, mijn moeder en zes kinderen, gingen met hem mee. Toen we na een maand terugkeerden, bleek ons huis ingenomen te zijn door een Joods gezin. In die tijd bestonden er nog geen eigendomspapieren, we hadden geen enkel bewijs. Daar stonden we, op straat, we hadden helemaal niets. Mijn ouders vonden een kamertje van vijfentwintig vierkante meter dat onze slaapkamer, woonkamer en keuken werd. Afschuwelijk was het om daar met zijn achten te wonen. Het maakte mij, hoe jong ik ook was, boos. Ik haatte de Joden, zij hadden ons huis ingepikt. Maar ik was ook boos op G’d. Hoe kon hij zoiets toelaten?”

    Vergeven
    Kazoura keert zich van het geloof van zijn ouders en sluit zich aan bij de jongerenafdeling van de communistische partij. Ondanks dat zijn vader hem herhaaldelijk vraagt mee te gaan naar godsdienstige bijeenkomsten, weigert de jonge Kazoura. Als hij op een keer toch meegaat, is er iets dat hem raakt. “Dat was verwarrend. Het bidden trok mij, maar volgens de communistische leer mocht ik niet bidden.”

    Kazoura verdiept zich in de Bijbel en probeert tot de Heere te praten, tien maanden lang. “Ik las de teksten, maar ik voelde er niets bij, ook niet bij het bidden. Als ik nu terugdenk was ik bezig met mijn hoofd, niet met mijn hart. Tot ik op een dag een klop op mijn schouder voelde. Er was niemand verder in de kamer behalve ik. De Heere verscheen voor mij en zei: ‘Mijn zoon, Ik ben de Zoon van G’d. Ik ben gestorven voor jouw zonden. Kun jij de Joden vergeven zoals Ik jou je zonden heb vergeven?’ Eerst begreep ik niet wat Hij bedoelde. De Joden vergeven? Ik ben die dag niet naar mijn werk gegaan, maar naar de straat van ons ouderlijk huis in Haifa. Voor het huis heb ik gebeden en gebeden totdat ik de Joodse familie kon vergeven. Het was alsof er kilo’s gewicht van mijn schouders afvielen.”

    Het werd een keerpunt in zijn leven, de Heer was terug in zijn hart. Hij ging naar een Bijbelschool in Zwitserland. Na vijf jaar studie keerde hij terug als voorganger. Hij vestigde zich in Rama waar hij de leiding kreeg over de baptistenkerk. “Die opleiding was G’ds cadeau, maar Zijn zegeningen waren niet over. Kort na terugkomst ontmoette ik mijn huidige vrouw, we trouwden en kregen vier kinderen. Mijn vrouw begrijpt mij en ze weet dat mijn geloof vóór alles gaat, ook voor het gezin. Mijn grootste zegening is dat onze kinderen ook geloven. Eén van onze zoons woont al jaren in Duitsland en is daar ook predikant.”

    Liefde
    Sinds kort klinken er weer kinderstemmetjes in het huis. Iedere donderdagmiddag, na school, vangen de dominee en zijn vrouw een groep armlastige kinderen van tussen de vijf en dertien jaar op. “We bidden met ze en doen spelletjes. Kinderen zijn verward door de sfeer hier in het Midden-Oosten. We leren ze dat vechten niet de oplossing is, praten wel.” Elke week komen er nieuwe families bij.

    Maar de Kazoura’s doen nog meer. Zoals voedselpakketten geven aan gezinnen die het financieel erg moeilijk hebben en activiteiten organiseren voor de kinderen tijdens vakanties. Zoveel mogelijk worden de ouders betrokken bij de activiteiten. “We doen het vanuit liefde voor elkaar. Of het islamitische of christelijke Arabieren zijn of druzen, iedereen is welkom. G’d maakt geen onderscheid. Moslims ontkennen de Heere. Zij ontkennen de drie-eenheid en de kruisiging van Jezus. Toch kunnen we niet zeggen: ‘Wat jullie denken is fout, zo werkt dat niet’. Maar we kunnen, door naar ze te luisteren en met ze te praten, laten zien dat je heel goed naast en met elkaar kan leven, zonder de ander iets op te leggen.”

    Liefde en warmte
    Kazoura’s hele leven staat in het teken van liefde en warmte. “Wat je uitstraalt, krijg je terug”. Afgelopen februari werd hij opgenomen in Haifa in het ziekenhuis. “Naast mij lag een Joodse man. Hij was aan het klagen waarom hij nog leefde, terwijl hij zo ziek was. Ik zei tegen hem: ‘Houd op met mopperen, je bent Joods. Jouw G’d is een levende G’d, de G’d van Abraham, Isaak en Jaakob. Hij houdt van je, ga Hem vertrouwen.’

    Een dag later kwam zijn kleinzoon op bezoek. De man vertelde zijn kleinzoon wat ik gezegd had. Die kleinzoon kwam naar mij toe en zei: ‘U bent een dominee, een christen die van Joden houdt?’ Tot vandaag hebben we contact, we zijn vrienden geworden. Laat mensen het geloof en de liefde voor G’d in je zien, dat is mijn boodschap. Niet alleen zij die hetzelfde denken, maar juist ook zij die anders denken, het opent hun harten. Jij accepteert mij en ik accepteer jou. De Bijbel is daarin helder, Jezus heeft nooit iemand gedwongen.”

    Beproeving
    Kazoura heeft al jaren kanker, hij is er niet minder door gaan geloven. “Op school heb je toetsen om te controleren of je de lessen goed begrepen hebt. Zo zie ik mijn ziekte ook. Het is een beproeving. Geloven doe je in goede en in slechte tijden. Mijn ziekte heeft mij dichter bij de Heere gebracht. Ik dank Hem elke dag, het maakt mij een sterkere gelovige. Dat straal ik uit en dat vangen andere mensen op. Dat is je geloof beleven en er een levend geloof van maken.

    De Joodse specialist die mij al sinds 2004 behandelt is orthodox, hij draagt een keppeltje. Al een aantal keren was de waarde van mijn bloed zo slecht, dat de dokter geen oplossing meer zag. Ik zeg hem dan: ‘Jij gelooft in jouw G’d en ik in de mijne. Ik ga bidden. Ik wil geen medicijnen.’ Als dan na een tijdje mijn bloed weer gecontroleerd werd, was het goed. De laatste keer, nog niet zo lang geleden, omhelsde de dokter mij en zei: ‘Blijf geloven, alsjeblieft. Wat G’d kan, kan ik niet’.”

    Vrede
    Kazoura blijft, ondanks zijn ziekte, hard aan het werk. “Mijn taak in dit leven is nog lang niet voorbij.” In zijn baptistengemeente gaan sinds kort, dankzij de inspanningen van Kazoura, de kinderen van de gemeenteleden in het leger of verrichten een jaar sociaal werk. “Wij geloven in het Oude Testament en in een Joodse staat. We willen dat Israël blijft bestaan. We houden van de G’d van Israël en dat betekent dat we het land, als dat moet, ook verdedigingen.”

    Over politiek praat Kazoura liever niet, maar toch wil hij nog iets kwijt. “Sinds 1973 heeft Israël vrede met Egypte en Jordanië. Maar de grenzen zijn gesloten en er zijn ook nog regelmatig bedreigingen. Is dat vrede? Politici praten en denken op een ander niveau. Niet vanuit het hart. Niet zij, maar het volk zal uiteindelijk voor vrede zorgen, vanuit een intens geloven en liefde voor G’d.”

    Over de auteur