fbpx
  • Een Joodse vader en zijn dochter delen snoepjes uit aan Palestijnse bezoekers van de Rami Levy-supermarkt in Gush Etzion ter gelegenheid van het einde van de ramadan. | Foto: Flash90 - Members of Eretz Shalom movement giving sweets to arabs shoppers as they mark the last Friday prayers of Ramadan. at the Rami Levy supermarket in Gush Etzion on August 17, 2012. Photo by Nati Shohat/Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Het andere verhaal over de Westelijke Jordaanoever

    6 december 2013
    Een Joodse vader en zijn dochter delen snoepjes uit aan Palestijnse bezoekers van de Rami Levy-supermarkt in Gush Etzion ter gelegenheid van het einde van de ramadan. | Foto: Flash90

    Een Joodse vader en zijn dochter delen snoepjes uit aan Palestijnse bezoekers van de Rami Levy-supermarkt in Gush Etzion ter gelegenheid van het einde van de ramadan. | Foto: Flash90

    Het Palestijns-Israëlische conflict speelt veruit de grootste rol in de berichtgeving over Israël. Vaak hoor je daarom in Israëlische kringen de klacht dat positief nieuws over Israël vrijwel nooit door de media verschijnt. Dat is ongetwijfeld waar. De vele Israëlische uitvindingen die in de hele wereld worden gebruikt, zijn bij het grote publiek bijvoorbeeld nagenoeg onbekend. Hetzelfde geldt voor aspecten van de Israëlische samenleving zoals de onderlinge solidariteit en de bereidheid om anderen te helpen, zelfs wanneer het eigen leven in gevaar komt. Maar ook over de Palestijns-Israëlische verhoudingen is een ander verhaal te vertellen.

    Er is op de ‘Westelijke Jordaanoever’ en elders sprake van unieke co-existentie tussen Joden en Arabieren. Daarbij gaat het meestal om verhoudingen op microniveau. Op macroniveau wordt er immers aan Palestijnse kant bijna alles aan gedaan om niet tot normale verhoudingen te komen. Het kopen van producten bij Joodse bedrijven op de Westelijke Jordaanoever is bijvoorbeeld door de Palestijnse Autoriteit verboden, evenals het verkopen van onroerend goed aan Joden.

    Daarnaast is er sprake van ophitsing tegen Israël en Joden door de Palestijnse media en leiders. De huidige Israëlische regering heeft dit verschijnsel aangemerkt als het grootste struikelblok op de weg naar vrede, naast de weigering om Israël als een Joodse staat te erkennen. Er is echter internationaal weinig aandacht voor dit probleem.

    Co-existentie
    Er zijn in Israël verschillende projecten die co-existentie tussen Israëlische Joden en Palestijnse Arabieren proberen te bevorderen. Het meest bekend is het Peres Centrum voor Vrede dat door de Israëlische president Shimon Peres werd opgericht. Deze organisatie was bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het naar Israël halen van FC Barcelona voor een vrede-toer. Deze missie mislukte gedeeltelijk omdat de Palestijnse Autoriteit het bezoek gebruikte voor politieke doeleinden en zelfs tijdens officiële presentaties met het team het bestaan van de staat Israël ontkende.

    Een ander voorbeeld van georganiseerde co-existentie is de Parents Circle, een organisatie die is opgericht door Israëli’s en Palestijnen die familieleden verloren bij het gewapende conflict en terreur. De organisatie promoot verzoening in plaats van haat en wraak.

    Er is echter ook op tal van plaatsen sprake van spontane vormen van co-existentie. Het beste voorbeeld daarvan is een doorsnee Israëlisch ziekenhuis in Jeruzalem. Zelf was ik onlangs in het St. Louis Ziekenhuis even buiten de Oude Stad van Jeruzalem. Dit ziekenhuis, dat gevestigd is in een van de mooiste gebouwen in Jeruzalem, bestaat al 150 jaar en kreeg in 2007 een prijs voor het belangrijke werk op het gebied van co-existentie en verzoening tussen de verschillende bevolkingsgroepen in Jeruzalem.

    Het ziekenhuis is in feite een soort verpleeghuis met een grote afdeling oncologie waar patiënten in de terminale fase worden verpleegd. Ook worden in het ziekenhuis mensen met hersenletsel verpleegd.

    De staf van het ziekenhuis bestaat uit christelijke en islamitische Arabieren, Joden en buitenlandse christenen die bijna allemaal afkomstig zijn uit Duitstalige landen en vrijwillig werken. De leiding is christelijk maar de supervisie van de keuken is in handen van een rabbijn. De keuken verstrekt dan ook koosjer eten.

    Joodse en Arabische Israëli’s en Palestijnse Arabieren worden in het ziekenhuis naast elkaar verpleegd. Een van de verplegers is de Palestijn Abdullah Abu Haneih uit het dorp Anata op de Westelijke Jordaanoever. “Het is soms moeilijk om naar het werk te komen, maar in het ziekenhuis vergeet ik alles weer. Voor mij is het belangrijkste andere mensen te helpen.”

    De familie van Bonina Gerhon, een orthodoxe Jood die na een hersenoperatie in een toestand van hersendood verkeert, werd bewust door de familie in St. Louis geplaatst. “G’d zij dank voor deze plaats”, zegt Gerhons zuster, “de staf is fantastisch en er is geen onderscheid tussen christenen, Joden en moslims”.

    Op de dag dat ik het ziekenhuis bezocht werden de patiënten opgevrolijkt door een koor van Duitse vrijwilligers die Hava Nagila zongen in het Hebreeuws.

    Efrat
    Vijftien kilometer verderop nabij het Joodse dorp Efrat in Gush Etzion zijn aan de weg die naar de ingang van het dorp leidt een aantal Palestijnse bedrijven gevestigd. Een van deze bedrijven is een handel in bouwmaterialen en doe-het-zelfartikelen en wordt gerund door Ashraf Sharif. Ashraf begon zijn bedrijf aan het eind van de Tweede Intifada en deed dat op aanraden van een Joodse aannemer uit Efrat. Vanaf de opening was het bedrijf een groot succes. Was de winkel oorspronkelijk gevestigd in een ruimte van nauwelijks dertig vierkante meter, vandaag de dag is het bedrijf uitgegroeid tot een volwaardige bouwmarkt met tweeduizend vierkante meter winkeloppervlak.

    De klandizie van Ashraf bestaat voornamelijk uit de aannemers en inwoners van Efrat en Palestijnse aannemers die daar werken. Was er in het begin nog sprake van wederzijds wantrouwen door de jaren van gewapend conflict, nu zie je in de winkel Joden koffie drinken met het Palestijnse personeel. Zelfs gesprekken over de politieke situatie zijn geen taboe.

    Ashraf vertelt: “Ik had altijd al goede contacten met inwoners van Efrat. Daardoor kwam ik tot andere gedachten over Joden en Israël.” Hij besloot zijn kinderen niet naar de plaatselijke school in El Khader te sturen maar naar een christelijke school in het nabijgelegen Beit Jallah. Dat was een grote stap, want Ashraf is overtuigd moslim. Hij wilde zijn kinderen echter niet blootstellen aan de indoctrinatie op de officiële scholen van de Palestijnse Autoriteit.

    In Efrat was hoofdrabbijn Shlomo Riskin altijd al voorstander van co-existentie met de Palestijnse Arabieren in de omgeving. In de jaren negentig probeerde de rabbijn om op Joodse en Palestijnse scholen projecten die co-existentie als thema hadden van de grond te krijgen. De Tweede Intifada maakte daar echter een einde aan. Maar een plaatselijke liefdadigheidsorganisatie die door de vrouw van Riskin wordt gerund verstrekt nog altijd tweedehands en nieuwe kleding aan de Palestijnen in de omgeving van Efrat.

    Garage
    In Gush Etzion zijn diverse bedrijven waar Israëlische Joden en Palestijnse Arabieren samenwerken. Het meest in het oog springende voorbeeld daarvan is een garage die aan de weg van Jeruzalem naar Hebron ligt. Het bedrijf bestaat al twintig jaar en biedt werk aan zo’n dertig Joden en Arabieren.

    Elad, de eigenaar, vertelt: “In dit bedrijf denken we niet in termen van Joden en Arabieren. Iedereen werkt als mens samen en de omgang met elkaar doet denken aan een familie.” Dit wordt beaamd door de werknemers, ook de Arabische monteurs. De meesten van hen komen uit Hebron en omgeving, maar enkelen ook uit Bethlehem.

    Een van hen is Ali Eisah, een monteur van 24 jaar oud. Hij werkt nu bijna een jaar in de garage van Elad. Hij kwam kort na het overlijden van zijn vader in dienst. Die had al jaren in de garage gewerkt en overleed eind december vorig jaar na een hartstilstand. Na het overlijden van Ali’s vader nam Elad contact op met een vriend van de familie en bood aan dat een van de zoons de plaats van vader in de garage zou overnemen. Elad wist dat er in de Palestijnse Autoriteit geen weduwepensioen bestaat en dat de familie grote financiële problemen tegemoet zag.

    Tot het moment dat hij in de garage in Gush Etzion ging werken, verdiende Ali tweeduizend shekel per maand (ongeveer 400 euro) bij een bedrijf in tractoronderhoud in Bethlehem. Elad gaf hem ondanks het feit dat hij gebrek aan ervaring had als monteur en geen Hebreeuws spreekt direct het salaris dat zijn vader verdiende (vierduizend shekel). Ali werd zo in staat gesteld om gedeeltelijk het gezinsinkomen veilig te stellen.

    Rami Levy
    Tegenover de garage van Elad is twee jaar geleden een filiaal van supermarktketen Rami Levy geopend. Rami Levy is in Israël de goedkoopste supermarktketen. In februari van dit jaar werd eigenaar Rami Levy in de supermarkt geïnterviewd door een team van Missing Peace tijdens de opnamen voor een videoclip over co-existentie. Hij vertelde dat in zijn supermarkt “Joden naast Palestijnse moslims en christenen werken”, en dat “iedereen gelijk is”.

    De supermarkt heeft naast een gemengd team medewerkers, klanten die uit de Joodse en Palestijnse dorpen in de omgeving komen. Palestijnse vrouwen, velen van hen in trendy kleding, komen naar de supermarkt als een vorm van ontspanning. Bij de kassa’s zie je soms salafistische moslims in hun witte gewaden naast orthodoxe Joden.

    “Uiteindelijk moet iedereen eten en op de uitgaven letten”, zegt Rami Levy. Hij weet dat er extremisten aan beide zijden zijn die tegen dergelijke vormen van co-existentie zijn, “maar”, zegt hij, “daardoor laat ik me niet intimideren”.

    De supermarkt is door zijn ligging in open gebied en vrije toegang een gemakkelijk doelwit voor terreuraanslagen. De bewaking is dan ook scherper dan bij andere filialen van de keten. Drie fulltime bewakers controleren elke auto die het parkeerterrein op wil en iedereen die via de ingang naar binnen komt. Daarnaast is er voortdurend contact met de officiële veiligheidsinstanties in de omgeving.

    Boycot?
    Bedrijven op de Westelijke Jordaanoever zijn dus bij uitstek de plaatsen waar Palestijnen Israëli’s ontmoeten en met hen samenwerken. Daarnaast zijn die bedrijven voor de Palestijnen belangrijk vanwege het inkomen, dat een stuk hoger ligt dan in vergelijkbare bedrijven in de door de Palestijnse Autoriteit bestuurde gebieden.

    Momenteel zijn meer dan honderdduizend Palestijnen werkzaam bij Israëlische bedrijven op de Westelijke Jordaanoever en elders in Israël. Hun gezamenlijke inkomen bedraagt tien procent van het Palestijns Bruto Nationaal Product. De ervaring heeft geleerd dat door deze co-existentie er meer wederzijds begrip ontstaat.

    De pogingen om deze bedrijven en hun producten te boycotten zijn dus geen bijdrage aan het bereiken van vrede. Integendeel deze acties zorgen juist voor verharding van het conflict en voor meer extremisme en armoede.