• Foto: Alvin Trusty
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Schenken en nalaten

    Het HART van God

    3 februari 2014

    Wat laten wij in en na in het leven, en aan wie? Wie de Heere kennen, ontvangen na het sterven hun erfdeel in het licht. Erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus noemt de Bijbel hen. Aardse bezittingen kunnen niet meegenomen worden.

    “Verzamelt u daarom schatten in de hemel die niet door mot of roest aangetast kunnen worden”, adviseert de Heere Jezus ons. Eenmaal zullen wij allen rekenschap hebben af te leggen voor Zijn troon, ook voor wat we hebben gedaan met de aardse goederen, waarmee Hij ons gezegend heeft, die Hij ons toevertrouwd heeft. Geld en goed dat wij met hard werken mochten bijeenbrengen, onder de zegen des Heeren. Natuurlijk zal onze eerste zorg zijn dat man, vrouw of kinderen niet onverzorgd achterblijven. Maar veelal hebben die zelf reeds hun eigen bronnen van inkomsten, of zijn in de nalatenschap al zo goed verzorgd, dat (nog) meer eigenlijk niet echt nodig is. Zelfs in zekere zin schadelijk zou kunnen zijn, omdat dat de eigen verantwoordelijkheid om door arbeid in het levensonderhoud te voorzien doet afnemen, of zelfs opheft als er sprake is van grote welstand.

    Vooropgesteld natuurlijk dat iemand in staat is arbeid te verrichten. De oude christelijke arbeidsethiek was om door hard te werken zoveel mogelijk geld te verdienen, sober te leven, wat niet voor eigen levensonderhoud meer nodig is te investeren in nieuwe ondernemingen, waardoor nieuwe werkgelegenheid voor mensen geschapen wordt. En het overige te schenken aan kerk en liefdadigheid. Het geven van tienden is zelfs zonder meer een bijbelse richtlijn.

    Erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus noemt de Bijbel hen.
    Het is niet meer vanzelfsprekend dat je het Woord van God hoort, gelooft en in je hart bewaart en er ook dagelijks uit leeft.Dat je liefde hebt voor het Joodse volk, omdat het Gods volk is en dat je weet dat het hart van God Zelf bij dat volk betrokken is, omdat het Zijn eerstgeborene was en nog altijd is.

    De tijd om Israël genadig te zijn, is aangebroken. Nationaal herstel, straks ook gevolgd door geestelijk herstel. De Messias van Israël komt, maar ook voor Zijn gemeente. Zijn we daar klaar voor? De oudere generatie weet hier vaak nog van. Velen hebben ook de Tweede Wereldoorlog nog van nabij meegemaakt. Bij de jongere generatie ligt dat anders. Velen zijn van kerk, Bijbel en christelijk geloof vervreemd en van Israël moeten ze soms helemaal weinig hebben. Wie zal deze boodshcap hoog houden, als wij er niet meer zijn? De Heere geve dat Hij het in stand houdt en Hij zal dat ook doen. Want het getuigenis en de verkondiging moeten doorgaan.

    En wij moeten doen wat in ons vermogen ligt, zodat dit werk kan worden voortgezet.
    Ook als wij er niet meer zijn. Ook financieel, door geld (of andere goederen) hiervoor te schenken en/of na te laten. Laten we er maar eens biddend mee bezig zijn. Om te ontdekken wat er op het hart van God ligt, daar krijg je dan innerlijke rust en overtuiging over. En het enig belangrijke is tenslotte wat wij uit Zijn mond zullen horen, als we voor Hem staan. Moge het zijn:

    “Goed gedaan, trouwe dienstknecht, trouwe dienstmaagd. Over weinig ben je getrouw geweest, over veel zal Ik je stellen. Ga in tot het eeuwige feest van uw Heer.”