fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Geen categorie

    Amnesty-rapport eenzijdig

    Yochanan Visser - 4 maart 2014
    Stenengooiende demonstranten zijn moeilijk 'vreedzaam' te noemen. | Foto: Flash90

    Stenengooiende demonstranten zijn moeilijk ‘vreedzaam’ te noemen. | Foto: Flash90

    Het Amnesty International rapport dat vorige week werd gepubliceerd leest meer als een public relationsstunt dan als een serieus rapport door een mensenrechtenorganisatie. Het rapport is een zorgvuldige selectie van onverifiëerbare en vaak tegenstrijdige getuigenverslagen van duidelijk politiek gemotvieerde individuelen, waaraan het rapport de status van harde feiten aan geeft.

    Volgens de verwrongen logica van het rapport vormt stenen gooien, vaak met gebruik van katapults of slingers, het gebruik van benzinebommen en zelfs het schieten op IDF-soldaten “weinig tot geen bedreiging” van hun levens. Daarom beschouwt Amnesty International elke vorm van machtsgebruik van de IDF tegenover deze acties als moedwillige moord en zelfs als oorlogsmisdaad. Zelfs als er bewijs is dat Israëlische soldaten gewond zijn geraakt bij schermutselingen waarbij op hen werd geschoten, liggen zij onder hevige kritiek van Amnesty International voor het gebruik van ‘excessief geweld’.

    Amnesty heeft dringend behoefte aan een reality check: In 2013 waren er ongeveer vijfduizend gebeurtenissen waarbij stenen werden gegooid – waarvan ongeveer de helft gericht was tegen burgers. In 2011 raakten 44 mensen gewond bij dergelijke incidenten. In 2012 steeg dit aantal naar 71 en in 2013 steeg het verder naar 132 en hieruit blijkt de dramatische toename van deze zorgwekende activiteit. In deze zelfde periode zijn talloze Israëli’s het slachtoffer geworden van schietincidenten, steekincidenten en andere vormen van terreur. Hierover ziet Amnesty niet de noodzaak om dit in hun rapport te vermelden.

    Ondanks de handelswijze van bepaalde Palestijnse groeperingen – die overigens goed zijn gedocumenteerd door andere monitororganisaties – om moedwillig gewelddadige confrontaties uit te lokken, blijft Amnesty stellig melden dat alle Palestijnen die begtrokken zijn bij dergelijke schermutselingen ‘vreedzame demonstranten’ en ‘mensenrechtenverdedigers’. Het rapport maakt uitgebreid melding van het dorp Nabi Saleh, maar laat na terroristen uit dit dorp te noemen, zoals Ahlam Tamimi, die een zelfmoordterrorist naar een restaurant bracht waar deze zestien mensen vermoordde. Toen ze werd vrijgelaten als onderdeel van de Gilad Shalit-deal, werd er feest gevierd in Nabi Saleh.

    Amnesty’s obsessieve focus op Israël gaat voorbij aan de grootschalige wreedheden die plaatsvinden in de regio. Dit suggereert een zorgwekkende politieke agenda. Die zorg wordt ondersteund door de aanbevelingen van het rapport, waaronder een wapenembargo op Israël, maar geen suggestie (natuurlijk) dat de Palestijnse autoriteiten zouden moeten optreden tegen onwettelijk geweld, of tegen het verheerlijken van terreur en moord op scholen en in moskeeën. Hiermee wordt voortdurend een nieuwe generatie vergiftigd.

    Dit obsessieve rapport heeft niets te bieden aan de werkelijke en belangrijke discussie over hoe wetshandhavende autoriteiten zouden moeten omgaan met de complexe uitdagingen van demonstraties met gewelddadige en mogelijk dodelijke elementen. De enige roekeloze partij bij dit rapport is Amnesty International zelf.

    Dit bericht werd uitgezonden door het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken. | Vertaling: Ruben Ridderhof

    Over de auteur