fbpx
  • Stenen gooiende Palestijnse jongeren. | Foto: Isranet
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Eenzijdig rapport over hoe Israël omgaat met jeugdige Palestijnse delinquenten

    Yochanan Visser - 22 april 2014

    Een nieuw Nederlands rapport dat vorige week verscheen, belicht de aanhouding en detentie van jeugdige Palestijnse delinquenten  door Israel.

    Het rapport, dat vorige week werd aangeboden aan de vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, werd samengesteld door een expertgroep onder leiding van oud-voorzitter van het VN Kinderrechtencomité Jaap Doek. De wetenschappers beschuldigen Israel in het rapport van het schenden van kinderrechten en roepen de Nederlandse regering op Israël aan te spreken op die schendingen.

    Er vallen een aantal zaken op aan het rapport. Ten eerste spreekt het rapport consequent over ‘kinderen’ terwijl duidelijk is dat het om jeugdige Palestijnen gaat die in veel gevallen handelen op aanwijzing van Palestijnse leiders.

    Verder hebben de Nederlandse experts blijkbaar geen behoefte gevoeld om te praten met de Israëlische slachtoffers van de Palestijnse delinquenten. In het rapport wordt toegegeven dat de meesten van deze delinquenten zich schuldig hebben gemaakt aan het gooien van stenen. De wetenschappers zien dit blijkbaar als een vorm van legitiem verzet en bagatelliseren de ernst van het delict. Israëlische autoriteiten zien stenen gooien echter wel als een zwaar delict en met reden.

    Neem bijvoorbeeld de drie jarige Adele Biton een Israëlisch kind dat in maart vorig jaar met haar familie slachtoffer werd van Palestijnse stenengooiers in de buurt van Ariel op de West-Bank. De auto van Adele’s moeder Adva werd bekogeld met stenen en sloeg daardoor over de kop. Een rotsblok trof Adele in het hoofd en daardoor werd hersenletsel aangericht. Nu ruim een jaar later verkeert Adele nog altijd in half comateuze toestand en zal voor haar leven zwaar invalide blijven.

    Adele was niet het enige slachtoffer van Palestijnse stenengooiers in 2013. Uit gegevens van de Israëlische veiligheidsdienst Shin Beth blijkt dat 34 Israëli’s in dat jaar gewond raakten door het gooien van stenen of molotov cocktails ( 78 % van alle terreurslachtoffers over 2013).

    De video hieronder geeft een duidelijk beeld van de ernst van het misdrijf en de leeftijd van de daders.

    Een andere zaak die opvalt aan het rapport van Doek c.s., is dat men vertrouwde op de expertise van enkele omstreden Israëlische ‘deskundigen’ en op Palestijnse getuigenissen. Een van de geraadpleegde ‘experts’ was Ha’aretz columnist Gideon Levy, die gerust de meest controversiële journalist in Israel genoemd kan worden. In 2012 had hij de twijfelachtige eer om tot de meest oneerlijke journalist over 2012 te worden uitgeroepen nadat hij had gelogen over de resultaten van een opinieonderzoek om zodoende Israel als racistische staat neer te zetten.

    De Palestijnse getuigen in het rapport worden zonder meer op hun woord geloofd terwijl duidelijk is dat sommige getuigenissen duidelijk niet waar kunnen zijn. Zo vertelde een Palestijnse kleuterjuf de Nederlanders dat ‘veel Palestijnse kinderen uitsluitend gewapende Israëlische kolonisten zien’,  terwijl het overgrote deel van de Israëli’s op de West Bank geen wapen heeft.

    Verder is het opmerkelijk dat de groep van Doek na een week in Israel al kant en klare conclusies trok over de oorzaken van het Palestijnse geweld, namelijk de “Israëlische bezetting”. Geen woord over de indoctrinatie en de goed gedocumenteerde haateducatie waar Palestijnse kinderen op een dagelijkse basis aan worden blootgesteld, en die begon lang voordat er sprake was van een Israëlische bezetting. De indoctrinatie vindt volgens de commissie echter plaats in de Israëlische samenleving waar jongeren worden ‘gedrild’ om Palestijnen als de vijand en terroristen te zien.

    De groep van Doek beweert verder dat men de Israëlische respons op rapporten van bijvoorbeeld Unicef en de pro-Palestijnse NGO B’Tslem heeft bestudeerd en meegenomen. Dat lijkt bezijden de waarheid. Hieronder kunt u namelijk de officiële respons op het door Doek geciteerde B’Tselem rapport lezen en constateren dat vrijwel niets uit die respons terug te vinden is in het Nederlandse rapport.

    Verder valt op dat de groep van Doek nu juist Israel uitkoos als doel van een onderzoek naar schending van kinderrechten. In vergelijking met wat er in momenteel plaatsvindt in de Arabische wereld op dit gebied (inclusief in de Palestijnse maatschappij) is de situatie in Israel namelijk veruit het beste in het Midden-Oosten.

    In Syrië bijvoorbeeld werden sinds het begin van de burgeroorlog al 22.000 kinderen gedood en tienduizenden anderen gewond. Sommige van die gewonden werden in Israel verpleegd, onder andere in een ziekenhuis in Nahariya. Daar verklaarde een behandelende arts onlangs dat sluipschutters kinderen opzettelijk in de rug schieten om zo onherstelbare schade toe te brengen aan het zenuwstelsel.

    Syrië is slechts een van de landen in het Midden-Oosten waar kinderrechten op grote schaal worden geschonden. Zoals gezegd worden die rechten ook in de door de PA bestuurde gebieden op grote schaal geschonden en blijft de grove schending van de rechten van Israëlische kinderen door Palestijnen onbesproken in het rapport van Doek c.s.

    Het rapport van de groep Doek past daarom in de eindeloze reeks pogingen om via eenzijdige rapportage en het hanteren van een dubbele maatstaf het beeld te creëren dat Israel een staat is waar een loopje wordt genomen met het mensenrechten en het internationale recht. Uit de respons van de Israëlische autoriteiten op een vergelijkbaar rapport door B’Tselem uit 2011 wordt duidelijk dat dit een vals beeld is.

    Download hier de respons op B’Tselem rapport over detentie van Palestijnse jeugdigen door Israëlische autoriteiten.

    Over de auteur