fbpx
  • Foto: David Yu
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Het geheim van Israël 12 – Immanuël

    Ds. Henk Poot - 5 mei 2014

    Dat de komende redder en koning van de eindtijd uit Israël zou komen, was wel duidelijk. In de profeten had God herhaaldelijk gewezen op zijn trouw aan het huis van koning David, de man naar zijn hart.

    Ezechiël had gesproken over de Herder van God die heel Israël weer zou verzamelen en het volk voortaan zou weiden op de wegen van God: “En mijn knecht David zal koning over hen wezen; één herder zal er voor hen allen zijn”” (Ezechiël 37:24). En zo had ook Jeremia geprofeteerd: “Zie de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen” (Jeremia 23:5).

    Een andere grote profeet Jesaja, had in de ballingschap zijn liederen over de Knecht des Heren geschreven (Jesaja 40-53). Daarmee had hij gewezen op de roeping van Israël en de onopgeefbaarheid van het verbond van God met zijn volk, maar af en toe was het licht daarbij gevallen op één Jood, één persoon in het midden van zijn volk die door God geroepen was als de Messias (Jesaja 49 en 53). Maar dat God zo dichtbij zou komen als in de persoon van Jezus van Nazareth had wel niemand verwacht.

    Als de engel Jozef vertelt dat de zoon van Maria de naam Immanuël zal ontvangen, moeten we die naam uitspreken waar die voor het eerst gehoord is, in Israël. Dan alleen begrijpen wij het geheimenis van de vleeswording, van de incarnatie. God zelf is in zijn Zoon afgedaald tot zijn volk. Om Jezus alleen te zien als God-mens is onjuist, dat is veel te algemeen, veel te universeel.

    Jezus is Zoon van God, onmiskenmaar: Het is de Heilige Geest die de maagd Maria bemint en overschaduwt. Maar Maria ‘doet ook mee’. Zij is niet voor negen maanden draagmoeder, zij geeft haar eicel, haar DNA, haar genen. Degene die geboren gaat worden als de Gezalfde des Heren is waarlijk zoon van God en waarlijk Jood uit Jood. Gods eerstgeboren Zoon, Israël (Exodus 4:23) en Gods eniggeboren Zoon staan heel dicht bij elkaar.

    In Jezus ontmoeten wij God, maar in Jezus ontmoeten wij ook Israël. Hij is als het ware de belichaming, het hart van het uitverkoren volk van God. In Hem bukt God zich onder de zonden van zijn volk, in Hem zal God heersen als Koning over Israël en vandaar over heel de aarde. Maar in Jezus is Israël ook in staat om haar roeping te vervullen om een licht te zijn voor de wereld. Jezus is niet alleen het grote geschenk van God aan zijn volk, Hij is ook een grote geschenk van Israël aan de volkeren van de wereld.

    Het zal niet lang duren of Israël zal haar Messias niet meer herkennen. Zij zal Jezus afdoen als een dromer, ieman die niet heeft waargemaakt wat God over de Messias in de profeten voorzegd had. Het zal ook niet lang duren of de kerk uit de volkeren zal Jezus niet meer herkennen als Jood. Zij zal Hem gaan belijden als de universele God-mens. Zij zal Hem vereren, aanbidden en hartstochtelijk liefhebben, maar niet meer als Degene in Wie God Israël intens nabij gekomen is.

    Over de auteur