fbpx
  • Foto: Tom Haymes
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Het geheim van Israël 14 – De grote confrontatie

    Ds. Henk Poot - 26 juni 2014

    Wat mij altijd weer fascineert is dat Jezus, vol van de Heilige Geest, aan het begin van zijn werk een ontmoeting heeft met de duivel in de woestijn van Judea. We kennen het verloop van de zogenaamde verzoeking. Maar wat bij mij blijft hangen is welke macht de satan pretendeert te hebben.

    Hij toont Jezus vanaf een hoge berg alle koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid en zegt dan: ‘U zal ik al deze macht geven en hun heerlijkheid, want zij is mij overgegeven en ik geef haar aan wie ik wil’ (Lukas 4:6). Dat is nogal wat! De apostel Paulus bevestigt dat in Efeze 6 wanneer hij spreekt over onze strijd tegen de wereldbeheersers en de geestelijke boosheden in de hemelse gewesten.

    Claim van de duivel
    Je kunt je afvragen wat dit betekent? In elk geval begrijp je ineens dat het herstel van het Koninkrijk van Israël en de terugkeer van de verloren stammen van Israël geen eenvoudige zaak is. Jesaja 49 had wel gezegd dat dit tot de taken van de komende Messias behoort, maar had ook gesproken over gevangenen die in de duisternis zitten en die de Gezalfde van God zou moeten bevrijden.

    In een ander hoofdstuk horen we God roepen: “Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden; Houd niet terug, breng mijn zonen van verre en mijn dochters van de einden der aarde” (Jesaja 43:6). De voltooiing van de heilsgeschiedenis is geen uitgemaakte zaak, de heilsgeschiedenis snijdt niet als een mes door de boter. De satan zelf met zijn demonen terroriseren Gods volk waar het maar is, ze verleiden te volkeren en benoemen de leiders en heersers van de naties, tegen God en tegen zijn volk en ze blokkeren de heilsgeschiedenis.

    Als je vraagt hoe dat kan, dan is het antwoord: De duivel heeft een geweldige claim in handen en dat is de zonde. Waar de zonde heerst, zet hij zijn poten neer en zegt: Van mij! En de bekroning van zijn macht is de dood. Uiteindelijk zal alles uitlopen in een groot stil zwijgen, niet het paradijs maar de ijzige leegte van de dood beheerst de toekomst.

    Onbegrepen gezalfde
    Als na drie jaar, vlak voor Pasen, honderdduizenden mensen Jezus in het Kidrondal inhalen en bejubelen als de Gezalfde van God en als de Koning van Israël die een einde zal maken aan al hun lijden, gaat Jezus de poorten van de heilige stad binnen en Hij doet dat om zijn leven af te leggen voor zijn schapen. Er is niemand die het begrijpt, mensen lopen terug, pakken de draad weer op en Jezus gaat onbegrepen verder: Waarom doet Hij niets, waarom drukt Hij niet door?

    De werkelijkheid is dat Hij als de Koning van Israël de grootste en belangrijkste confrontatie zoekt die nodig is om alles te voltooien. God laat zich horen uit de hemel en moedigt zijn Zoon aan: De Vader zal zijn Naam verheerlijken in wat de Zoon nu gaat doen. Mensen horen een geweldig geluid op dat moment en vragen zich angstig af wat dat allemaal te betekenen heeft en Jezus zegt: “Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste van de wereld buiten geworpen worden” (Johannes 12:31). Hier gaat Jezus als het Lam van God en aan het kruis en in zijn sterven breekt Hij de macht van de duivel. Hij zal de zonde van de wereld wegdragen en zo het fundament waarop de satan staat vernietigen.

    Doen alsof hij de finale speelt
    Niet dat de duivel dat toegeeft. Hoewel hij (om in voetbaltermen te spreken) de volgende ronde niet meer zal halen, doet hij alsof hij in de finale speelt. En hij zal nog veel dood en verderf zaaien en nog steeds proberen zijn macht in de wereld te laten gelden. Maar uiteindelijk is zijn lot allang beslecht. Het gaat door, definitief: Het herstel van Israël, de terugkeer van de verloren schapen, de inzameling van de volken, de voltooiing van de heilsgeschiedenis.

    Als we denken over het lijden van Christus, moeten we op de eerste plaats dit bedenken. Het is allemaal veel breder dan mijn eigen persoonlijke leven … Het draait om de grote werken van God. De profeet Jesaja merkt op in zijn grote hoofdstuk over het lijden van de Knecht des Heren (Jesaja 53): “En als Hij zijn leven tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zal het voornemen des Heren door zijn hand voortgang hebben” (vers 10).

    Over de auteur