fbpx
  • Malka Shamir - de Leeuw met een van de bedoeienenmeisjes uit het opleidingsprogramma bij Alnuhud. | Foto: Malka Nihom
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Toekomst voor bedoeïenenmeisjes

    Joanne Nihom - 1 juli 2014

    Vrijdagmorgen. De Ben Goerion Universiteit in Be’er Sheva is officieel dicht. Toch is het er druk. Vrouwen in traditionele Arabische kleding, veelal hun hoofden bedekt, lopen in groepjes met elkaar te praten. Dan roept iemand in het Engels: “Allemaal naar de klas, we gaan beginnen”.

    Het is even rumoerig als de vrouwen, verdeeld over drie lokalen, hun plaats innemen. Maar als het zover is, is het stil en luistert iedereen geconcentreerd. “Good morning”, zegt de van oorsprong Nederlandse Malka Shamir – De Leeuw. “How are you all feeling today? De les is begonnen.

    Iedere vrijdag komen honderdtwintig bedoeïenenmeisjes, in de leeftijd van zestien tot achttien jaar, samen om te leren. Ze maken deel uit van het programma van Alnuhud (Arabisch voor ‘de wederopstanding’): een stichting die zich sinds 1997 inzet voor beter onderwijs voor bedoeïenenmeisjes in de Negev, in het zuiden van Israël.

    De bedoeïenstammen waar zij toe behoren hebben het moeilijk. Behalve dat er onder de bevolking veel misdaad heerst, is de werkloosheid hoog; dertig procent tegenover elf procent bij de rest van de Israëlische bevolking. Bijna de helft van de kinderen verlaat de middelbare school voortijdig en slechts zesentwintig procent behaalt het toelatingsexamen van de universiteit.

    Een klaslokaal vol bedoeïenenmeisjes in het opleidingsprogramma van stichting Alnuhud. | Foto: Malka Nihom

    Een klaslokaal vol bedoeïenenmeisjes in het opleidingsprogramma van stichting Alnuhud. | Foto: Malka Nihom

    Grote stap vooruit
    Bedoeïenendochters leiden een allesbehalve eenvoudig bestaan. Aan de ene kant zitten ze gevangen in een web van vetes, traditionele regels en het autoritaire gezag van vaders en echtgenoten. Aan de andere kant willen ze leren, waardoor ze te maken krijgen met andere waarden en normen en andere culturen leren kennen.

    Malka: “Bedoeïenenvrouwen mogen hun dorp officieel niet uit, tenzij onder begeleiding of met elkaar. In samenspraak met hun families zorgt de stichting dat een bus de meisjes iedere vrijdag ophaalt en weer terugbrengt. “Dat we dit voor elkaar hebben gekregen is een grote stap vooruit. Voor de meisjes is het vaak de eerste keer dat ze buiten hun dorp komen.”

    Het drie jaar durende programma van de stichting bereidt de meisjes voor op een hogere opleiding na hun middelbare school. Maar ook helpen de lessen en de begeleiding ze een balans te vinden in de twee werelden waarin ze leven: de traditionele bedoeïenencultuur en het moderne leven.

    “Dat is een proces dat tijd nodig heeft. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. Het gaat gestaag de goede kant op, steeds meer Bedoeïenenmeisjes hebben goede opleidingen, wat ten goede komt aan hun gemeenschap”, aldus Malka.

    Dankbaar werk
    Samen met nog twee docenten, waarvan een Arabisch en een Joods, werkt ze al zeventien jaar voor de stichting. “Het is geen vetpot, het grootste deel van ons werk doen we vrijwillig. De laatste jaren heeft Alnuhud zware financiële problemen, we krijgen vrijwel geen subsidie en we moeten het hebben van privédonaties. Ondanks dat proberen we om het programma door te laten gaan, want het is belangrijk dat we zoveel mogelijk meisjes kunnen helpen.” Meer leraren zijn nodig om de grote vraag aan te kunnen.

    Voor Malka en de andere leraren is het werk bijna een fulltime job. Officieel verzorgt de stichting alleen les op vrijdag, maar doordeweeks is er ook contact met de meisjes. “Als er vragen zijn over het huiswerk. Soms zijn er ook problemen thuis doordat de meisjes een ontwikkeling doormaken die door de familie niet altijd wordt begrepen.”

    “We praten dan met ze en proberen ze te helpen waar mogelijk. We maken ook regelmatig trips met ze door het land. Maar je hoort ons niet klagen hoor. Ondanks dat het een zware verplichting is voor de meisjes – doordeweeks gaan ze naar de ‘gewone’ school, vrijdag is hun enige vrije dag –, zijn ze zo gemotiveerd, het is dankbaar werk.”

    Lessen in wiskunde, Ivriet, Engels en computervaardigheden zorgen dat de meisjes worden klaargestoomd voor het toelatingsexamen voor de universiteit of andere opleidingen. Maandelijkse lezingen, seminars en workshops maken hen bekend met de Israëlische cultuur. “Dat gebeurt door hoog opgeleide bedoeïenenvrouwen die in hun jeugd dezelfde problemen hebben ervaren als deze meisjes nu. Ze zijn hun rolmodellen en laten de meisjes zien dat het mogelijk is verder te komen.”

    Verantwoordelijkheidsgevoel
    De les is bijna voorbij als Malka de meisjes vraagt of ze in het Engels hun toekomstdroom willen vertellen. Het antwoord is unaniem: lerares worden om les te kunnen geven in de dorpen waar ze vandaan komen. “Hun verantwoordelijkheidsgevoel tegenover hun familie, hun stam en traditie is enorm, daarom willen ze ook terug”, vertelt Malka.

    “Het werk dat we doen gaat eigenlijk veel verder dan alleen de lessen geven. We zijn een brug tussen de verschillende culturen en religies. Ondanks dat we niet hetzelfde zijn, zijn we allemaal kinderen van G’d.”

    Stichting Alnuhud

    De stichting is de afgelopen jaren beloond voor haar werk met een aantal prijzen, zoals de Kedma Prize van Justitie in het Onderwijs (2007); de Knesset (Israëlische parlement) Award voor Kwaliteit van Leven (2008) en de Teva-prijs voor excellentie in het onderwijs (2011). Daarnaast kreeg Rula Elatauna, directeur van de stichting Alnuhud in 2010 de Zusman-Joint Prize voor de integratie van minderheden in de Israëlische samenleving.

    Over de auteur