fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Israëlische Arabieren en de Islamitische Staat

    10 december 2014

    De Israëlische wet maakt de arrestatie van burgers mogelijk die in vijandelijk gebied vechten, ook hun ondervraging en beschuldiging. Maar pas alleen wanneer zij van het slagveld terugkeren.

    De niet bevestigde berichten dat dr. Othman Abdel Kian, een Israëlische arts, in Syrië omgekomen is terwijl hij daar vocht voor IS, hebben opnieuw in de media en in het publieke debat de schijnwerpers gericht op de link tussen de Arabische gemeenschap en de staat.

    Zover bekend bij de Israëlische autoriteiten, is hij de derde Israëli die zich bij de radicale jihadbeweging aansloot en tijdens een actie stierf sinds het begin van de burgeroorlog in Syrië drieëneenhalf jaar geleden. Israëls Veiligheidsdienst Shin Bet, die als wettelijk mandaat tot doel heeft terrorisme en sabotage te voorkomen, houdt toezicht op de ontwikkelingen op dit terrein. Onderzoeksanalisten van de Shin Bet schatten dat zo’n 30 Israëlische Arabieren zich aangemeld hebben bij IS.

    Hoewel elke vrijwilliger een verschillende achtergrond heeft, is er toch een punt van overeenkomst tussen de meesten van hen. Zij hebben allemaal in het buitenland gestudeerd, in Jordanië of Europa, waar zij geestvervoerende prekers in een moskee ontmoetten, of mensen die hen inpalmden en ronselden.

    Via Turkije naar de IS-bataljons
    Deze jonge studenten voelden zich aangetrokken tot deze nieuwe wereld die ze ontdekt hadden. Zo kwamen ze in een proces van religieuze radicalisering terecht dat hen uiteindelijk naar de slagvelden van IS dreef. Het gedragspatroon was steeds hetzelfde. In de meeste gevallen raakten zij onthecht van hun familie en vrienden, en reisden ze naar Turkije. Dat is voor elke Israëlische of westerse rekruut een wettig en gemakkelijk gebied om doorheen te reizen. “Aangezien het volstrekt legaal is voor Israëlische burgers om naar Turkije te gaan, kunnen we hen niet tegenhouden op hun weg er naar toe, tenzij er precieze informatie is over hun bedoeling. En zelfs dan is alles wat we kunnen doen, hen waarschuwen dat ze op ons radarscherm zijn en dat we van hun plannen weten,” zei een hogere veiligheidsofficier.

    Als ze in Turkije zijn, ontmoeten deze rekruten hun contactpersoon – een IS-activist die hen instrueert hoe de veiligheid onderweg te bewaren en voorzichtig te zijn. Hij draagt zorg voor hun behoeften en begeleidt hen naar een vertrouwde grensovergang met Syrië.

    Eenmaal in Syrië, worden de rekruten verder geïnstrueerd en gehersenspoeld. Vervolgens worden ze meegenomen naar een geheime locatie waar ze een snelle ‘cursus’ krijgen om bekend te raken met militaire basisvaardigheden. Na een week of twee – naar gelang hun militaire vorderingen en eerdere burgerervaring – worden de rekruten naar IS-bataljons in Syrië of Irak gestuurd.

    Israëlische wet
    De Israëlische wet maakt de arrestatie van burgers mogelijk die in vijandelijk gebied vechten, ook hun ondervraging en beschuldiging. Maar alleen pas wanneer zij van het slagveld terugkeren. Er hebben zich een paar van deze gevallen voorgedaan, waarbij Israëlische Arabieren tot gevangenisstraf veroordeeld waren op beschuldiging van illegaal binnengaan van vijandelijke landen zoals Syrië, en op beschuldiging van onwettige militaire training en connecties met of lidmaatschap van een terroristische groep. Terloops heeft de regering onlangs IS tot een onwettige bond verklaard.

    Marginaal verschijnsel
    De Arabische minderheid in Israël bestaat uit zo’n 1.7 miljoen mensen. De ongeveer 30 van deze burgers die zich vrijwillig aangemeld hebben om te vechten voor de zaak van IS, vormen een marginaal verschijnsel. Verhoudingsgewijs – met betrekking tot hun grootte en deel uitmaken van de bevolking, is het percentage veel kleiner dan de honderden Franse of Britse moslims die zich bij IS gevoegd hebben.

    In deze betekenis roept dit lage en onbetekenende getal gelijksoortige incidenten van de afgelopen 50 jaar in herinnering, toen leden van de Arabische gemeenschap zich aanmeldden bij andere islamitische of terroristische organisaties. Heel weinig Israëli’s voegden zich bij de PLO toen het in de ogen van de Israëlische wet beschouwd werd als een terreurorganisatie, en zelfs nog minder sloten zich aan bij de Hamasgelederen.

    Hetzelfde kan gezegd worden van de tientallen Israëli’s die gedurende de laatste twintig jaar besloten te werken voor de Libanese sjiietische Hezbollah beweging, in verschillende capaciteiten zoals spionnen, smokkelaars van wapens en explosieven, of algemene handlangers.

    De paar tientallen die tot dusver zich aansloten bij IS, hebben niet alleen de Shin Bet verrast, maar ook het politiek leiderschap van de Israëlisch-Arabische gemeenschappen. Arabische knessetleden zijn niet minder bezorgd dan de Israëlische veiligheidsdiensten. De Islamitische Beweging in Israël, beschouwd als de meest radicale religieuspolitieke organisatie in de Arabische gemeenschap, is fel gekant tegen het fenomeen.

    Al met al – en ondanks hun gevoel van vervreemding en van gemarginaliseerd worden en de mogelijkheid van het inleveren van hun rechten in de Joodse staat – samen met een zeker gevoel van ontevredenheid, zijn de meeste Israëlische Arabieren loyale burgers die net als hun Joodse buren een normaal leven willen leiden vrij van en niet gelieerd aan terrorisme.

    Dit artikel is geschreven door Yossi Melman, en verscheen in het novembernummer 2014 van The Jerusalem Post Christian Edition. Vertaling: Evelien van Dis.

    (Jossy Melman is een Israëlische journalist en schrijver die zich specialiseert in zaken betreffende veiligheid en inlichtingendiensten.)