fbpx
  • Israëlische artillerie langs de grens met Libanon. | Foto: Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    ‘G’d, laat het rustig blijven’

    Joanne Nihom - 29 januari 2015

    Dinsdagmorgen
    In kibboets Rosj Hanikra. Aan de Libanese grens. Voor een zakelijke afspraak met een vrouw die ik nog niet eerder heb ontmoet. Tijdens het gesprek gaat haar telefoon. “Sorry, het is mijn zoon, mag het even? Hij is in het leger en zit op de Golan.” Ik hoor haar zeggen: “Ja, lieverd, hier is alles goed.”

    Het telefoongesprek duurt nog geen vijf seconden. “Hij belt heel even, omdat hij weet van de zorgelijke situatie hier aan de grens, de lieverd.” Nog geen tien minuten later krijg ik bericht op mijn telefoon dat er twee raketten vanuit Syrië op de Golan zijn afgevuurd. We kijken elkaar aan en ik zie haar denken:” G’d laat hem gezond zijn.”

    Weer thuis hoor ik vliegtuigen en heliopters en straaljagers overvliegen. Urenlang. Het brengt gevoelens terug uit 2006 toen ik, net in Israël, belandde in de Tweede Libanonoorlog. Net zoals toen schrik ik van ieder bekend en onbekend geluid. Bij alles wat ik doe, denk ik: ik hoop niet het alarm zo gaat.

    Woensdagmorgen
    Het is nog steeds onrustig in het noorden. Hier bij ons, aan de Libanese grens en ook met de grens bij Syrië. Het voelt allemaal niet goed. Ik wil alles in huis hebben voor ‘je weet maar nooit’. Misschien overdreven, maar toch …

    Ik rijd naar het Arabische buurdorp om geld te pinnen. De bank staat midden in het centrum. Ik ben er blijkbaar niet helemaal met mijn gedachten bij, want ik rij, terwijl ik wil parkeren, tegen een stilstaande auto aan. De klap is enorm, ik spring uit de auto. Een vriendelijke Arabisch sprekende man komt naar me toe. Het is zijn auto.

    “Het is allemaal blikschade, niets aan de hand,” zegt hij lachend. Bent u in orde? Dat is het belangrijkste, dat we gezond zijn.” De schade valt mee en we besluiten het onderling te regelen. Ik zorg er voor dat zijn auto gemaakt kan worden bij de garage in ons dorp. “Als de reparatie duurder is dan in ons dorp, dan laat ik het liever daar maken. Ik wil u niet op kosten jagen. Als u komt om te betalen, dan gaan we samen humus eten, in ons dorp is de beste hummus van Noord Israël.”

    Vrolijk door deze ontmoeting stap ik weer in mijn auto. Die heeft alleen wat krassen. Ik doe vlug mijn boodschappen om zo snel mogelijk weer thuis te zijn. In de lucht is het druk. Dat blijft zo de rest van de dag en avond.

    Dan komen de berichten binnen … een aanslag van Hezbollah op een Israëlisch militair konvooi. Israël slaat terug. Uren later komt het bericht door dat bij de aanslag twee Israëlische soldaten zijn gesneuveld, zeven soldaten gewond zijn geraakt. Ik huil van binnen, ik huil van buiten. Ik weet hoe het gaat.

    Nu hebben de soldaten nog geen namen en nog geen gezichten. Later op de avond, als al hun familieleden zijn ingelicht, zullen die bekend worden. Dan worden ze van twee onbekende soldaten twee bekende soldaten. Twee mooie, dappere, lieve, stoere jongens. Jonge jongens. Vanmorgen hebben ze misschien hun moeders nog gebeld, een paar seconden, om even dag te zeggen.

    G’d, laat het rustig blijven verder.

    De gesneuvelde jongens waren sergeant Dor Nini (20) en kapitein Yochai Kalengel (25), die een vrouw en een jonge dochter achterlaat.

    Foto: Israëlische artillerie langs de grens met Libanon. | Foto: Flash90

    Over de auteur