fbpx
  • Premier Benjamin Netanyahu begroet president Barack Obama tijdens een bezoek aan Israël. - Foto: Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Waarom Obama Netanyahu verafschuwt … en omgekeerd

    13 maart 2015

    Het haatgevoel tussen de twee leiders over de “deal” met Iran is op het kookpunt maar berust op een oudere en diepere afkeer die niet zal eindigen ongeacht hoe die crisis wordt opgelost.

    In november 2009, nodigde de Duitse Bondskanselier Angela Merkel de president van de VS Barack Obama uit om de 20ste verjaardag van de val van de Berlijnse muur bij te wonen. Obama was toen nog in het eerste jaar van zijn regering. De jaarlijkse herdenking herinnert de Europeanen aan de uiteindelijke nederlaag van de bloedige ideologische uitwassen van de 20ste eeuw, een te boven komen van een verschrikkelijke geschiedenis – meer dan iets anders – dankzij Amerikaanse macht en Amerikaans idealisme. Het is moeilijk om een meer pro-Amerikaans politiek verhaal te bedenken dan dat wat vele miljoenen Europeanen voelen en zich herinneren op die dag.

    De leiders van Europa waren er allemaal bij, van de premier van Groot-Brittannië tot de presidenten van Frankrijk en Rusland. Maar Obama was er niet. De president had het druk, zei het Witte Huis, door “verplichtingen in verband met een aanstaande trip naar Azië.”
    De Europeanen waren geschokt. “Barack heeft het te druk” luidde de wrange kop van Der Spiegel.

    Zijn reisschema als president gaf iets weer van zijn wereldvisie en de plaats van Amerika en zijn regering daarin

    De gebeurtenis botste niet werkelijk met het schema, maar meer met zijn buitenlands-politieke gevoeligheden. Obama reisde een maand eerder dan deze manifestatie naar Kopenhagen om te lobbyen bij het Internationaal Olympisch Comité dat de zomerspelen van 2016 in zijn vroegere woonplaats Chicago zouden worden gehouden en hij zou een maand na de herdenking naar Europa terugkeren om de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst te nemen in Oslo.

    Zijn reisschema als president gaf iets weer van zijn wereldvisie en de plaats van Amerika en zijn regering daarin. De herdenking van de redding van Europa door Amerika had in deze visie geen belangrijke plaats.

    Midden-Oosten
    Het was eveneens veelzeggend dat de eerste trip van Obama naar het Midden-Oosten, in april 2009,
    naar Turkije leidde. “De democratie van Turkije is uw eigen prestatie. Het was u niet opgelegd door enige macht van buiten,” vertelde hij het Turkse parlement in een klaarblijkelijke veroordeling van zijn voorganger in het Witte Huis.

    Zijn eigen levenservaring, vertelde hij de volksvertegenwoordigers, deed hem besluiten om naar Istanbul te gaan. “de Verenigde Staten zijn verrijkt door Amerikaanse moslims,” zei hij. “Veel andere Amerikanen hebben moslims in hun familie, of hebben gewoond in landen met een moslimmeerderheid. Ik kan het weten, want ik ben een van hen.”

    Zijn tweede Midden-Oostentrip bracht hem op 4 juni naar Caïro, waar hij zijn beroemde toespraak hield tot de moslims van de wereld, een toespraak waarin hij erkende dat Amerika te vaak onder- deel van het probleem in de moslimwereld was geweest in plaats van onderdeel van de oplossing.

    Reis na reis, werd iets belangrijks duidelijk over de prioriteiten en gevoeligheden van Obama.
    En voor de Israëli’s, evenals de Duitsers vóór hen, was het niet moeilijk te zien dat Obama met zijn reisplannen, en daarmee zijn politieke prioriteiten, hen links scheen te laten liggen

    Chicago
    Op een recente bijeenkomst van de Israëlische Raad voor Buitenlandse betrekkingen, noemde de eminente oud-directeur-generaal van het Ministerie van Buitenlandse zaken, prof. Shlomo Avineri, de buitenlandpolitiek van Obama “provinciaal.” Het was een vreemde woordkeus om het
    politieke beleid van een president met zo’n kosmopolitisch voorkomen en zo veel gretigheid om met de wereld in contact te treden, zo te beschrijven.

    Maar Avineri had een punt.

    Obama’s opmerkelijke memoires, Dreams from My Father, bevatten een krachtig verhaal over hoe zijn ervaringen als jonge, scherp observerende maatschappelijke activist in Zuid-Chicago, hem de gevoeligheid bijbrachten die zijn presidentschap zouden gaan bepalen.

    In het boek beschrijft hij zijn reactie toen hij de kinderen van een arme buurt van Chicago het onderscheid hoorde maken tussen ‘goede en slechte kinderen’. ”dat onderscheid klopte niet voor mijn gevoel.” Als een bepaald kind “terecht kwam in een bende of in de gevangenis, zou dat dan op de een of andere manier iets bewijzen over zijn wezen, een gen van onhandelbaarheid … of juist iets over de consequenties van een misdeelde omgeving?”

    “In elke gemeenschap, krijgen jonge mannen gewelddadige neigingen”, vertelde een leraar in Chicago hem in de late tachtiger jaren op een High School met een zwarte meerderheid. “Of deze neigingen worden gestuurd en gecorrigeerd tot een creatief streven naar beter of deze neigingen richten de jonge man, of de gemeenschap, of beide te gronde.”

    Voor Obama is terrorisme in de kern een product van sociale desintegratie

    Het boek is vol van zulke overpeinzingen en zij klinken door in het spraakgebruik van Obama als president. In zijn laatste toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties , verzekerde hij dat “op plaatsen waar jonge mannen alleen kunnen kiezen tussen de dictaten van de staat of de verleiding van een extremistische ondergrondse, kan geen enkele antiterreurstrategie succesvol zijn.”

    Voor Obama is terrorisme in de kern een product van sociale desintegratie. Oorlog mag nodig zijn om bijvoorbeeld de verspreiding van Islamitische Staat (IS) onder controle te houden, maar alleen sociale hervormingen kunnen er een heilzame werking op uitoefenen.

    Voeg bij deze sociale visie de ervaring van de complete outsider— half blank en half zwart, met een jeugd en een familie verspreid over de wereld. Dan begint men het profiel te zien van een man met automatische empathie voor mensen aan de rand van de samenleving en een bijna instinctief gevoel dat de meest kenmerkende problemen van de wereld niet voortkomen uit een ideologie maar uit onderdrukkende sociale en economische structuren die deze uitsluiting bekrachtigen. Deze gevoeligheid is breder dan welk economisch systeem dan ook en is geworteld in de harde ervaring van Zuid-Chicago.

    Maatschappelijke buitenlandpolitiek
    Nadat dat hij het roer had overgenomen van de absolute grootmacht van de wereld, ging deze maatschappelijk activist aan de slag om een buitenlands beleid te ontwerpen dat dit bewustzijn vertaalde in actie op het gebied van de wereldpolitiek.

    Zoals James Traub in een recent essay opmerkte in Foreign Policy: “De noodzaak die hij en zijn adviseurs voelden was niet alleen om een ‘post-Bush-verhaal’ te introduceren, maar ook een ‘post-post-9/11-begrip’ van wat in de wereld gedaan moest worden. Zij geloofden dat de grote vraagstukken waarmee de Verenigde Staten te maken kregen niet de traditionele vraagstukken tussen staten waren, maar nieuwe, waarin gezocht werd om het goede voor de wereld te bevorderen , wat samenwerking op wereldniveau vereiste — klimaatverandering, energievoorziening, zwakke en falende staten, nucleaire non-proliferatie. Het waren juist deze zaken waarvoor het nodig was de steun van de burgers zowel als de leiders van de wereld te verwerven.”

    De wereld was één groot Chicago, haar wezenlijke problemen niet werkelijk verschillend van die van de zwarten van Zuid-Chicago en de oplossingen voor deze problemen kwamen voort uit hetzelfde menselijk vermogen om maatschappelijke verdeeldheid en ongelijkheid te overwinnen. Dit was het ‘provincialisme’ van Obama — zijn wereldbeschouwing met een voorkeur voor de benadeelden en de onderdrukten. Hij zag daarbij de ideologische en politieke botsingen tussen regeringen als secundair aan de meer universele en uiteindelijk sociale crises die een wereld in wanorde beroerden.

    Jeruzalem
    Het was deze brede humanitaire visie die er toe leidde dat Obama zijn eerste grote strategische
    fout zou maken waar het Israël betrof. Inderdaad, het was in Israël dat zijn verhaal met betrekking tot de wereldvraagstukken botste op de onbarmhartige realiteit van de wereldpolitiek.

    In zijn speech in Caïro , terwijl hij bezwoer Israël te verdedigen en hoog opgaf van het bondgenootschap van Amerika met de Joodse staat, vertelde Obama ook aan de moslimwereld
    dat de nederzettingen van Israël onwettig waren. Dit was in tegenstelling tot het eerdere standpunt van Amerika dat ze slechts onverstandig waren. Daarnaast deed Obama het voorkomen dat de Joodse claim op Israël zijn oorsprong vond in de verwoesting van de Holocaust in plaats van de eeuwenoude Joodse verbondenheid met het land.

    Deze belediging van de wettigheid van de Joodse staat in Israël, zowel in taal als reisschema, was volkomen onbedoeld. Dit gebeurde slechts een paar maanden voordat hij onbewust de Duitsers beledigde met zijn afwezigheid bij de herdenking van de Berlijnse muur. In beide gevallen was de reden dezelfde: welvarend, machtig Israël, evenals Europa, vormde geen deel van de wereld die Obama trachtte te redden. Door zijn succes was Israël niet relevant in zijn buitenlandse politieke visie.

    Met één uitzondering: de maatschappelijke, economische en politieke onrechtvaardigheid door Israël de ongelukkige Palestijnen aangedaan.

    Het conflict
    Het Israëlisch-Palestijnse conflict scheen voor een groot deel overeen te komen met het maatschappelijke kwaad in Amerika dat hij zijn hele volwassen leven had bestreden: een conflict
    tussen verdeelde gemeenschappen, onderhouden door onverdraagzaamheid, verhalen over slachtofferschap die elkaar uitsluiten en de zwak makende afwezigheid van inleving en hoop.

    Maar wereldpolitiek is geen maatschappelijk werk. En wat geldt voor Chicago geldt niet noodzakelijk voor Jeruzalem

    Obama’s vroege en energieke inzet om Israël en de Palestijnen vrede te laten sluiten had zijn oorsprong niet in de gebruikelijke strategische overwegingen die de drijvende kracht zijn van buitenlandse politiek, maar in het idee dat het precies paste bij de nieuwe gevoeligheid die nu zijn presidentschap bepaalde.

    Maar wereldpolitiek is geen maatschappelijk werk. En wat geldt voor Chicago geldt niet noodzakelijk voor Jeruzalem. Obama’s eerste en belangrijke stap in het conflict, premier Benjamin Netanyahu dwingen tot een 10-maanden durende bouwstop in de nederzettingen buiten Jeruzalem, zette de toon voor de pogingen van de volgende vijf jaar.

    Obama’s Witte Huis was verward en gefrustreerd toen het duidelijk werd dat Netanyahu’s ongekende maatregel om vertrouwen te winnen in werkelijkheid de Palestijnen weg dreef van de onderhandelingstafel.

    Concessies
    Het Israëlisch- Palestijnse conflict is geen strijd tegen sociale en economische achterstand, maar van nationale identiteit. Zelfs als hij een vredesovereenkomst met Israël wil – wat Obama van harte gelooft – moet PA-voorzitter Mahmoud Abbas manoeuvreren binnen de grenzen van een Palestijns
    nationaal verhaal dat de Joodse nationale zaak als hopeloos onwettig verwerpt. Abbas kan simpelweg geen compromis sluiten. Hij moet zorgen dat hij wint.

    Dus het feit dat het Witte Huis een ongekende bouwstop in de nederzettingen had gevraagd en gekregen van Israël, bewees de Palestijnen niet dat Israël geneigd was tot compromis. Het was eerder het bewijs dat hun eigen leiders minder vroegen van de gehate bezetter dan het openlijke pro-Israël Witte Huis. Het Witte Huis, een bolwerk van Zionisten zoals ze zelf toegaven, had moeiteloos een concessie los gekregen die geen Palestijnse leider ooit zelfs maar had gevraagd.

    In zijn eerste poging om vertrouwen te winnen tussen de twee partijen, had Obama’s Witte Huis op een rampzalige manier de politieke manoeuvreerruimte van het Palestijnse leiderschap in eigen huis beperkt. Deze aanvankelijke fout bracht een dynamiek tot stand die Amerika’s meest verwoede pogingen om de onderhandelingen nieuw leven in te blazen zou dwarsbomen. Elke keer als de Amerikaanse druk op Israël toenam, nam ook de druk vanuit de achterban op de Palestijnse leiders in gelijke mate toe om hun eisen en voorwaarden te verhogen.

    Gevaarlijk naïef
    Een maatschappelijk activist hoeft niet te worstelen met deze lagen van ideologie en identiteit, met de onverzoenlijke logica van een etnisch conflict, en Israël ging spoedig geloven dat Obama daar geen oog voor had. Na 2010 bleef Obama een geacht persoon bij de Israëlische man in de straat, maar volgens de peilingen verloor hij iets wat belangrijker was dan sympathie: men zou hem gaan zien als gevaarlijk naïef. De Israëli’s hadden wel vertrouwen in zijn bedoelingen maar niet in zijn beoordelingsvermogen.

    Obama’s buitenlandpolitiek heeft zich ontwikkeld in de zes jaar sinds hij president werd. Zijn aanvankelijk optimisme is getemperd door de realiteit van Oekraïne, Syrië en andere crises.
    Amerikaanse beleidsmakers worstelen nog om de visie, kenmerkend voor zijn presidentschap te vertalen naar slimme wereldpolitieke actie.

    Terwijl hij luid werd toegejuicht overal waar hij kwam, heeft Obama in deze vijf jaar stilletjes en meestal onbedoeld, de bruggen verbrand naar een aantal van Amerika’s naaste bondgenoten. Zes jaar in het ambt en de glans is verdwenen. De optimistische ijver om zich met de wereld bezig te houden is vervaagd tot een handvol minimale uitgangspunten: dood elke terrorist die een Amerikaan bedreigt, vermijd kostbare oorlogen, blijf vrienden met stabiele bondgenoten.

    Persoonlijke afkeer
    Het Witte Huis van Obama verafschuwt Benjamin Netanyahu, het is een vijandigheid waar ervaren
    waarnemers van de relaties tussen de VS en Israël dikwijls op wijzen, maar zelden proberen te verklaren. De afkeer van president Obama tegen Netanyahu is intens, en dit gevoel dringt soms door in de rangen van adviseurs en hooggeplaatste functionarissen aan beide kanten.

    Er bestaat weinig twijfel dat de minachting persoonlijk is geworden. Een Amerikaans-Joodse leider heeft verklaard dat het president Obama zelf was die het interview gaf aan The Atlantic waarin een niet genoemde functionaris Netanyahu bespotte als ‘chickenshit’ – maar de oorsprong gaat dieper dan persoonlijke afkeer.

    Netanyahu ziet alles zonder meer als sectorbepaald. Zijn retoriek over de laatste zes jaar wordt beheerst door eindeloos herhaalde gemeenplaatsen over de Joodse geschiedenis en Joodse rechten. Zelfs als hij een retorische olijftak aanbiedt, zoals bij zijn beroemde toespraak van 2009 voor de Bar-Ilan universiteit, weigert hij te zeggen dat hij het principe aanvaardt dat verhalen die met elkaar in strijd zijn, beide legitiem zijn. In de uren voordat hij opsteeg voor de omstreden trip naar Washington voor zijn toepsraak voor het Amerikaanse Congres, nam Netanyahu tijd om te bidden bij de Kotel (Klaagmuur) in Jeruzalem en maakte hij een ‘bedevaart’ naar het graf van zijn vader, een historicus van de Joodse geschiedenis en vervolging, wiens focus op het Joodse lijden door de eeuwen heen nadrukkelijk aanwezig is in Netanyahu’s wereldbeschouwing.

    Beperkt perspectief
    Voor Obama is Netanyahu als Rafiq al Shabazz, een voormalig bendelid dat overging tot de Islam en een activist werd in Zuid Chicago’s zwarte gemeenschap in de jaren 80 van de vorige eeuw.
    In Dreams from My Father, herinnert Obama zich hoe Shabazz de moeilijkheden van de gemeenschap verklaarde: “Mensen van buiten onze gemeenschap verdienen geld aan ons en tonen geen respect voor onze broeders en zusters. Wat je hier eigenlijk hebt is Koreanen en Arabieren die de winkels runnen, de Joden die nog steeds de meeste gebouwen bezitten. Nu, op de korte termijn zijn we hier om te zorgen dat de belangen van de zwarte mensen in het oog gehouden worden, begrijp je. Als we horen dat een van die Koreanen een klant slecht behandelt , gaan we er werk van maken. We zullen er op staan dat zij ons respecteren en een bijdrage leveren aan de gemeenschap, onze programma’s betalen, of iets dergelijks.”

    Shabazz zag de belangen van de zwarten in beperkt perspectief, in alles of niets termen, waarbij hij
    niet in staat was te begrijpen wat Obama zag: dat in een onderling verbonden economie, of het nu van Chicago was of die van de wereld, de toekomstige welvaart en sociale vitaliteit van zwarten en Koreanen en Arabieren en Joden onlosmakelijk verbonden waren.

    Als Netanyahu doorgaat met spreken over Joodse geschiedenis voor de Algemene Vergadering van de VN terwijl hij weigert te spreken over Palestijnse die van rechten worden beroofd, als hij regelrecht en herhaaldelijk het concept verwerpt dat de uiteindelijke rehabilitatie van Iran mogelijk wenselijker is dan voortdurende confrontatie, dan hoort Obama de echo van deze activisten uit Chicago van wie de groepstrots meer kwaad dan goed deed voor hun gemeenschap.

    Netanyahu’s door partijschap bepaalde horizon; zijn diep gewortelde pessimisme over de Palestijnen en de regio; en de onbuigzame politiek die de scepsis van zijn kiezers zowel weerspiegelt als bezielt — voor Obama, belichamen deze eigenschappen alles wat er schort aan deze wereld. De “dodelijke tegenstander”van Amerika en de wereld, heeft Obama gezegd, is niet een vijand op wereldpolitiek gebied, maar het verlies aan hoop, de triomf van de onverschilligheid en verpletterende sociale, en uiteindelijk wereldpolitieke structuren die kansen belemmeren en ongelijkheid laten voortduren.

    Wederzijds
    Netanyahu, een bondgenoot te nabij en te luidruchtig om te negeren , gaat tekeer tegen de wereldbeschouwing van Obama en hij vormt zo een levensgrote afkeuring van het ruimdenkend bewustzijn van Obama en zijn politieke indentiteit .

    Ook Netanyahu veracht Obama. De blindheid van de Amerikaanse president voor de realiteit van de wereldpolitiek is gebaseerd op een ongegrond vertrouwen in zijn eigen morele superioriteit, zo gelooft Netanyahu. En Israël zal een zware prijs gaan betalen voor die kronkel in zijn persoonlijkheid, niet alleen in de verkeerd aangepakte vredespogingen, maar ook op het veruit gevaarlijker slagveld van de Irancrisis.

    Netanyahu groeide op in de identiteitspolitiek die Obama in verwarring heeft gebracht. Hij begrijpt – zoals zijn Amerikaanse tegenhanger dat niet kan – de rol die verhalen over nationale identiteit spelen in binnenlandse en internationale politiek. Deze beoordeling overtuigde hem ervan dat vrede met de Palestijnen niet bereikt kan worden zonder erkenning.

    In de tussentijd zullen Israëlische concessies aan een Palestijns leiderschap dat Israëls bestaansrecht blijft afwijzen alleen maar de impuls om nee te zeggen versterken

    Tenzij de Palestijnse nationale beweging ertoe komt om te accepteren dat er een bepaald wettelijk kader is voor de Joodse claim op een thuisland in Israël, zullen de Palestijnse leiders star blijven en niet in staat zijn om een compromis te sluiten voor vrede. In de tussentijd zullen Israëlische concessies aan een Palestijns leiderschap dat Israëls bestaansrecht blijft afwijzen alleen maar de impuls om nee te zeggen versterken, namelijk door de illusie te onderhouden dat een uiteindelijke overwinning op Israël’s bestaan mogelijk is.

    Voor Netanyahu is dan ook elke Amerikaanse strategie die begint met Israëlische concessies, in plaats van het zoeken naar een verandering van het kernverhaal van de andere kant, hetzelfde als het paard achter de wagen spannen. Het geeft alleen de zekerheid van voortdurend falen.

    (Het moet gezegd worden: de Palestijnse onwil om Israël als wettig te zien vindt een tegenhanger in Israëls politiek die elke rechtvaardiging van het Palestijnse verhaal afwijst, een neiging die het meest gevonden wordt aan Netanyahu’s kant van de politieke kaart. Ook voor Netanyahu zijn de kosten van een compromis niet gering en ze zullen alleen maar toenemen als de Palestijnse politiek zich blijft verschuilen achter het verhaal van afwijzing.)

    Iran
    Wat betreft Iran is Netanyahu’s beoordeling van de strategische kwaliteiten van Obama eveneens niet vleiend. Door het loslaten van de status quo van de sancties, waarbij de VS al de kaarten in hand hield en de wereld verenigd was in het verzet tegen Iran’s nucleaire ambities, heeft Obama veel toegegeven en weinig ontvangen.

    Een land ter grootte van West-Europa dat hele installaties verbergt en herhaaldelijk liegt tegen de inspecteurs van de IAEA en de Veiligheidsraad van de VN is niet te vertrouwen als het gaat om het houden van een overeenkomst. Een wereld die nauwelijks een vooruitzicht op oorlog kan verdragen, zou nu zelfs het opnieuw instellen van de sancties niet accepteren. De dam is doorgebroken en niemand kan garanderen dat hij hersteld kan worden als Iran de overeenkomst schendt.

    Het favoriete argument van het Witte Huis voor de ‘deal’: De Westerse machten hebben de keus tussen een overeenkomst sluiten of oorlog, demonstreert voor Netanyahu de onbekwaamheid die hij zag in de strategie van het Witte Huis. Het argument kwam neer op een verklaring aan de Iraniërs dat de VS een overeenkomst meer nodig had dan zij.

    Toespraak
    Ook de klacht over zijn beslissing om een toespraak te houden voor het Congres kon op weinig sympathie rekenen van de Israëlische leider. Uiteindelijk was Obama de eerste die naar de hoofdstad van de ander gereisd was en hem berispt had voor zijn eigen volk. Toen Obama tenslotte naar Israël kwam als president in maart 2013 sloeg hij nadrukkelijk een uitnodiging af om het Israëlische parlement toe te spreken — de vergelijking met zijn vurige toespraak tot het parlement in Istanbul vier jaren daarvoor werd zeker opgemerkt door Israëlische experts— en hij hield in plaats daarvan een openbare speech tot een gehoor van jonge Israëli’s in Jeruzalem’s Internationale Congrescentrum.

    Het was een toespraak “tot het volk van Israël” niet tot zijn leiderschap, zei het Witte Huis, zoals ook de speech in Caïro niet gericht was tot de regering maar tot moslims. “Ik kan je dit voorspellen
    vertelde Obama over hun premier, “politieke leiders zullen nooit risico’s nemen als het volk ze niet onder druk zet om een zeker risico te nemen.”

    Netanyahu heeft Obama’s Witte Huis afgeschreven als een mislukking; verblind door zijn verheven zelfverzekerdheid. Het kan niet vertrouwd worden in het bekwaam hanteren van de veiligheid van de wereld. Obama heeft Netanyahu afgeschreven als een obstakel, een huichelachtige partijganger. Zijn beperkte blik op politiek staat een betekenisvolle vooruitgang in de weg met betrekking tot welk vraagstuk dan ook waar hij bij betrokken is.

    Voor beide mannen is de kloof dieper dan de scheiding tussen Democraten en Republikeinen, dieper dan het Palestijnse vraagstuk, dieper zelfs dan het geschil over Iran. Obama heeft geprobeerd een nieuw bewustzijn te introduceren in de zaken die de wereld aangaan, een bewustzijn dat bepaald wordt door zijn politieke identiteit. Netanyahu verdedigt uitdagend de oude manier van zaken doen. Hij gelooft dat de veiligheid van zijn natie ervan afhangt.

    Dit artikel werd geschreven door Haviv Rettig Gur van The Times of Israel. | Vertaling: Jan Wemmers