fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Toespraak Wolfgang Kotek in LJG Amsterdam

    Sara van Oordt - 1 mei 2015

    Geachte dames en heren, beste vrienden,

    Wij vieren hier dat Nederland 70 jaar geleden bevrijd werd van de tirannie van het Nationaal-Socialisme. Het is een voorrecht om u op deze plaats ter gelegenheid van onze bevrijding te mogen toespreken in deze moderne synagoge, uit de puinhopen herrezen na de tirannie jegens Joden van de vorige eeuw.

    Ik sta hier als niet meer zo jonge overlevende van het naziregime. Men verzocht mij iets over mijn oorlogsverleden te vertellen. Het is een triest scenario. In november 1930 werd ik als Joods jongetje geboren in Wuppertal, Duitsland. Al ruim vóór de Tweede Wereldoorlog was ik onderwerp van bedreigingen, pesterijen, spot, uitsluiting en mishandeling. Al op zesjarige leeftijd werd ik door volwassen buren in mijn gezicht gespuugd die mij “Jud verrecke” toesnauwden. Ik begreep de agressie niet, want in de in 1938 verwoeste fraaie synagoge leerde ik – zoals talrijke andere Joodse kinderen – te geloven in G’d en in de innerlijke goedheid van de mens. ‘Alle Menschen werden Brüder’ was de drijfveer van ons bestaan.

    Tot eind 1938 moesten Joodse kinderen nog naar school. Niet om te leren maar om door medeleerlingen te worden gepest en bespot. Ik had het geluk om mijn eerste klas basisonderwijs incognito en op een afgelegen katholieke school te kunnen doorbrengen. Alleen de niet-nazistische leiding wist dat ik een Joods kind was… Overigens, niet alle Duitsers waren nazi’s. Voorin de klas hing een portret van Hitler als kindervriend met daarnaast een katholiek kruisbeeld met Jezus. Als de leraar de klas binnenkwam moest ik opspringen uit de bank, met de hakken klikken en de Hitlergroet brengen. Daarna moest ik gaan zitten, een kruisje slaan en in devotie een gebed uitspreken. In dat gebed kwamen twee ‘Heilanden’ voor, die als een twee-eenheid werden opgevoerd: Jezus Christus en Adolf Hitler.

    In datzelfde jaar werd ik verschillende keren door de Hitlerjeugd opgesloten in een kelder, gemolesteerd en aan mijn benen over glasscherven op straat gesleept. Ik liep er een slagaderlijke bloeding aan mijn linkerpols mee op. De elf hechtingen zijn nog zichtbaar. In oktober 1938 werd mijn vader door de nazi’s opgepakt en op een schoen en een slof in erbarmelijke omstandigheden gedeporteerd naar Polen, zijn geboorteland…. Ik kon geen afscheid van hem nemen.

    Op 9 november 1938 werd onze fraaie synagoge, een juweeltje van architectuur, met ongeveer 1500 andere Duitse synagogen in brand gestoken en verwoest. Die nacht van massale terreur naar Joden is de geschiedenis ingegaan als de Kristallnacht. Voor mij als joods kind was er geen toekomst meer in Duitsland. Ik vluchtte als jochie van net acht jaar zonder ouders naar Nederland. Zo’n zeven jaar lang was ik ontheemd en ouderloos. Ik leidde een zwervend, vaak eenzaam bestaan in veertien gezinnen en kosthuizen. De Joodse Raad en daarna het volstrekt onbaatzuchtige christelijke Genootschap der Quakers betaalden zonder bekeringsdrang mijn kostgeld. In 1942 moest ik, voorzien van de verplichte Davidster, naar het joodse schooltje in Apeldoorn. Van dit schooltje, met 55 joodse kinderen tot en met 13 jaar, hebben slechts 5 kinderen de oorlog overleefd, ik ben er één van. De twee joodse leerkrachten werden ook gedeporteerd en mochten de bevrijding niet beleven.

    Van de ongeveer 2000 joodse kinderen die in 1938 evenals ik zónder ouders – die werden immers niet toegelaten – uit Duitsland naar Nederland vluchtten en in kindertehuizen belandden, eindigden er 1400 in de vernietigingskampen. Met vaders Joodse familie in Polen verliep het niet beter. Al mijn familieleden werden in 1942 vanuit het getto van Lodz naar het dodenkamp Chelmno vervoerd. Tijdens de rit daarheen werden zij op vreselijke wijze vermoord en gedumpt in massagraven. De nazi’s vervoerden hun joodse slachtoffers in afgesloten gaswagens en lieten de giftige uitlaatgassen naar binnen stromen, waardoor aan het einde van de reis iedereen was gestikt.

    Ieder verslag van mijn nog weinige in leven zijnde lotgenoten is intriest. In onze synagogen wordt terecht nauwelijks over de ellende uit ons verleden gesproken, want in ieder verslag komen precies dezelfde tsores bovendrijven. We willen in onze sjoels primair G’d en elkaar ontmoeten.

    In totaal werden in de Tweede Wereldoorlog zes miljoen Joden waaronder anderhalf miljoen kinderen vermoord. Niet te geloven, maar anderhalf miljoen joodse kinderen werden in een christelijk Europa vermoord. Dit terwijl in Nederland binnen de protestantse kerken een enorme discussie woedde die tot een complete kerkscheuring leidde. Thema dat tot dit schisma leidde was: de eventuele wedergeboorte van gedoopte kinderen. Honderdduizenden actieve verzetsstrijders – vermoord. Tienduizenden Sinti, Roma en andere tegenstanders van de Nazi-ideologie – vermoord. Tientallen miljoenen militairen en burgers kwamen door de oorlog om het leven. Het leed dat tussen 1938 en 1945 over de mensheid werd uitgestort is onbeschrijfelijk. Diepe wonden bleven en blijven nog achter bij de nabestaanden en diegenen die de hel mochten overleven. Het VERZET tegen dictatuur en despotisme kwam voort uit alle geledingen van de bevolking. Gelovigen en ongelovigen, armen en rijken, humanisten en atheïsten, politiek en niet-politiek betrokkenen.

    Helaas waren er vaak ook burgers, waaronder vermeende ‘gelovigen’, werkzaam in het verraad en actief in de collaboratie met de vijand. in Duitsland werd in het voetspoor van oude kerkvaders en enkele hervormers van het christendom furieus en gewelddadig antisemitisme officieel van de kansel gepreekt. Hitler die de Tien Geboden haatte, bezocht trouw de passiespelen in Oberammergau die voor 90% uit fanatiek antisemitisme bestonden. Niemand wist dat vrijwel alle eerste volgelingen van Yeshua van Nazareth Joden waren. Nederland telde naast rond 20.000 onderduikplaatsen voor Joden helaas ook 22.000 geregistreerde vrijwillige SS’ers. De helpers van Joden – hun nagedachtenis zij tot zegen -worden eervol herdacht in Yad Vashem.

    Een mensenleven was niets waard. Een verrader kreeg voor het verklikken van een moedige verzetsstrijder, een verborgen Jood of onderduiker een ‘beloning’ van enkele guldens.Een luttel bedrag incasseren voor moord op een medemens werd voor sommigen een sport. Hoe kon zoiets gebeuren?

    Als door een wonder overleefden mijn ouders de oorlog. Mijn vader in de onderduik en mijn dappere moeder in Duitsland. In april 1945 werden wij herenigd. Wij waren dolgelukkig maar tegelijkertijd ook wel wat van elkaar vervreemd. In 1945 was ik een oud mannetje in het lichaam van een jong kind. Nu ben ik een jong kind in het lichaam van een oud mannetje.

    Bij deze viering van 70 jaar bevrijding mogen wij de hemel prijzen dat we in Nederland leven, in een democratische rechtsstaat met een grondwet die mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid waarborgt. In een beschaafd land dat ondanks criminaliteit en gevaarlijke ideologieën hoogstandjes heeft op het gebied van moraal, gezondheidszorg, techniek en cultuur. Slechts één voorbeeld: Wij genieten van een imponerend wegennet, schitterende waterwerken en de skyline van onze steden. Echter, mondiaal baren de ontwikkelingen ons allen grote zorgen! Mensenrechten worden wel beleden maar vaak met voeten vertrapt. De wijdverbreide ideologie van haat en oproep tot moord door terroristische stromingen en schurkenstaten, die voor de vorm het Handvest van de Verenigde Naties steunen, doen sterk denken aan de barbarij van het nationaalsocialisme….

    Ook nu worden vele honderdduizenden mensen, waaronder vrouwen, kinderen, politieke of godsdienstige tegenstanders, gedood of mishandeld. Veel mensenkinderen zijn op de vlucht, verpauperen, verhongeren en sterven…. Hoe kunnen wij een einde maken aan deze heilloze rampspoed?

    Als joodse overlevende van de Shoa voel ik mij verbonden met de joods-christelijke traditie. Als arts had ik decennialang de gelegenheid om op te trekken met mensen van een andere levensbeschouwing, onder andere met Christenen uit reformatorische kringen. Als Jood mocht ik veel lief en leed met hen delen. Je moet dankbaar zijn als je bruggen kunt bouwen naar je medemens. Een blik in ons spreekwoordenboek toont aan dat veel van onze normen en waarden ontleend zijn aan ons in duizenden talen vertaalde Oude Boek. Zonder bronvermelding vinden deze wijsheden hun weerslag in onze moderne wetgeving. Zelfs de meest verstokte atheïst past zonder het te weten leefregels van de Berg Sinaï toe in zijn dagelijks leven.

    Het jaren geleden in gang gezette Conciliaire Proces, dat mensenrechten eerbiedigt en meer vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping poogt te realiseren, blijft zeer actueel. Nooit mogen wij vergeten dat in het verzet tegen de barbarij van de nazi’s ook veel mensen zonder enig ideologisch etiket een rol hebben gespeeld. Aan de vruchten ken je de boom. Wij ALLEN worden uitgedaagd bruggen te bouwen naar onze medemensen met andere levensbeschouwingen.

    Ik vind het heel bijzonder dat mijn verhaal mag worden afgesloten met het zingen van één van onze bemoedigende Psalmen, namelijk Tehilim 126 en dát op de melodie van het Hatikwa: ‘Hij die wenend voortgaat met zaaien zal, zijn schoven dragend, thuiskomen onder geluk’. Ik hoop dat de Altijdzijnde ons mag zegenen en behoeden. Dat Hij ons Zijn Licht en Zijn gunst mag schenken! lk verzoek u om op te staan en met mij mee te zingen.

    Thema

    Over de auteur