fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    De breuk tekent zich af

    Ds. Henk Poot - 15 juni 2015

    Vijftig jaar na de apostelconferentie in het jaar 46 is de situatie dramatisch veranderd. Laten we een paar dingen even op een rij zetten:

    Verwijdering
    We leven na de grote opstand van de Joden tegen de Romeinse overheersing. Die opstand heeft zeven jaar geduurd en in het midden daarvan is Jeruzalem ingenomen en verwoest.

    Maar niet alleen Jeruzalem, ook de tempel! De offerdienst in het heiligdom op Sion is gestaakt. Binnen de Joodse natie is een bezinning op gang gekomen hoe men nu verder moet. Wat langzamerhand duidelijk wordt is dat de orthodoxe stroming van de Farizeeën
    zich sterk ontwikkelt en de komende tijd haar stempel zal drukken op het Jodendom. De mondelinge traditie, de Misjna, wordt op schrift gesteld. Gebed en nauwgezette onderhouding van de wet zullen de plaats gaan innemen van de tempeldienst en dat zal tot in onze dagen voortduren.

    De grote stroming die Jezus als Messias erkent, heeft veel van haar sympathie verloren. Tijdens de opstand hebben de volgelingen van Jezus Jeruzalem verlaten en dat is hen door veel volksgenoten niet in dank afgenomen. Ze worden bovendien door de Farizeese stroming gezien als een concurrent, nu het er om gaat hoe de godsdienst van Israël vorm zal krijgen en wie dat zal gaan domineren.

    Er ontstaat een organisatie met aan het hoofd bisschoppen, kortom de christelijke kerk is bezig vorm te krijgen. Het centrum zal niet langer Jeruzalem zijn, maar Rome en Alexandrië en Antiochië in Syrië.

    Na een nieuwe opstand in de jaren 132 – 135 zullen de volgelingen van Jezus aanvankelijk dapper meestrijden, maar als de leider van deze opstand door een van de grote rabbijnen, rabbijn Akiva, uitgeroepen wordt tot Messias, haken ze af. Het zal door de rest als verraad aan de Joodse zaak beschouwd worden.

    Nu blijft er na deze nieuwe oorlog ook niet veel meer van de gemeente in Jeruzalem over. De meesten zijn gedood, Jeruzalem wordt voor Joden verboden terrein en er zullen hier en daar nog wat plukjes Joodse Christenen overblijven in het Overjordaanse.

    De christelijke kerk
    De volgelingen van Jezus bestaan nu vooral uit niet Joden en ze zijn verspreid over het gehele Romeinse rijk. Deze christenen gaan zich organiseren, nu de terugkeer van de Messias uitblijft. Er ontstaat een organisatie met aan het hoofd bisschoppen, kortom de christelijke kerk is bezig vorm te krijgen. Het centrum zal niet langer Jeruzalem zijn, maar Rome en Alexandrië en Antiochië in Syrië.

    Deze kerk hoeft op weinig sympathie te rekenen van het orthodoxe Jodendom. Er is ook een groot misverstand. De Joden denken dat deze beweging van christenen allerwege leert dat de wet is afgeschaft. Daarmee heeft zij in hun ogen alle legitimiteit verloren. Hoe bestaat het dat een beweging die zegt in de God van Israël te geloven, de wet, die heilig en goed is, terzijde schuift.

    Dat hadden de apostelen natuurlijk ook nooit beweerd. Zij hadden de wet die God aan Israël had opgedragen alleen niet als een verplichting gezien voor de gelovigen uit de volkeren. Dat was alles. Het probleem is alleen dat de kerk dat intussen wel was gaan uitdragen. Men zag de wet in algemene zin vervangen door het evangelie. De kerk werd in die dwaling ook niet teruggeroepen door de apostelen. Die waren inmiddels allen overleden.

    En ook de gemeente in Jeruzalem was niet in staat de gelovigen uit de volkeren te leiden en te inspireren en waar nodig te corrigeren. Die bestond immers niet meer.
    Eigenlijk stond het jonge instituut van de kerk alleen, steeds meer los van haar Joodse wortels.

    Hoe lezen we de Bijbel
    Een van de grote problemen is in deze jaren ook hoe de jonge kerk de Heilige Schrift moet verstaan. Het is duidelijk dat de Bijbel nog niet is aangevuld met het Nieuwe Testament. De Bijbel is de Tenach. Maar hoe lees je die?

    Op de wet hadden de apostelen, op zijn minst gezegd, niet de nadruk gelegd voor de nieuwe gelovigen. En de profeten? De profeten spraken over een herstel van Jeruzalem en een bevrijding van het Joodse volk. Maar dat leek zover weg: Jeruzalem was verwoest!
    Het is leerzaam om in dit verband de brief van Clemens te lezen.

    Clemens is de derde bisschop van Rome en hij schrijft in de jaren negentig een pastorale brief aan de gemeente van Korinthe. Hierin citeert hij uitvoerig uit de Schriften van de Tenach, hij noemt Paulus slechts eenmaal, zonder te verwijzen naar zijn brieven, en één keer noemt hij een evangelie, maar dat is het evangelie aan de Egyptenaren, een geschrift wat wij niet meer kennen. Over de toekomst weet hij niet veel meer te zeggen dan dat alleen God weet wat er in de toekomst gebeuren zal.

    Langzamerhand begint het idee te ontstaan dat de Heilige Schrift misschien anders verstaan en anders gelezen moet worden. In elk geval zal zij niet meer letterlijk opgevat kunnen worden.

    BEKIJK ALLE ARTIKELEN IN DEZE SERIE

    Over de auteur