fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Onderzoek naar Nederlands schoolboek over Israel (2/2)

    Yochanan Visser - 8 juni 2015

    Het Nederlandse studieboek Geschiedeniswerkplaats zorgde vorige week voor een stroom mediaberichten in Israël en in Nederland.

    In Israël was er veel kritiek op een aantal vermeende valse beweringen in het boek. Dit leidde uiteindelijk tot een telefoongesprek tussen de Israëlische minister van onderwijs Naftali Bennet en de Nederlandse staatssecretaris Sander Dekker. De Nederlandse ambassadeur in Israël, Caspar Veldkamp, zei tegen persbureau ANP dat hij denkt “dat er toch iets mis is gegaan in de kwaliteitscontrole bij uitgever Noordhoff.”

    Afgelopen woensdag kon u op deze website deel 1 van mijn analyse van het geschiedenisboek lezen. Hier volgt het tweede deel daarvan, waarin ik opnieuw een aantal onjuiste beweringen uit het boek zal uitdiepen.

    Pagina 108:

    7. In 1967 dreigde Nasser dat ze (Egypte red.) de Joden de zee zouden indrijven.Maar voor hij kon aanvallen, sloeg Israël toe. Israël had zich met Amerikaanse hulp tot de tanden bewapend. (pagina 108)

    De feiten: Israël viel Egypte aan nadat de Egyptische president Nasser de Rode Zee bij de Straat van Tiran had laten afsluiten voor alle scheepvaartverkeer naar Israël en nadat hij de VN-observatiemacht in de Sinaï opdracht had gegeven om te vertrekken. Hierna trok het Egyptische leger op naar de grens met Israël. Dit was in strijd met een akkoord dat was gesloten na de Sinaï-campagne in 1956.

    De afsluiting van de Straat van Tiran was een daad van oorlog volgens het internationale recht. (Israel’s Silent Defender, pagina 303)

    Verder begonnen de Amerikanen pas na 1967 op grote schaal wapens te leveren aan Israël. Voor die tijd was Frankrijk de voornaamste wapenleverancier.

    8. Menachem Begin is de geschiedenis ingegaan als vredestichter. Dat is opmerkelijk, want een groot deel van zijn leven stond hij bekend als terrorist en extremist. (pagina 138)

    Deze passage in het boek zorgde voor de meeste ophef in Israël.

    Schrijver Van Riessen zei in een interview met Radio 1 in Nederland dat Begin een groot deel van zijn leven een terrorist en extremist is geweest. Ook zei hij dat de Israëlische regering de milities van Begin na de onafhankelijkheid hadden moeten ontwapenen.

    Beide beweringen zijn incorrect.

    Onder leiding van Menachem Begin pleegde de Irgoen voornamelijk tot december 1947 slechts aanslagen op militaire doelen, voornamelijk Britse. Volgens iedere definitie zijn aanslagen op militaire doelen in een gewapend conflict geen terrorisme.

    Pas na de serie brute Arabische aanslagen op Joodse burgers, na het verdelingsbesluit door de VN, liet de Irgoen in december 1947 deze politiek los en werden bij vergeldingsaanvallen op Arabische doelen ook burgers gedood. (zie deel 1).

    De Britten noemden Begin een terrorist vanwege de grote hoeveelheid acties tegen het Britse leger – en dan met name door de aanslag op het Britse militaire hoofdkwartier dat was gevestigd in het King David hotel in Jeruzalem.

    Bij die aanslag kwamen 91 mensen om het leven.

    De Irgoen was inderdaad verantwoordelijk voor deze aanslag, maar in de geschiedenis annalen verdween het feit dat de Britten drie keer door de Irgoen gewaarschuwd werden dat het hotel ontruimd moest worden. Er werd naar het hotel gebeld; naar het naastgelegen Franse consulaat en naar the Palestine Post die later werd omgedoopt in The Jerusalem Post. De Britten geloofden de waarschuwing echter niet. Een Britse officier reageerde op de telefonische waarschuwing door te zeggen dat hij geen orders aannam van de Joden.

    Wij legden de vraag of deze actie kan worden aangemerkt als een daad van terrorisme ook voor aan professor Avraham Bell, een expert op het gebied van internationaal recht. Hij schreef ons dat “de aanslag zeker geen terrorisme was, omdat militaire communicatiecentra legitieme doelen zijn – zelfs als zij gevestigd zijn in een hotel”.

    Irgoen-leden die nu nog in leven zijn hebben uitgebreid gereageerd op de beschuldiging van terrorisme. Zij wezen de beschuldiging af en zeiden dat men nooit opzettelijk onschuldige burgers heeft vermoord zoals Palestijnse terreurbewegingen dat op grote schaal wèl hebben gedaan.

    Begin hield direct na het uitroepen van Israëls onafhankelijkheid op 14 mei 1948 een radiotoespraak waarin hij de opheffing van IZL bekend maakte.

    Hij zei:

    “De Irgoen verlaat nu de ondergrondse. Wij, de Joden, regeren nu zelf over een deel van ons thuisland en in dat deel van het land heerst de wet van de Joodse regering. De wet is de wet van het land, er is slechts één wet. Daarom is een gewapende ondergrondse niet meer nodig. Van nu af aan zijn wij alleen soldaten en bouwers in de staat Israël. En we zullen allen de regering moeten respecteren, want het is onze regering”.

    Iemand die geen woord geloofde van wat Begin zei was David Ben Goerion. Ben Goerion was ervan overtuigd dat Begin uit was op een machtsovername. Dus greep hij het feit dat in Jeruzalem de Irgoen een maand na Begin’s verklaring nog altijd als een aparte strijdgroep opereerde, aan om het schip Altalena, dat wapens voor de Irgoen vervoerde die al voor de onafhankelijkheidsverklaring waren besteld, te laten beschieten.

    Dit gebeurde voor de kust van Tel Aviv. Begin weigerde echter om de beschieting te beantwoorden omdat hij geloofde in het principe dat Joden elkaar niet bevechten. In een toespraak op kibboets Lavi tijdens de verkiezingscampagne in 1949, legde hij uit dat hij koste wat kost had willen voorkomen dat er een burgeroorlog in de nieuwe staat zou uitbreken en dat hij zijn mannen na de beschieting van de Altalena had opgedragen om zich te beheersen en geen wraak te nemen. (Yehuda Avner – The Prime Ministers, pagina 78-80).

    9. In vrede met de Arabieren geloofde Ben Goerion niet. Hij zei: ‘Als ik een Arabische leider was, zou ik nooit vrede sluiten met Israël. Dat is logisch. Wij hebben hun land afgepakt. Er was in Europa antisemitisme, de nazi’s, Hitler, Auschwitz, maar was dat hun schuld? Zij zien maar één ding: wij zijn hier gekomen en hebben hun land gestolen.Waarom zouden zij dat pikken? Dus het is simpel: wij moeten sterk blijven en een krachtig leger hebben.’ (pagina 138)

    Uit de tekst van de auteurs blijkt dat Ben Goerion pragmatisch was en op basis van wat er was gebeurd voor en na de Onafhankelijksoorlog, tot het inzicht gekomen was dat vrede met de Arabieren niet mogelijk was. De tekst geeft echter een vertekend beeld.

    Uit Ben Goerions boek “Mijn gesprekken met Arabische leiders” blijkt duidelijk dat de Israëlische ex-premier vanaf 1933 heeft geprobeerd om tot een vreedzame oplossing van het conflict met de Arabieren te komen.

    10. Na Nassers dood in 1970 werd hij (Sadat red.) zijn opvolger. ln 1973 viel hij samen met Syrië Israël aan. Hoewel ze net als in 1967 verslagen werden, deed het Egyptische leger het ditmaal heel wat beter. Die toegenomen kracht droeg ertoe bij dat Israël ditmaal over vrede wilde praten. (Pagina 142)

    De feiten: Israël wilde al eerder over vrede praten. Direct na de Zesdaagse Oorlog stelde Israël voor aan de Arabische landen om vrede te sluiten, met volledig genormaliseerde betrekkingen in ruil voor teruggave van veroverde gebieden. De Arabische Liga verwierp het voorstel echter met hun fameuze drie nee’s: “Geen vrede, geen betrekkingen en geen onderhandelingen met Israël.”

    De werkelijke reden dat Sadat naar de onderhandelingstafel kwam, was dat Egypte door de voortdurende oorlogen economisch aan de grond zat. Een andere reden was dat Sadat los wilde komen van de Sovjet Unie en haar wurgende greep op Egypte. Het Camp David akkoord leverde Egypte jaarlijks een groot pakket Amerikaanse militaire hulp op en vanaf dat moment kwam Egypte onder de invloed van de VS.

    Tot slot. Eén van de illustraties in het boek laat een Palestijnse jongen zien die een steen gooit naar een Israëlische tank in Gaza. De ondertiteling luidt: Klein verzet tegen de Israëlische bezetting van Palestijns grondgebied in 2000. Negen dagen later werd deze dertienjarige jongen bij zo’n zelfde actie doodgeschoten.

    dutch-textbook

    De foto van Faris Odeh uit het geschiedenisboek.

    De Palestijnse jongen in kwestie in Faris Odeh, die inderdaad op 8 november 2000 werd getroffen door een kogel in zijn nek. De foto werd genomen door een AP-journalist en werd direct gebruikt als een symbool voor het Palestijnse verzet.

    Het kleine verzet waar de auteurs bagataliserend over spreken was in werkelijkheid een lange serie van aanvallen op Israëlische doelen waarvoor de jongen zwaar werd gestraft dor zijn ouders. De moeder van de jongen vertelde The Washington Post dat zijn vader hem regelmatig bont en blauw sloeg vanwege zijn gedurfde gewelddadige acties tegen de Israëli’s.

    Er is geen bewijs dat de IDF de kogel vuurde die hem doodde, maar de tekst van Verkuil en Van Riessen suggereert dat wel degelijk.

    Thema

    onderwijs

    Over de auteur