fbpx
  • Bnei Menashe moeder en zoon bij aankomst op Ben Goerion vliegveld. - Foto: Shavei Israel
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    “Laten we ze allemaal brengen!”

    Michael Freund - 28 juli 2015

    In de afgelopen week hebben we drie belangrijke doorbraken gerealiseerd op het alija-front, die ik graag met jullie wil delen.

    Ten eerste: de Bnei Menashe

    Vorige week dinsdagavond, tijdens een vergadering met de nieuwe minister van Binnenlandse zaken van Israel Silvan Shalom, samen met de topambtenaren van zijn ministerie, heb ik hem gevraagd om een nieuwe resolutie voor te leggen aan de regering die het mogelijk zou maken voor onze organisatie om 600 Bnei Menashe per jaar naar Israël te brengen in de komende 5 jaar. Hij sloeg met enig gevoel voor drama met zijn hand op tafel en vroeg me: “hoeveel Bnei Menashe zijn er nog in India?”. Dus ik vertelde hem dat er nog 6.500 zijn die wachten om naar Israël te komen. De minister antwoordde, half-grappend: “Wat? Dus je wilt de rest opgeven? Laten we ze allemaal brengen!”. Ik zei dat ik dat graag zou doen, maar dat het ministerie van financiën waarschijnlijk bezwaar zou maken. De minister antwoordde dat hij het gevecht met financiën graag wilde aangaan, en dat hij indien nodig de premier erbij zou betrekken om het gevecht te winnen. Hij heeft snel actie ondernomen en het lijkt erop dat de nieuwe resolutie binnen twee maanden aangenomen zal worden! Of het er uiteindelijk in totaal 600 of 1000 per jaar gaan worden, het wordt sowieso een belangrijke doorbraak: want voor het eerst zal de regering akkoord gaan met een 5 tot 7 jaren durende toezegging voor de alija van de Bnei Menashe! Als alles goed gaat, met G’ds hulp, zal de volgende groep Bnei Menashe op alija gaan in november of december.

    Ten tweede: de Chinese Joden

    Aan het einde van de vergadering waar ik net over schreef, stond de minister van Binnenlandse zaken op om weg te gaan, en de andere aanwezigen begonnen hardop te praten. Maar ik voelde dat het moment daar was, en de Heere legde het op mijn hart om brutaal te zijn, voor Zijn glorie – ik heb geen andere verklaring voor wat er toen gebeurde. Aangezien de minister eerder op tafel had geslagen, besloot ik maar hetzelfde te doen. Ik sloeg met mij hand op tafel en iedereen werd stil. Toen zei ik in het Engels: “Minister Shalom, er zijn vijf jonge Chinese Joden die ik al jarenlang naar Israël probeer te brengen, maar ik heb nog steeds geen toestemming hiervoor gekregen. Ze zijn afstammelingen van de Joodse gemeenschap van Kaifeng, China, en ze willen terugkeren naar hun volk. Kunt u alstublieft hun alija goedkeuren?” De minister leunde naar voren, keek me aan en zei: “Ja, breng ze! Ik keur het goed!”. Omdat ik wilde voorkomen dat de bureaucraten in de kamer een kans zouden hebben om te beweren dat ze het niet gehoord of niet begrepen hadden, vroeg ik het hem opnieuw, deze keer in het Hebreeuws. Zijn antwoord in het Hebreeuws was even duidelijk: “Breng ze – en als je dat doet, zal ik hen persoonlijk welkom heten op het vliegveld!”. Wat dit moment van overwinning nog zoeter maakte, was dat de persoon naast me de bureaucraat was die de Kaifeng-alija al jarenlang had geblokkeerd. Maar nadat de minister zijn akkoord had gegeven, kwam hij naar me toe, hij glimlachte en zei: “Jij wint”….

    Foto: Twee van de Chinese Joden uit Kaifeng, China, die we op alija zullen brengen later dit jaar

    Foto: Twee van de Chinese Joden uit Kaifeng, China, die we op alija zullen brengen later dit jaar

    Hopelijk zullen we na het Joods Nieuwjaar de vijf Chinese vrouwen naar Israël brengen. Ze zullen minimaal een jaar de taal studeren, en tijdens die periode zullen we ze ondersteunen en helpen. Daarna zullen ze formeel tot het Jodendom toetreden door het hoofdrabbinaat, en zo uiteindelijk terugkeren naar ons volk.

    Ten derde: El Salvador

    Op diezelfde dag van de vergadering bij de minister van Binnenlandse zaken, had ik ook een belangrijke ontmoeting bij het opperrabbinaat van Israël. De opperrabbijn ging akkoord met mijn verzoek om een officiële afvaardiging van het rabbinaat te sturen naar El Salvador om de gemeenschap van 300 Bnei Anousim (Marranen) te helpen. We proberen al lang hen te laten terugkeren naar het Joodse volk (de Marranen zijn afstammelingen van de Spaanse Joden die gedwongen bekeerd werden tot het Katholicisme in de 14e en 15e eeuw, maar die in het geheim hun Joodse tradities hebben bewaard door de generaties heen – ondanks de vervolgingen tijdens de inquisitie). De rabbijnen zullen twee keer naar El Salvador reizen om het zo voor hen mogelijk te maken om alija te maken! Dit is de allereerste keer dat een officiële delegatie van het opperrabbinaat naar het buitenland reist om een gemeenschap van Marranen te herstellen in het Joodse volk!

    Foto: jongeren van de Bnei Anousim gemeenschap in El Salvador

    Foto: jongeren van de Bnei Anousim gemeenschap in El Salvador

    Wat deze drie doorbraken zo bijzonder maakt is hun timing. Ze vonden alle drie plaats in de dagen voor Tisha B’Av, de droevigste dag op de Joodse kalender, waar we de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem herdenken en de ballingschap die daarop volgde. Je hoeft geen theoloog te zijn om de betekenis hiervan te zien: het is alsof G’d besloten heeft onze periode van rouw om te buigen in vreugde, Hij verzamelt Zijn volk in Zion!

    Nieuwe fase

    We gaan duidelijk een nieuwe fase in, een waarin we een significante toename zien in het aantal verloren stammen en verborgen Joden, die wij als Shavei Israël thuis mogen brengen, in Jeruzalem. Al vele jaren vormt Christenen voor Israël een bron van gebed, bemoediging en steun voor ons werk – ook dit is een teken van de bijzondere tijd waarin wij leven!

    Steun de alija vanuit India
    Klik op de doneerknop om het werk van Shavei Israel te steunen. Kies het project ‘Breng de Joden Thuis – Alija India’. Alvast hartelijk dank!

     

    Over de auteur