fbpx
  • Journalisten langs de grens met Gaza. - Foto: Nati Shohat/Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Media en het Israëlverhaal (deel 2)

    Yochanan Visser - 10 augustus 2015

    “De internationale media hebben Israël groot onrecht aangedaan”, dit zei de Palestijnse journalist Khaled Abu Toameh enige jaren geleden tijdens een bijeenkomst met een groep Nederlandse studenten in een kloostertuin in de Oude Stad van Jeruzalem. Sindsdien is de situatie er niet veel beter op geworden.

    In deel 1 kon u het verhaal lezen van Andy Friedman, oud-medewerker voor Associated Press. Hij omschreef hoe de hoofdredactie van het internationale persbureau een heel bewuste koers voer ten aanzien van de verslaggeving over Israël. Assistent verslaggever Sharoni Shaked nam onlangs ontslag bij de Japanse krant Asahi Shimbun en heeft een vergelijkbaar verhaal.

    Tijdens de oorlog in Gaza in 2014 werkte zij voor deze krant – die in grootte nummer zeven in de wereld is – op het bureau in Jeruzalem. Daar vergaarde zij elke dag een grote hoeveelheid informatie van de Israëlische kant over de oorlog met Hamas, die zij doorstuurde aan de Japanse verslaggever.

    Ook vergezelde zij de verslaggever naar het grensgebied met Gaza en nam daar interviews af met Israëlische functionarissen. De verslaggever ging zonder haar naar Gaza omdat het verboden is voor Israëlische verslaggevers om Gaza binnen te gaan (veiligheidsredenen).
    Groot was haar ontzetting toen ze daarna de kopij onder ogen kreeg en zag dat in vrijwel alle artikelen het Israëlische verhaal ontbrak en het verhaal slechts over het humanitaire leed in Gaza ging.

    “Het doel is om Israël te positioneren als het uitschot van de menselijkheid; geïsoleerd, gedemoniseerd en de wortel van alle problemen in de wereld”

    Begin 2015 kwam er een nieuwe verslaggever uit Tokyo die de goed ingevoerde en Arabisch sprekende journalist met wie Shaked tot dan toe had gewerkt, kwam vervangen. De man sprak geen Hebreeuws en Arabisch, maar ook zijn Engels was niet toereikend. Bovendien had hij geen enkele kennis van Israël of het Midden-Oosten. Dus toen de Israëlische luchtmacht op 18 januari j.l. een konvooi van Iraanse en Hezbollah commandanten aanviel in de buurt van Kuneitra op de Golan Hoogvlakte vroeg hij Shaked stomverbaasd wat Iraanse militairen in Syrië aan het doen waren.

    Toen hij enige weken later een interview afnam in Jordanië met een ex-generaal van het Jordaanse leger over de situatie in Irak en Syrië begreep hij niets van wat de man hem vertelde over de strijd tegen de Islamitische Staat en negeerde daardoor een geweldige scoop toen de man hem vertelde dat de VS in Irak samenwerkte met Iran tegen IS. Het interview werd door Shaked omgezet in een leesbaar transcript maar werd uiteindelijk niet gepubliceerd in Japan.

    De nieuwe verslaggever toonde zich ook onverschillig tegenover Israëlische slachtoffers van Palestijnse terreur en Shaked betrapte hem zelfs eenmaal op een glimlach toen zij hem informatie onder ogen bracht over een aanslag in Jeruzalem waarbij aan Israëlische zijde een dode was gevallen.

    New York Times
    Richard Behar die voor CNN en BBC werkte en nu voor Forbes schrijft, onthulde hoe The New York Times een deel van haar berichtgeving baseert op de rapporten van twee Palestijnse journalisten die openlijk anti-Israël zijn.

    Een van hen is Fares Akram die voor de krant in Gaza werkt. Op zijn Facebookpagina is de profielfoto niet van hemzelf maar van PLO-leider Yasser Arafat. Op de Pagina zelf schreef Akram lyrische dingen over Arafat en prees hem aan als een groot man.

    Een andere NYT-verslaggever in Gaza was Abeer Ayyoub die tot 2013 bij de krant werkte. Zij was openlijk over haar boycot van alle Israëlische producten en schreef op haar Facebookpagina anti-Israëlberichten waarin zij het opnam voor Hamas.

    Hoe is de situatie in Nederland?
    Hier zijn twee voorbeelden van de wijze waarop NOS-correspondenten te werk gaan in Israël.

    In 2009 nadat ik een rapport publiceerde over de volstrekt eenzijdige en tendentieuze wijze waarop NOS-journaal het nieuws over de eerste oorlog in Gaza bracht, had ik een gesprek in Hilversum met de buitenlandredacteur, verslaggever Sander van Hoorn en toenmalig hoofdredacteur Hans Laroes.

    Tijdens dat gesprek gaf de NOS Journaalredactie toe dat men het nieuws over de Palestijnen bracht vanuit een puur humanitair oogpunt en niet vanuit het oogpunt van een conflict tussen twee partijen.

    Tijdens hetzelfde gesprek confronteerde ik verslaggever Sander van Hoorn met een leugen die hij had verteld in een reportage over de voorbereidingen over het kerstfeest in Bethlehem. Van Hoorn beweerde in die reportage met een stalen gezicht dat Bethlehem nog altijd zuchtte onder de “Israëlische bezetting” terwijl een aantal weken daarvoor de IDF zich volledig had teruggetrokken uit de stad.

    In het nauw gebracht door de gegevens die ik hem gaf verdedigde Van Hoorn zich door te wijzen op het feit dat volgens hem de Palestijnse bevolking nog altijd de stad niet uit kon. Ik confronteerde hem daarop met het verschil tussen een bezetting en een blokkade en toonde aan dat de bevolking van Bethlehem wel degelijk de stad uit kon en vrij kon reizen op de Westelijke Jordaanoever maar niet naar Jeruzalem. Van Hoorn bleef echter stug volhouden dat er wel degelijk sprake was van een bezetting door Israël.

    De huidige NOS-verslaggever Monique van Hoogstraten geeft blijkt van eenzelfde soort bevooroordeeldheid en baseert haar berichtgeving niet zelden op informatie die zij krijgt van organisaties die tegen de Israëlische aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever zijn.

    In de zomer van 2014 had ik een e-mail uitwisseling met van Hoogstraten over haar werkwijze. Dit gebeurde naar aanleiding van haar reportage over de dood van twee Palestijnse jongens tijdens betogingen in het dorp Beituniya op de Westelijke Jordaanoever.

    Het ging daarbij over de vraag of zij de journalistieke normen had gehanteerd in die reportage. Van Hoogstraten reageerde geïrriteerd op de vragen die ik haar stelde en verwees mij door naar onafhankelijke organisaties die mijn vragen wellicht zouden kunnen beantwoorden. Toen ik doorvroeg over welke organisaties zij bedoelde gaf ze me de namen van drie organisaties: Human Rights Watch, Btselem en Defense for Children. Dit zijn allen organisaties die bekend staan om hun bevooroordeeldheid ten opzichte van Israel in het algemeen en met name ten opzichte van de Israëlische aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever.

    Een aantal weken geleden gaf Van Hoogstraten opnieuw blijk van haar onbetrouwbaarheid als journalist toen zij voor Trouw een artikel schreef over het optreden van het Israëlische leger tijdens de oorlog in Gaza vorig jaar. Dat artikel was volledig gebaseerd op een rapport met anonieme getuigenissen van Israëlische militairen dat werd samengesteld door de extreem linkse organisatie Breaking The Silence.

    Vraag de Heere om een geest van waarheid in de journalistiek. Dat verslaggevers, redacteuren en journalisten zich niet als politiek instrument willen laten gebruiken, maar de waarheid willen brengen.Meer gebedspunten zomaarCollegajournalisten zoals Friedman deden het rapport af als pure propaganda dat niets met journalistiek te maken had, maar Van Hoogstraten had er geen enkele moeite mee om de bevindingen in het BTS-rapport uit te vergroten en als waar te verkopen aan het Nederlandse publiek.

    David en Goliat
    Shraga Simmons schreef een boek over dit soort journalistiek. Het boek kreeg als titel “David en Goliath” en beschrijft tientallen voorbeelden van mediamanipulatie en leugens over het nieuws dat uit Israël komt.

    In het laatste hoofdstuk van het boek beschrijft Simmons een ontmoeting met een Palestijn vlak bij Ramallah. Deze Palestijn, die anoniem wilde blijven vanwege bedreigingen, vertelde Simmons dat er vlak bij Ramallah een Palestijns mediacentrum is dat door Iran wordt gefinancierd.

    In dat onderzoekscentrum werkt een groep jonge Palestijnen die meestal hebben gestudeerd in de VS en die de hele dag bezig zijn met het surfen over het Internet en marktonderzoek verrichten naar welke sound bytes het meest effectief zijn in het beïnvloeden van de opinie in het Westen.

    Simmons schreef dat hij opeens begreep wat er werkelijk gaande was: “Nadat de Arabieren faalden in hun pogingen om Israël te vernietigen via militaire middelen, economische boycot en eindeloze terreur had men besloten om een laatste ultieme poging te ondernemen via de media. Het doel is om Israël te positioneren als het uitschot van de menselijkheid; geïsoleerd, gedemoniseerd en de wortel van alle problemen in de wereld. Een natie die niet alleen kwaad doet maar de essentie is van het kwaad”.

    Er is geen duidelijk bewijs over het bestaan van een dergelijk propagandacentrum in de buurt van Ramallah. Wat echter wel te bewijzen valt, is de collaboratie van de internationale media in deze cognitieve oorlog tegen Israël.

    Over de auteur