fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    ‘EU-etiketteringsbeleid is strafbaar’

    19 november 2015

    Eugene Kontorovich, een rechtsgeleerde met onder andere het internationaal rechtals specialisme, publiceerde vorige week een opinieartikel in de New York Times dat verzet zou kunnen oproepen in Brussel. Het stuk van Kontorovich met als titel “Europa plakt Israël een fout etiket op“, leest de Europese Commissie de les voor het breken van de wetten van de EU in zijn ijver om de Joodse Staat aan te vallen.

    Kontorovich schrijft dat “Diplomaten in Brussel en nongouvernementele organisaties hebben duidelijk gemaakt dat meer dwingende maatregelen zullen volgen”. Dit duidt erop dat de EU gestart is met een “proces om een juridisch getto rond Israël te bouwen, waarbinnen een speciale set van regels van toepassing is”.

    “De grondleggende overeenkomsten van de Europese Unie vereisen consistentie in regelgeving.”

    “Kontorovich merkt op dat “de Europese Unie, Marokko – dat uitgebreide handelsbetrekkingen met Europa heeft, maar de Westelijke Sahara sinds 1975 heeft bezet en uitgebreid bevolkt heeft met kolonisten – toestaat om producten vanuit deze bezette gebieden te exporteren met het etiket ‘made in Marokko’ en hij wijst er op dat “wanneer de Commissie daarop wordt aangesproken ze formeel verklaart dat het labelen van zulke goederen als “made in Marokko” niet misleidend is en in overeenstemming is met Europese handelsovereenkomsten”.

    Maar wacht even, er is nog veel meer: Europese gerechtshoven hebben de opvatting van de Europese Commissie beoordeeld en afgewezen, namelijk: om de ‘bescherming van consumenten’ uit te breiden, zodat het winkelend publiek kan beslissen om wel of niet Israëlische producten te kopen .

    “Juist vorig jaar oordeelde het Britse Hooggerechtshof in een zaak die Ahava schoonheidsproducten uit de ‘Westbank’ betrof, dat “er geen basis bestond om te zeggen dat de gemiddelde consument zou worden misleid door een label “made in Israël”.

    Kontorovich stelt dat, zoals de EU besliste in het geval van Marokkaanse producten uit de Westelijke Sahara, evenzo hield het Hof in Groot Brittannië staande dat het label “niet misleidend was met betrekking tot zowel de Britse wetgeving als die van de Europese Unie”.

    Hij stelt dat “het probleem niet is dat de Europese Unie in gebreke blijft om in sommige gevallen zijn eigen standaard te handhaven, zoals in dat van Marokko, maar dat de Unie in andere gevallen expliciet het bestaan van een dergelijke standaard ontkent.

    Dit is naar de mening van Kontorovich “met recht een echte wetsovertreding. De grondleggende overeenkomsten van de Europese Unie vereisen consistentie in regelgeving. En discriminatie van handelspartners betekent een kernovertreding van de Algemene Overeenkomst van Tarieven en andere overeenkomsten van de Wereld Handelsorganisatie.

    Hoe moet de VS reageren op deze klaarblijkelijke overtreding van de eigen handelswetten van de EU? Nog afgezien van de internationale overeenkomsten die de EU ondertekend heeft?

    Op woensdag vertelde Mark C.Toner, de plaatsvervangend woordvoerder van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de VS aan verslaggevers: “We hebben begrepen dat het doel is om consumenten in de EU van correcte informatie te voorzien over de herkomst van producten, zoals vereist wordt door de wetgeving van de EU. De EU heeft duidelijk gemaakt dat deze maatregelen geen boycot zijn en dat de EU ook zeer duidelijk heeft gemaakt dat ze tegenstander is van boycots tegen Israël . Het is aan de EU om haar eigen richtlijnen te bepalen voor producten die verkocht worden in de EU-landen.”

    “Onjuist” schrijft Kontorovich, die gelooft dat “het labelen van de Europese Unie een precedent dreigt te worden dat het gebruik van het systeem voor politieke doeleinden mogelijk zou maken en de economische belangen van de VS op een breed vlak en op een onvoorspelbare manier zou ondermijnen.

    Daarom is het geen verrassing dat, eerder dit jaar, de VS een wet aannam die zich verzet tegen zulke maatregelen van de Europese Unie tegen Israël”.

    Concreet, introduceerde senator Benjamin L.Cardin eind juni, Amendement 20 bij de Fast Track Wet van president Obama, dat luidt:

    A) In algemene zin – Met betrekking tot een overeenkomst die voorgesteld is om geïntroduceerd te worden bij de landen van het Transatlantische Handels- en Investerings Partnerschap en waarop sectie 103 (b) van toepassing zal zijn, zal het belangrijkste onderhandeldoel van de VS met betrekking tot dat commercieel partnerschap als volgt zijn:

    (i) Om acties van potentiële handelspartners te ontmoedigen die direct of indirect commerciële activiteiten van de VS en Israël schaden of anderszins ontmoedigen.
    (ii) Om politiek gemotiveerde acties te ontmoedigen die Israël willen boycotten, investeringen willen terugtrekken uit, of sancties willen instellen tegen Israël en om te pogen om politiek gemotiveerde tolgrenzen voor Israëlische goederen, diensten of andere handel ingesteld tegen de Staat Israël, te slechten.
    (iii) Om door staten-ondersteunde buitenlandse boycots tegen Israël, die niet gesanctioneerd zijn uit te bannen evenals tegemoetkoming aan de boycot van de Arabische Liga door toekomstige handelspartners.

    B) Definitie- In deze paragraaf betekent de term “acties om Israël te boycotten, te desinvesteren van, of sancties in te stellen tegen Israël”, acties door staten, niet-lid staten van de VN, internationale organisaties, of verbonden agentschappen van internationale organisaties, die politiek gemotiveerd zijn en de bedoeling hebben te straffen of anderszins commerciële relaties te willen beperken, specifiek met Israël of personen die zaken doen in Israël of in door Israël gecontroleerde gebieden.

    Bij het lezen van het goedgefundeerde opiniestuk van Kontorovich, zowel als het amendement van Cardin, blijkt dat de regeling van de Europese Commissie strafbaar is, zowel in de VS als in Europa.

    Bron: United with Israël | vertaling: J. Wemmers