fbpx
Nieuws

Hij die komen zal

Ds. Henk Poot - 1 november 2015

In Israël zien we de voetsporen van de Messias

In Handelingen 17 staat een op zichzelf onopvallende tekst die mijns inziens belangrijk is voor het verstaan van de boodschap van het evangelie en van Jezus zelf.

In vers 11 lezen we dat de Joden in Berea de verkondiging van Paulus met bereidwilligheid aannemen en vervolgens dagelijks de Schriften nagaan om te kijken of het wel waar is zoals de apostel het hen verteld heeft. Die Schriften zijn de boeken van wat wij het Oude Testament zijn gaan noemen. Dat betekent dus dat het evangelie van het Koninkrijk dat Paulus brengt op geen enkele manier in strijd is met de wet en de profeten. Als dat was zouden de Joden in Berea hem daarop hebben aangesproken. Ik denk dat we moeten zeggen dat datgene wat God gezegd en beloofd had aangaande de Messias en de toekomst de inhoud vormde van de prediking van Paulus.

“Dat betekent dus dat het evangelie van het Koninkrijk dat Paulus brengt, niet in strijd is met de wet en de profeten”

Wat de Messias vervuld heeft
Iets dergelijks komen we tegen in de ontmoeting van Jezus met de Emmaüsgangers. Jezus corrigeert hun verwachting van de Messias niet. De Messias is inderdaad degene die Israël zal verlossen, fysiek ook. Hij zegt alleen dat zij niet alles geloofd hebben wat de profeten over de komende Koning van de eindtijd gezegd hebben. Als zij dat gedaan hadden, hadden zij ook begrepen dat de Messias moest lijden om zijn glorie te bereiken.

Je zou je overigens met recht ook af kunnen vragen of wij wel alles geloven en meenemen in de verkondiging wat de profeten over Christus gezegd hebben. Ook wij moeten beseffen dat Jezus alles doet wat de Schriften over de Gezalfde des Heren hebben voorzegd. En als Hij sommige dingen nog niet gedaan heeft, zal Hij deze in de toekomst volbrengen.

Het is duidelijk wat Jezus de Messias vervuld heeft: Hij heeft de zonden van Israël met zich aan het kruis gebracht en verzoend door zijn bloed. In Efeziërs 5 zal Paulus schrijven dat Jezus zijn gemeente stralend, zonder vlek of rimpel voor zich gesteld heeft. Israël, het volk van God, de Kahal JHWH, die de Vader in de handen van de Zoon heeft toevertrouwd is door de Zoon gereinigd. De apostel Johannes zal daaraan toevoegen dat de verzoening door het bloed van de Messias zo krachtig is, dat het niet alleen een verzoening is voor de zonden van Israël maar ook voor die van de gehele wereld (1 Joh. 2:2). Door het offer van Christus is de satan als aanklager uit de hemel gestoten. Voortaan staat de verhoogde Messias aan de rechterzijde van de Vader om daar voor de gemeente van God te pleiten.

Het is Jezus ook die het Nieuwe Verbond bekrachtigd heeft. Over dat Nieuwe Verbond had Jeremia gesproken en hij had gezegd dat de dagen zouden komen dat God dit zou schenken aan Juda en Israël (Jer. 31:31). Jezus zou ook de gaven van dat Nieuwe Verbond, de nieuwe belofte, bij zijn komst in de hemel ontvangen. Met Pinksteren worden deze gaven vanuit de hemel aan geheel Israël uitgedeeld: de vergeving van hun zonden en het geschenk van de Heilige Geest.

Met de komst van de Messias, zoon van God en zoon van Maria, de dochter van Israël, worden voor het eerst de volkeren in aanraking gebracht met de God van Israël. Voor deze tijd gebeurde dat hooguit bij enkelingen, hoewel het in de roeping van Israël van meet af aan om de redding van de gehele wereld ging (zie Psalm 67). Rachab, Ruth en de Syriër Naäman zijn hiervan voorbeelden. Jezus zendt zijn volksgenoten de wereld in en het evangelie vertrekt al spoedig vanuit Jeruzalem naar de naties van de wereld. Het is zelfs zo dat (Rom. 11:28) het Joodse volk de volkeren moet laten voorgaan.

Wat de Messias zal doen
Maar er is dus meer. De profeten hebben over de komende Messias meer gezegd. Eén van de belangrijkste dingen is dat Hij Israël zal bevrijden van al haar vijanden. Oom Zacharias had daarover ook luidkeels gezongen en niet omdat hij een achterhaalde verwachting van de Messias had, maar omdat hij vervuld was met de Heilige Geest. Vaak is dat ook het eerste wat de profeten gezegd hadden. Micha 5 en Jesaja 11 spreken als eerste over het gericht dat de Messias zal voltrekken aan de volkeren die Gods oogappel bedreigd hebben. En als we in Openbaring 19 zien dat de hemel zich opent en de engelenlegers afdalen naar Jeruzalem, dan is dat ook wat genoemd wordt: de Messias zal de volkeren richten.

Natuurlijk niet in het wilde weg; Het gaat hier om de naties die door God verzameld zijn en de Heilige stad omringen. De profeten, Ezechiël misschien nog wel het meest nadrukkelijk, hadden geprofeteerd dat God zijn trouw aan Israël en zijn majesteit nog eenmaal zou openbaren in het midden van zijn volk voor de ogen van de volkeren. De volkeren die maar wat hadden losgeslagen op zijn erfdeel (Jer. 12:14) en zijn land hadden verdeeld en gebroken (Joël 3:2), worden met haken (Ez. 38:4) naar Sion gesleept. En het zal de Messias zijn, die als overste van de hemelse heirlegers het gericht zal voltrekken in de dagen dat God een keer zal brengen in het lot van Juda en Jeruzalem (Joël 3:1). Het is dan ook voor de poorten van Jeruzalem dat Israël de Doorstokene zal ontmoeten.

“De tien stammen die verborgen zijn en verstrooid geraakt zijn over de aarde zullen door Hem worden thuisgebracht. Dat is de opdracht van de Knecht des Heren”

Maar dat is niet het enige. Jezus zal de kroon zetten op de heling van heel Israël. De tien stammen die verborgen zijn en verstrooid geraakt zijn over de aarde zullen door Hem worden thuisgebracht. Dat is de opdracht van de Knecht des Heren, daarvan gewaagde Jesaja in hoofdstuk 49 en hij was niet de enige.
Ezechiël had het profetische beeld gebruikt van twee stukken hout die in zijn handen tot één werden en hij had daarbij gesproken over de belofte van God dat er weer één volk en één herder voor hen allen zou zijn. Jezus besefte dat toen Hij zei dat Hij als goede herder nog andere schapen had die Hij moest inzamelen en toen Hij gesproken had over de komst van de Zoon des mensen die zijn engelen zou uitzenden om de uitverkorenen bijeen te brengen van de vier windstreken (Joh. 10:16 en Mat. 24:31).

Ook het herstel van het land en van de vervallen steden behoren tot de roeping van de Messias volgens Jesaja 49:8. Ik denk dat je hier ‘erets’ moet vertalen met ‘land’ en niet met ‘aarde’. Dan staat het ook in relatie met de ‘verwoeste eigendommen’ die weer tot een bezit gemaakt moeten worden, zoals God in dit vers belooft. In het boek Handelingen vinden we die prachtige zin die hier ook naar verwijst, maar niet alleen hiernaar.

Ik geloof dat met de komst van de Messias ook het hemelse Jeruzalem op haar plaats zal nederdalen en de schepping hersteld zal worden naar de dagen van het paradijs: ‘Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting van alle dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher’ (Hand. 3:21).
Er is dus nog een tegoed dat wacht op volkomen vervulling door Jezus.

De Koning der Joden
Als de aartsengel Gabriël de komst van de Messias aankondigt, zegt hij ook dat Deze koning over Jakob zal zijn tot in eeuwigheid. Daarmee neemt God op een nieuwe wijze het koningschap over zijn volk op zich. We weten dat Israël het koningschap van God had afgewezen in de dagen van de profeet Samuël. Daarmee was de periode van de Richteren afgesloten, charismatische leiders die door God werden gezonden zonder een dynastie of een blijvend koningshuis te stichten.

Met Saul waren de eeuwen aangebroken van menselijke koningen. Weliswaar regeerden deze als het goed is bij de gratie van God en met name in de eredienst werd God nog steeds beleden en geprezen als de koning van Israël, maar tegelijkertijd spraken de psalmen hun verlangen uit naar een nieuwe era waarin God alleen koning zou zijn en niet alleen over Israël maar over de gehele aarde.

In Jezus de Messias openbaart God zich straks opnieuw in heerlijkheid als Koning. Opmerkelijk is de zin vlak voor de komst van de Messias in het boek Openbaring: ‘Halleluja! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard’ (Opb. 19:6). In de aankondiging aan Maria weerklinkt de profetie van Zefanja: ‘Jubel, dochter van Sion; juich, Israël; verheug u en wees vrolijk van ganser harte, dochter van Jeruzalem! De Here heeft uw gerichten weggenomen, Hij heeft uw vijand weggevaagd. De Koning Israëls, de Here, is in uw midden; gij zult geen kwaad meer vrezen’ (Zef. 3:14 – 15).

Als koning zal Jezus plaats nemen op de troon van zijn vader David en Israël regeren, maar Hij zal ook richten. Volkeren zullen voor zijn troon verzameld worden en de doden zullen opstaan. In de rede van Jezus zoals vermeld in Johannes 5, legt Hij uit dat de Vader Hem de autoriteit gegeven heeft om het oordeel te houden. Allen, die in de graven zijn zullen zijn stem horen en wie het goede gedaan heeft zal uitgaan naar het leven en zij die het kwade begaan hebben zullen opstaan tot de opstanding ten oordeel (Joh. 5:28-29). De Vader heeft de Zoon de macht gegeven het leven te schenken aan wie Hij wil. Jezus zegt daar overigens bij
dat zij die nu reeds in Hem geloven, het eeuwige leven al bezitten en niet in het oordeel zullen komen.

De Priester en de Profeet
De profeten spreken niet alleen over het koningschap van de Messias maar ook over zijn priesterschap. Hij is het die de nieuwe tempel des Heren zal bouwen en niet alleen koning maar ook priester zal zijn op zijn troon (Zach. 6:13). Met andere woorden: Vanuit Jeruzalem zal Jezus leiding geven aan de aanbidding van de Vader. Als de volkeren die om ontferming hebben gebeden en die ontvangen hebben (Zach. 2:11, Jer. 12:15) zullen opgaan naar het centrum van de wereld om het feest van de voleinding, Loofhutten te vieren, zullen zij daar niet alleen Jezus zien van aangezicht tot aangezicht, maar Hem ook leiding zien geven aan de eredienst, aan het hoofd van zijn priestervolk, Israël en de gelovigen uit de volkeren.

Bij de woorden die gesproken zijn over de komende Gezalfde van God behoren zeker ook de beloften van zijn profetische ambt. Een van de eerste beloften lezen we in Deuteronomium 18, waar Mozes zegt: ‘Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal de Here, uw God, u verwekken; naar hem zult gij luisteren’ (Deut. 18:15).

Het is opmerkelijk dat de herinnering aan Mozes ook besloten ligt in de verwachting van de al eerder genoemde Emmaüsgangers. Zij spreken over de Messias als een profeet, machtig in woord en werk voor God, een typering die we ook van Mozes lezen (Deut. 34:12 en Hand. 7:22). De profeet Ezechiël vertelt dat de Messias Israël zal leiden in de inzettingen en verordeningen van God (Ez. 37:24) en Jesaja vertelt dat de wet uit zal gaan uit Jeruzalem en dat de volkeren onderwezen worden in de wegen van God.

Hij die komen zal
We zijn er dus nog niet. Jezus heeft veel belangrijke en grote dingen gedaan, maar nog niet alles wat de Vader Hem heeft opgedragen. Tijdens zijn eerste komst heeft de Zoon tekenen gedaan die heen wezen naar wat nog komen zou: Hij genas zieken en zelfs doden stonden op, Hij legde de Thora uit en in de Bergrede gaf Hij zijn visie op bidden en vasten. Hij besprak de betekenis van de Sabbat en verkondigde de wijsheid van God in gelijkenissen.
Hij dreef demonen uit die zich geschrokken afvroegen of Hij nu al gekomen was om hen te pijnigen.

Maar het was in veel opzichten een voorproef van wat nog komen moet. Inmiddels zijn we tweeduizend jaren verder. Het evangelie, vertrokken vanuit Jeruzalem, heeft de uithoeken van onze aarde bereikt en in de geloofsgemeenschappen die daaruit ontstaan zijn worden de krachten van de toekomende eeuw geproefd en wordt ervaren wat het is om te leven met de Zoon. Maar het is voorbode van nog veel meer.

Veel christenen en ook Joden voelen aan dat we in de eindfase van de heilsgeschiedenis leven. Er zijn tekenen aan zon en maan, er is chaos bij de vijanden van Israël, de verloren stammen keren terug, een uit een stad en twee uit een geslacht, zoals Jeremia dat zo mooi zei, de naties van de aarde hebben zich in onze moderne tijd verenigd in een raad van volkeren, ze zijn er allemaal en als nooit tevoren is Israël een volk dat alleen staat. Er zijn oorlogen en geruchten van oorlogen, natuurrampen dan hier en dan daar. Meer dan ooit is het einde der eeuwen op ons gekomen.

In de kerk aanbidden we Jezus al als onze Heiland en Redder en in Israël zien we de voetsporen van de Messias. God maakt zich op om terug te keren naar Jeruzalem, Hij is in gloeiende ijver voor Sion ontbrand.

Ik ben ervan overtuigd dat de zegels van de laatste boekrol in de hemel worden losgebroken en wie het doet, wordt daar genoemd met de naam ‘Leeuw uit de stam van Juda’. Dat is Hij ook, dat is volstrekt geen archaïsme. En Hij is het ook die de voltooiing van de laatste dingen leidt. Wanneer het zover is, weet alleen God, maar misschien is het maar even. En dan, dan zal niet alleen Israël geheeld zijn en de schepping en dan zullen niet alleen de volkeren wandelen bij het Licht van God, dan zal ook de eeuwenoude breuk in de gemeente van God, die tussen Israël en de christelijke kerk genezen zijn.

Doxologie
Je zou je af kunnen vragen wat nu de spits is van dit schrijven. Ik heb dingen op een rij gezet en ongetwijfeld heb ik dat niet volledig en uitputtend gedaan. Voor mij zelf is het antwoord daarop dat het alles te maken heeft met de doxologie. Het gaat er niet in de eerste plaats om dat wij een beter beeld hebben van de toekomst die ons te wachten staat. Het gaat in de eerste plaats om de juiste lofprijzing, om Jezus in onze liederen en gebeden en in het onderwijs dat wij geven in catechese en prediking te eren als Degene die is en Die was en Die komen zal.

Over de auteur