fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    ‘Ik wil geen angst’

    Joanne Nihom - 27 november 2015

    Dagje Jeruzalem vorige week. Beetje eng. Ik probeerde allerlei smoezen te bedenken om niet te gaan. Maar ik wilde me ook niet gek laten maken.

    Net voor het vertrek ’s morgens keek ik nog even op internet voor het nieuws. Dat maakte me niet vrolijk. Verslagen van steekpartijen de vorige dag in Israël, bommeldingen in Europa, verhalen over gezochte terroristen. Ik stapte in mijn auto en begon mijn reis.

    Na een uur rijden stopte ik bij een benzinestation. Ik stapte uit en liep richting de toiletten. Bij de vrouwenafdeling ging ik een toilet binnen en net voordat ik de deur wilde sluiten, zag ik een Arabische vrouw binnenkomen. Stevig gebouwd. Gesluierd. Lange jurk aan. Ik schrok. In mijn beleving had ze een mes in haar hand. Mijn einde.

    “Een paar minuten later realiseerde ik me dat er helemaal niets was gebeurd, dat ik mezelf bang had gemaakt. Dat die Arabische vrouw ook gewoon naar het toilet moest.”

    Ik durfde mijn deur niet open te maken en bleef wachten tot ik niemand meer hoorde. Toen liep ik snel naar mijn auto en reed weg. Een paar minuten later realiseerde ik me dat er helemaal niets was gebeurd, dat ik mezelf bang had gemaakt. Dat die Arabische vrouw ook gewoon naar het toilet moest.

    Dit is wat er met ons allemaal in meerdere en mindere mate gebeurt. Angst overheerst. Over de hele wereld. Het kan toch niet waar zijn wat er gebeurt. Ik wil het niet, ik wil geen angst. Het hield me bezig en toen las ik dit prachtige verhaal van de oud-Nederlandse Sandra Yosef-Hassidim, die in Modiin woont.

    “Het ISIS-fenomeen wordt vaak als een raadsel voorgesteld: “Hoe komen die monsters ertoe onschuldige mensen te vermoorden?” Maar als je goed kijkt naar de achtergrond, in context van de afgelopen 50 jaar, is het vrij logisch te verklaren.

    Ik zie die radicaliserende jongeren als jongeren die in een vacuüm zijn opgegroeid als kinderen van ontheemde immigranten van een totaal verschillende cultuur. Ze hebben geen sterk thuishonk gehad, hebben ouders die de taal van het land amper spreken, waardoor de rollen zijn omgedraaid en kinderen de ouders van hun ouders werden. Dus daardoor ook geen respect hebben voor ouders, en ook weinig waarden en zekerheid die ze van hun ouders hebben meegekregen.

    Voeg daarbij achtergestelde buurten, met grote groepen jongeren die net zo zijn opgegroeid, de leegte van deze internetgeneratie, vaak gepaard met drugsgebruik, lage eigenwaarde en dan is het eigenlijk niet zo vreemd dat ze op zoek gaan naar iets wat hun invulling geeft. En daar springt ISIS in.

    Door de sociale netwerken is het ook nog eens makkelijk die jongeren te bereiken. En ineens zijn ze daar dan iemand. Ineens hebben ze een heroïsch doel. Ineens krijgen ze erkenning, een gemeenschappelijke zaak om voor te vechten. Islam? Geloof? Ik denk niet dat die jongeren echt iets met geloof hebben. Dat is de verpakking.

    En blijkbaar lenen bepaalde interpretaties van de Koran zich voor die verpakking. Maar dat is niet eens zo relevant. Als er een doel is wat als heilig wordt beschouwd, worden er altijd wel redenen van rechtvaardiging gevonden.

    Gezien de beweegredenen van de jongeren (aansluiting, gemeenschappelijk doel, waarden) denk ik dat wat imams en andere leiders uit die gemeenschap kunnen doen, is kijken hoe zij dat vacuüm kunnen vullen, hoe zij de jongeren op zo’n manier kunnen opvangen dat ze ze wat inhoud betreft iets anders kunnen bieden dan wat ze nu in radicaliseren vinden.

    Dus algemene oproepen aan andere moslims om hier afstand van te nemen heeft weinig zin en is zelfs beledigend omdat zij nog het meest onder het fenomeen lijden. Bovendien kan het radicale jongeren niets schelen wat gematigde moslims van ze denken, want ze zien die als ketters en niet als mensen waar ze tegenop kijken.

    Wel lijkt het slim om projecten op te zetten waarin mensen uit deze gemeenschap opgeleid worden om leiding te geven aan kinderen nog voor zij in het stadium van radicalisering belanden, zodat ze zich op een positieve manier kunnen ontplooien en het gevoel van aansluiting kunnen krijgen die nu ontbreekt.

    “Ons eigen extremisme is net zo’n groot gevaar voor de democratie als ISIS.”

    Afstoten van deze potentiële radicale jongeren en ze ‘bestrijden’ leidt tot nog meer vervreemding van de waarden van de democratische samenleving. Die jongeren zijn geen monsters – het zijn zoekende zielen die denken de manier te hebben gevonden echte invulling aan hun bestaan te kunnen geven.

    Ze zijn ook absoluut niet immoreel. In hun eigen wereld (en we leven uiteindelijk allemaal volgens waarden van onze eigen wereld) zijn ze juist heel moreel. Zodra we ze willen ‘uitroeien’, volgens ultrarechtse termen, stappen we hun zelfde ‘morele’ wereld in. We worden zoals zij: terrorist. In de naam van onze waarden.

    Dus wat rest ons dan? Handen omhoog en ze hun gang laten gaan? Nee. Als samenleving willen we een veilig klimaat waarin we niet elk moment bang hoeven te zijn opgeblazen te worden. Daarom moeten de politie en inlichtingendienst gewoon hun werk doen.

    Tegelijkertijd moeten we oppassen niet zelf te radicaliseren. We willen zo graag onze vrije samenleving tegen die extremisten beschermen dat we niet zien dat er straks geen vrije samenleving meer zal zijn – ongeacht of die extremisten de overhand krijgen of niet. Ons eigen extremisme is net zo’n groot gevaar voor de democratie als ISIS.”

    Over de auteur