fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Bijna Thuis!

    Ds. Henk Poot - 23 maart 2016

    Niemand van ons kan zeggen wanneer de morgen aanbreekt waarop de Messias komen zal en de hemelen zullen juichen omdat God het koningschap aanvaard heeft (Openbaring 19:6). De engelen weten niet wanneer het zover is, zelfs de Zoon des mensen niet. Niemand weet wanneer het Lam zal verschijnen als de Leeuw van Juda.

    Alleen God weet het en Hij is daarin soeverein. Hij kan de tijden verlengen en Hij kan de tijd verkorten. Wat we wel weten is dat te Zijner tijd de gebeurtenissen ons zullen overweldigen. Op het laatst zal alles met haast geschieden (Jesaja 60:22).

    Er zijn wel voortekenen en die zien wij. Jezus sprak over dingen die zouden gebeuren met zon en maan en sterren. Hij sprak over het bulderen van de zee en de branding. Paulus schreef al dat de natuur reikhalzend uitziet, maar op het laatst ook zucht alsof zij in barensnood is.

    “En veel gelovigen uit de volken doorzien het. Ze beschouwen zichzelf als degenen die de gedenkkwasten van een Joodse man vastgrijpen”

    Joden keren terug uit een diaspora die meer dan tweeduizend jaar geduurd heeft en ze komen, zoals de profeten voorzegd hebben, uit de vier windstreken van de aarde. Zelfs vangen we een glimp op van de verloren stammen. Jeruzalem is hersteld en het land geeft zijn opbrengst weer. Dat is ook eeuwen anders geweest. Het is alsof de natuur van het sieraadland haar rouwkleed aflegt en bij de komst van de kinderen van Israël haar mooiste kleren aantrekt.

    Het is nog niet volkomen en we weten dat de Messias zelf alles volmaken en voleindigen zal, maar we horen als het ware Zijn voetstappen. Voor Christus zelf is het grote teken de grote verdrukking. Als God daar geen halt aan zou toeroepen zou zelfs niemand van het uitverkoren volk het overleven. Jezus zegt dat terstond na die dagen het teken van de Zoon des mensen verschijnen zal aan de hemel. Zelf denk ik dat we moeten zeggen dat de woorden van Joël vervuld worden. Het zijn de dagen waarin God een keer brengt in het lot van Juda en van Jeruzalem.

    Maar dat zullen ook de dagen zijn die uitlopen op de laatste aanslag op de stad van de grote Koning, Jeruzalem. Joël sprak daarvan, maar ook Ezechiël en Zacharia. De volken zullen Jeruzalem heffen als een lastige steen. Het gaat nog niet eens om Haifa of Tel Aviv, het gaat om de navel van de aarde, om de plaats van het paradijs, de plaats van de tempel, het hart van de aarde en het midden van Jeruzalem, de berg Sion. Waar God aanwezig zal zijn straks, waar de Messias zal zetelen op de troon van David.

    Daar draait het om en het komt steeds dichterbij. Gisteren stond het nieuws bol van de aanslagen in Brussel en bij alle geluiden werd ook weer gehoord dat de daders gefrustreerd zijn door het Palestijns-Israëlische conflict of wat ze daarvan voorgeschoteld krijgen via Al-Jazeera. Er komt een moment dat de wereld zeggen zal: ‘En nu is het uit’ en zijn handen zal uitstrekken naar de plek, naar Jeruzalem en dan zijn we heel dichtbij.

    Maar terwijl deze gebeurtenissen zich aftekenen en Israël terugkeert naar huis en God zelf – dat heeft Hij beloofd (Zacharia 8) – terugkeert naar Sion en de Messias aanstalte maakt om daarheen af te dalen, keert dus ook het evangelie naar Jeruzalem terug.

    En veel gelovigen uit de volken doorzien het. Ze beschouwen zichzelf als degenen die de gedenkkwasten van een Joodse man vastgrijpen, ze beseffen dat de Jood Jezus hen omhelst heeft met al zijn weldaden, ze beseffen dat zij als Jafeth in het huis van Sem zijn binnengehaald. Zij houden als het ware het evangelie vast als dat evangelie terugkeert naar de plaats waar het ooit vertrok en terwijl dat gebeurt en zij meereizen, beginnen de woorden van apostelen en profeten opnieuw en anders te klinken. Hoe dichter bij Jeruzalem, hoe dichter lezen we Gods woorden in hun oorspronkelijke betekenis. Dat gebeurt dus ook, terwijl we bijna thuis zijn.

    Daarmee is deze serie blogs ‘Daarheen en weer terug’ tot een einde gekomen. In een nieuwe serie wil ik u laten delen in wat ik zelf in het opnieuw lezen van de Heilige Schrift ontdekt heb. Dat is zeker geen afgerond geheel. Ik ben zelf ook onderweg, ik ben een reiziger naar Jeruzalem, en ik blijf luisteren als een leerling, maar stapje voor stapje zijn me toch dingen duidelijker geworden.

    BEKIJK ALLE ARTIKELEN IN DEZE SERIE

    Over de auteur