fbpx
Nieuws

De héle Bijbel serieus nemen

1 maart 2016

Onweerstaanbaar is de neiging bij veel mensen om na het eerste gedeelte van een boek gelezen te hebben meteen verder te gaan met het slotgedeelte. Ze zijn nieuwsgierig om te weten hoe het afloopt. Christenen doen doorgaans precies hetzelfde.

Na het boeiende verslag van het scheppingsgebeuren en de geschiedenis van de aartsvaders gaan ze graag direct verder met het lezen van wat de evangelisten over Jezus hebben geschreven. Uit de brieven nemen ze dan nog hier en daar wat mee, omdat dit vaak al snel te ingewikkeld is. De Openbaring van Johannes komt verwarrend over en daarom beperken ze de kennisname van dat boek graag tot een enkele regel: ‘God zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal er niet meer zijn.’ De Bijbel heeft een happy end.

“We moeten steeds bedacht zijn op de valse tegenstelling tussen het Oude en het Nieuwe Testament”

Wie goed probeert te luisteren naar wat er in de kerken gepreekt wordt merkt dat de boodschap veelal geheel afgestemd is op wat de mensen graag willen horen. Vandaar dat gemeenteleden hapsnap in de Schrift lezen en dat de predikanten putten uit een selectie uit de canon van de Bijbel.

Wanneer iemand opeens vraagt naar een aanstootgevende passage staat zelfs de meest bespraakte voorganger al snel met een mond vol tanden. Dit bleek op pijnlijke wijze toen Dimitri Verhulst recent een hervertelling van de eerste vijf boeken van de Bijbel publiceerde met de titel Bloedboek.

Naar het oordeel van de Vlaamse auteur is wat wij in de Pentateuch aantreffen niet minder een handleiding voor genocide dan het beruchte boek van Hitler. Tijdens een interview met Stevo Akkerman stelde Verhulst daarom de vraag: ‘Waarom is Mijn Kampf verboden en ligt de Bijbel in hotelkamers?’

Een half Woord
Deze voorstelling van zaken klopt natuurlijk niet. Ieder zal toch weten dat The Gideons International ervoor gekozen hebben om alleen het Nieuwe Testament met daarbij gevoegd de Psalmen neer te leggen voor de gasten in hotels of een dergelijke selectie van de Bijbel te geven aan middelbare scholieren. Al weer wat jaren geleden schreef ik daar een pittige column over: ‘Een half Woord is niet genoeg.’ De bestuursleden van de Nederlandse afdeling van de Gideons waren daar zo woedend over, dat ze dreigden mij zelfs voor de rechter te dagen.

De meeste christenen zullen mij grif gewonnen geven dat het goed is een pleidooi te houden voor het lezen van de hele Schrift. Het is vreemd wanneer je vrijwel exclusief aandacht schenkt aan het laatste gedeelte van de Bijbel (het zogenaamde Nieuwe Testament) en dat je driekwart ervan (het zogenaamde Oude Testament) vrijwel ongelezen laat. Het baarde namelijk nogal opzien toen professor Notger Slenczka van de Humboldt-universiteit in Berlijn voorstelde in een artikel (april 2015) om het Oude Testament niet langer als canoniek te beschouwen, maar het meer te waarderen als de apocriefe boeken.

Marcion is een ketter
Het raakt aan een traumatische ervaring uit de geschiedenis van de kerk. In de tweede eeuw deed Marcion het voorstel om het eerste gedeelte van de Bijbel te laten vallen. Hij motiveerde dit door erop te wijzen dat de God van het Oude Testament een heel andere is dan de God van het Nieuwe Testament.

In het eerste deel van de Bijbel horen we over de strenge God die opkomt voor zijn recht door wetten te stellen en overtreders met zijn wraakoefening te straffen. Die zogenaamde Demiurg is een heel andere god dan de Vader van Jezus Christus, die zich namelijk laat kennen in zijn liefde en barmhartigheid.

Terwijl Marcion de boeken van Mozes en de profeten wilde laten vallen handhaafde hij slechts de brieven van Paulus en zag zich genoodzaakt ook het evangelie van Lukas te kuisen. Gelukkig heeft de kerk hem aangemerkt als ketter en het Oude Testament gehandhaafd. De kerkvaders waren wel van oordeel dat er niet alleen veel gedateerd is in het Oude Testament, maar dat er ook aanstootgevende passages in voorkomen. In die verlegenheid hanteerde men de allegorische uitleg: dit staat er wel maar je moet het op een andere, geestelijke wijze lezen!

Deutsche Christen
De reacties op de suggestie van Notger Slenczka waren uitermate fel, omdat deze kwestie erg gevoelig ligt in Duitsland. In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog hebben diverse theologen gepleit voor een eerherstel van Marcion. Bekend is de stelling van Adolf von Harnack: ‘Het Oude Testament in de tweede eeuw te verwerpen, was een fout, die de oude kerk terecht afgewezen heeft; het in de zestiende eeuw te behouden, was een noodlot, waaraan zich de Reformatie nog niet kon onttrekken; het echter sedert de negentiende eeuw als canonieke oorkonde in het protestantisme nog te behouden, is het gevolg van een religieuze en kerkelijke verlamming.’

In november 1938, kort na de Kristallnacht, werden plannen gemaakt voor de oprichting van het Institut zur Erforschung und Beseitigung des jüdischen Einflusses auf das Deutsche kirchliche Leben. Een groep van de Deutsche Christen belegde exact op de datum waarop Luther er in 1521 arriveerde op de Wartburg een bijeenkomst om dit Eisenacher Instituut (voor onderzoek en verwijdering van de Joodse invloed op het Duitse kerkelijke leven) te institueren. Hoe verbijsterend enkele decennia later vast te moeten stellen dat die hoogleraren en predikanten mede de sfeer hebben geschapen waarin de Shoah heeft plaats gevonden.

“Predikanten putten uit een selectie uit de canon van de Bijbel”,

Bevrijdingstheologie
Recent heeft ds. Kees Kant overtuigend aangetoond hoe het gedachtengoed van Eisenach op een identieke wijze voortleeft in de Duitse en Nederlandse kerken die steun verlenen aan de Palestijnse bevrijdingstheologie(1). Ging het de Duitse theologen er destijds om de christelijke boodschap te ontdoen van de Joodse invloeden, de bevrijdingstheologen van Sabeel en het Bethlehem Bible College doen in wezen exact hetzelfde.

In Eisenach beschouwden ze Jezus als een Ariër en in Bethlehem wordt hij voorgesteld als ‘een Palestijn die lijdt onder de bezetting’. Voor de Deutsche Christen was de ontjoodsing van de Bijbel van fundamenteel belang, voor de spraakmakende theologen van de Palestijnen (zoals Naim Ateek, Mitri Raheb en Yohanna Katanacho) gaat het eveneens om de ontjoodsing en vooral dezionisering van de Bijbelse boodschap.

Het is te hopen dat de vijf collega’s van Slenczka die weigerden het pleidooi te onderschrijven ook erg hebben in de ontwikkelingen in de bevrijdingstheologie. Intussen doen we er goed aan ons niet te snel van de kwestie af te maken. De hoogleraar pleitte niet voor een geheel terzijde stellen van het Oude Testament, maar de boeken van Mozes en de profeten als apocrief te beschouwen.

Dat wil zeggen dat we daar onze geestelijke winst mee kunnen doen, maar dat we er niet ons geloof op moeten baseren. Om zijn suggestie kracht bij te zetten stelt hij ook de ongemakkelijke vraag naar de relevantie van het Oude Testament in de praktijk van het kerkelijk leven en voor de beleving van het geloof. Als die niet goed kan worden duidelijk gemaakt zullen we bewust of vaker ook onbewust afzakken naar een niveau waar uiteindelijk niemand terecht wil komen.

“Spraakmakende theologen gaat het om de ontjoodsing en vooral dezionisering van de Bijbelse boodschap”

De eenheid van de Schrift
Allereerst is het van wezenlijk belang vast te stellen dat het van fundamenteel belang is voor de gemeente van Jezus Christus vast te houden aan de eenheid der Schrift. Jezus heeft zich kennelijk al tegen misverstanden moeten verweren, aangezien Hij verklaarde: ‘Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet en de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. Want, voorwaar, Ik zeg u: totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is’ (Matteüs 5:17v.).

Dit is het oordeel van Jezus over de Thora, Nebi’im en Chetubim, de Tenach. Bij de boeken van Mozes en de profeten heeft Jezus geleefd. Met woorden uit deze geschriften op de lippen is Hij gestorven: ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest’ (Psallmen 31:6; Lucas 23:46). Tijdens zijn leven heeft Jezus op grond daarvan de verzekering van zijn goddelijke roeping gegeven: ‘U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen’ (Johannes 5:39).

Heel zijn levensweg staat erin beschreven. Op de Paasavond geeft de opgestane Here onderwijs over de bedoeling van zijn kruisdood aan onverstandige leerlingen, die traag zijn van begrip, omdat ze selectief in de boeken van de profeten hadden gelezen: ‘Moest de Christus dit niet lijden en zo in zijn heerlijkheid ingaan? En Hij begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in de Schriften over Hem gesproken was’ (Lucas 24:26v). Ook aan de twaalf discipelen geeft Hij identiek onderricht (Lucas 24:44vv). Het moet niet aan onze aandacht ontsnappen dat er bij vermeld staat ‘dat Hij hun verstand opende zodat zij de Schriften begrepen’.

Paulus en ook de andere apostelen Petrus en Johannes hebben op dezelfde wijze als Jezus de Tenach gelezen. Voor hen moet dit ook een enorme ontdekking geweest zijn. Vandaar dat Paulus constateert dat er bij zijn volksgenoten nog steeds een ‘bedekking is bij het lezen van het Oude Testament.’

Voor dit euvel bestaat er volgens hem maar één oplossing: ‘Die bedekking wordt tenietgedaan in Christus’ (2 Korintiërs 3:14). Laten gelovigen uit de volken niet hautain oordelen over de Joden. Na vele eeuwen zijn theologen in hun wetenschappelijke benadering totaal vervreemd van de wijze waarop de eerste volgelingen van Jezus de Schriften lazen.

Hier ligt een lastig probleem. Het is met het oog op de verkondiging in de christelijke gemeente van belang om hier een weg in te vinden. Vaak blijken de preken zo plat te zijn als een dubbeltje. Als in onze tijd dankzij het technisch vernuft 3D-printers verkocht worden, zou het toch mooi zijn als er ook een driedimensionale exegese gegeven kon worden.

De twee delen van de Schrift
Na de vaststelling dat het gaat om de eenheid der Schrift moet ook duidelijk zijn hoe de twee delen zich tot elkaar verhouden. Over de relatie van het eerste en het tweede testament is in de loop der eeuwen heel wat gezegd en geschreven. Wie in staat is daar iets over op te merken dat hout snijdt, mag gelden als een goed theoloog. Als op dit punt de wissel niet goed staat, is een ontsporing het onmiddellijke gevolg.

Dikwijls wordt er een antithese aangebracht tussen het Oude en het Nieuwe Testament. In de Lutherse traditie is dat de tegenstelling tussen wet en evangelie. De goddelijke wet ontmaskert de zonde en verdoemt de zondaar, maar het evangelie brengt de troost van de verlossing door Jezus Christus.

Bij alle waarheidselementen die in deze benadering zitten schept het een contrast tussen het eerste en tweede testament. De indruk wordt gewekt dat het Oude Testament (van de Joden) de bediening van de veroordelende wet is en het Nieuwe Testament (van de christenen) de bediening van het vertroostende evangelie. Deze voorstelling van zaken vinden we niet alleen bij de godgeleerden van het piëtisme, maar ook bij de moderne theologen.

Denk maar aan wat we lezen in de Nieuwe Bijbelvertaling: ‘De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen’ (Johannes 1:17). Het woordje ‘maar’ is er gewoon in gesmokkeld, dat staat niet in de grondtekst. In het voorgaande vers staat dat ‘uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade’ (Johannes 1:16). God schenkt eerst de genade van de Thora door de bediening van Mozes en dan vervolgens daar bovenop de genade door de verlossing van Jezus Christus(2) .

“Het zou toch mooi zijn als er ook een driedimensionale exegese gegeven kon worden”

Zijde en keerzijde
Op de keper beschouwd vormen wet en evangelie als het ware de twee kanten van één en dezelfde munt. Op de ene kant staat dat het geldstuk zijn waarde heeft in het Koninkrijk van God en aan de andere zijde kunnen we de beeltenis van Jezus zien. Waarschijnlijk is de tweeslag van belofte en vervulling goed te hanteren. Het Oude en Nieuwe Testament sluit als een bus. In het eerste gedeelte van de Bijbel is te lezen wat de Messias zal doen om zijn roeping te vervullen, in het tweede gedeelte wordt duidelijk wie die beloofde Messias is.

De Utrechtse hoogleraar dr. Arnold A. van Ruler gebruikte een opzienbarend voorbeeld om duidelijk te maken dat het Oude Testament de eigenlijke Bijbel is door te zeggen dat het Nieuwe Testament niet anders is dan het daarbij behorende verklarende woordenlijstje(3) . Hij helpt daarbij voorgoed af te rekenen met de gangbare idee dat we het Oude Testament slechts aanvaarden voor zover dit overeenstemt met het Nieuwe Testament.

Dit is geheel in lijn met de manier waarop de herbergier Procrustes met zijn gasten omging. Als ze te kort waren rekte hij ze uit en te lang dan hakte hij een stuk van de ledematen af. Het is opvallend dat er niet zoveel moet worden opgerekt, maar dat er wel wat te vinden is in de boeken van Mozes en de profeten waardoor we in de verleiding komen dat af te kappen.

Het was prof. dr. K.H. Miskotte die geattendeerd heeft op het ‘tegoed’ van het Oude Testament(4) . Hij wees op de profetieën betreffende de toekomst van Israël en de volken. Mogelijk zouden we ook de omstreden landbelofte kunnen rekenen tot het ‘tegoed’ van het Oude Testament. Deze komt niet expliciet voor in het Nieuwe Testament, want waarom zou God alles nog weer eens nadrukkelijk moeten aangeven? We hebben toch Mozes en de profeten? Laten we die er dan nog weer eens op nalezen.

Vertekening
Intussen is er nog geen reactie gegeven op de vlijmscherpe kritiek die Dimitri Verhulst geeft in zijn Bloedboek. Wat er in de Pentateuch staat is niet minder een handleiding voor genocide dan het boek van Hitler. De Thora, dus het eerste deel van de Bijbel, is vrouwonvriendelijk en predikt haat tegen homo’s. Het staat op zijn Vlaams gezegd stijf van ‘smeerlapperij en vetzakkerij’ van een fascistische God.

Vaak moeten we constateren dat velen in de kerk direct een christelijke pavlovreactie geven op de bezwaren tegen alles wat er in het Oude Testament staat over seks en religie of geweld en religie: ‘Maar het Nieuwe Testament spreekt een heel andere taal.’ We zien hoe zulke verdedigers van het christelijk geloof ongemerkt afglijden in het spoor van Marcion, alsof die nooit als ketter is veroordeeld.

De teneur is stereotiep: het Oude Testament spreekt over de wraak en het oordeel van God, maar in het Nieuwe Testament horen we hoe de God en Vader van Jezus spreekt van genade en liefde. Ten gevolge van deze dwaling hoor je heel aardige christenen in kerkelijk verband of politiek georganiseerd op een zoetsappige en naïeve manier praten over de megaproblemen van de Westerse samenleving in de eenentwintigste eeuw.

“Wat is de relevantie van het Oude Testament voor de beleving van het geloof?”

Eenduidig
De voornaamste conclusie in dit artikel is dat we steeds bedacht moeten zijn op de valse tegenstelling tussen het Oude en Nieuwe Testament. Wat we lezen in de eindtijdrede van Jezus (Lucas 21 en Matteüs 24) en de beschrijving van Johannes in zijn Apocalyps is niet minder heftig dan wat we lezen in het Oude Testament.

Bovendien draait alles in de boodschap van de evangelisten en apostelen om de gewelddadige executie op Golgotha, waardoor God de wereld verzoening heeft geschonken. Maar het gaat uiteindelijk om de komst van het Koninkrijk. Het perspectief van het komende vrederijk (Openbaring 20) sluit naadloos aan bij de profetische woorden van Jesaja betreffende de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde (Jesaja 65).

Als Jezus in zijn Bergrede de grondwet van het komende Rijk bekendmaakt spreekt Hij over de manier waarop zijn volgelingen nú reeds met één been in die toekomstige werkelijkheid kunnen staan. Het gaat om de toespitsing van de geboden die God ooit aan zijn volk heeft gegeven. In de traditie was alles wat afgezwakt en tot een haalbare kaart gemaakt. Om die reden leert Jezus: ‘U hebt gehoord dat er gezegd is: U moet uw naaste liefhebben en uw vijand moet u haten. Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief en zegent hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten…’ (Matteüs 5:43v).

Het hoeft niemand te verwonderen dat Jesaja zijn tijd ver vooruit was, toen hij profeteerde: ‘Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen. Oorlog voeren zullen zij niet meer leren’ (Jesaja 2:4). Hoe komt iemand erbij God tot een krijgsgod te bombarderen?

Het is waar dat er in de Bijbel vreselijke dingen over oorlogen en geweldoefening te lezen zijn. Maar – zonder alle problemen weg te wuiven – de Heere is ook volgens het Oude Testament een God van vrede en gerechtigheid. Machtig mooi zijn de herhaalde oproepen recht te verschaffen aan de weduwe en de wees, als ook de vreemdeling. Nergens komen we in de Tenach een aansporing tegen dat we geweld moeten oefenen. Dat is helaas wel anders in de Koran (lees onder meer: Soera 4: 56, 4:89, 8:12, 9:123 en 47:4).

Er staat veel over verschrikkelijk geweld in de Bijbel. Op die manier wordt duidelijk dat het geen sprookjesboek is. Zo kunnen we ook ontdekken hoe de boodschap van God slaat op de navrante werkelijkheid waarin wij leven: met aanslagen in Parijs, Beiroet, Bagdad en Jakarta. Wanneer wij ergerniswekkende gedeelten in de Bijbel lezen, moeten we ons steeds realiseren hoe moeilijk het was en ook nu is de wil van God goed te verstaan.

Wanneer echter de Thora uitgaat uit Sion, zal er vrede komen op aarde (Jesaja 2:3v). Jezus heeft de Thora van God kernachtig samengevat: ‘Het eerste van alle geboden is: Hoor, Israël! De Heere, onze God, de Heere is één. En u zult de Heere, uw God liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht. Dit is het eerste gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is dit: U zult uw naaste liefhebben als uzelf’ (Marcus 12:29). En dat kon Yeshua allemaal aanwijzen in zijn Bijbel (wat wij dan het Oude Testament noemen), namelijk: Deuteronomium 6:4v en Leviticus 19:18.

Over de auteur