fbpx
  • Een muurreliëf in het oude Babylon in Irak.
Nieuws

De Wraak in de Psalmen

1 maart 2016

“Welzalig wie grijpt en verplettert jouw kleinen tegen de Rots!” Psalm 137,9; Naardense Bijbelvertaling

Bijbelteksten die spreken over wraak vallen verkeerd, bij buitenstaanders, maar ook bij veel gelovigen. Moeten we ze dan maar negeren? Of hoe moeten we deze teksten lezen?

“Man, val dood!” sprak mijn oma vanachter het raam in de woonkamer toen zij een Duitse soldaat in het begin van de Tweede Wereldoorlog hoog in een lantaarnpaal aan het werk zag. Mijn moeder stond als adolescent naast haar. Even stilte, daarna keerde mijn oma zich naar haar toe en vervolgde: “Weet je wel, dat als hij echt neer zou vallen ik als eerste naar buiten zou gaan om hem te helpen?” Die woorden gaven meer aan dan haar beroepseer als arts. Ze was er zelf oprecht verbaasd over.

Verlegenheid
Wraak in de Psalmen. We storen ons eraan. We komen in de verleiding om die gedeelten over te slaan. Veel mensen lezen bijvoorbeeld Psalm 139 met bij wijze van spreken tranen in hun ogen. Wat is het toch heerlijk om ‘een’ God te hebben die mij zo goed kent. “Heer, die mij ziet zoals ik ben, dieper dan ik mijzelf ooit ken, kent Gij mij”. Dat zingen we in de protestantse traditie van harte en ik zing uit volle borst mee. We lezen de Psalm als gebed.

Tot we aan de verzen 19-22 komen. Dan stoppen we met lezen, slaan de verzen over of mompelen ze vlug ietwat binnensmonds. “Zou ik niet haten, HEERE, wie U haten? Ik haat hen met een volkomen haat”. Dat voluit lezen valt niet mee.

De tekst die ik hierboven heb geplaatst roept alle mogelijke weerstand op. Begrijpelijk, maar er valt wel iets over te zeggen. We hoeven de teksten niet zonder meer besmuikt naast ons neer te leggen, want – leuk of niet leuk – ook deze woorden maken deel uit van de Bijbel en horen dus bij Gods Woord.

YouTube
Een tijd geleden was er op YouTube een filmpje te zien waarin mensen een Bijbel voorzien van de omslag van de Koran om daarmee de straat op te gaan. Zij lazen pijnlijke teksten zoals die hierboven staat voor en vroegen toen of de ondervraagden ook wisten waar dit uit afkomstig was. Vooral de tekst over de vrouw waarvan de hand moet worden afgehakt (Deuteronomium 25:12) deed het reuze goed. De makers van het filmpje was het erom te doen mensen te laten schrikken dat hier uit de Bijbel werd geciteerd!

Het was en is heel suggestief. Er wordt voorbijgegaan aan eeuwen zorgvuldige exegese, commentaren uit Talmoed, Misjna en Halacha. Er wordt voorbijgegaan aan het respect dat Gods Woord toekomt. Er wordt voorbijgegaan aan eeuwenlange ontwikkeling van uitleg in kerk en synagoge. Er wordt vooral de onterechte indruk gewekt dat alle vormen van religie gelijk zijn en ten diepste wreed. Het is niet eenvoudig om daartegen in het verweer te komen, de schijnlogica lijkt te winnen. Het staat hier toch te lezen? Wat zou ik kunnen zeggen?

Toch is dat nu juist volgens mij de opdracht die er voor elke gelovige in Jezus Christus in deze tijd ligt. Verzwijg zulke “aanstootgevende” teksten niet, maar stel ze in het goede perspectief. Zie ze vanuit het geheel van Gods Woord. Zo willen we ook die slotregel van Psalm 137 begrijpen vanuit het geheel van het boek Psalmen.

Misvatting
De meest voor de hand liggende oplossing om met zo’n tekst om te gaan is tegelijk ook een van de slechtste. “Ja, dat staat er wel, maar dat was nog in de tijd van het Oude Testament, toen waren de mensen nog primitief. Gelukkig is dat in het Nieuwe Testament wel anders.” Dat is een volslagen misvatting, zowel van het Oude als het Nieuw Testament.

De Here Jezus verkondigt bijvoorbeeld dat Hij gekomen is om het zwaard te brengen in plaats van vrede (Mattheüs 10:34). Dat zou op dezelfde wijze kunnen worden misbruikt of verkeerd worden begrepen als ons Psalmwoord. Dan worden opnieuw Oude en Nieuwe Testament op een verschrikkelijke wijze tegen elkaar uitgespeeld. Dat heeft in de kerkgeschiedenis, maar vooral ook in de geschiedenis van het volk van Israël, diepe wonden geslagen.

Voor mij is het daarom ook onbegrijpelijk dat de brochure Kerk 2025 aanvaard is onder het motto “terug naar de basis” terwijl over Israël en het Oude Testament bijna niets te lezen is. Dat viervijfde deel van mijn Bijbel wekt toch het verlangen naar Israëls Messias Die ik in het Nieuwe Testament mag ontdekken als mijn Heer in Jezus Christus?

Reeds in de negentiende eeuw schetste dr. H.F. Kohlbrügge Christus in het midden van Oude en Nieuwe Testament. Het Oude drijft je in de armen van het Nieuwe in verlangen om Hem te leren kennen, maar het Nieuwe drijft je omgekeerd in de armen van het Oude om te ontdekken vanwaar Hij komt en welke beloften Hij draagt. Dat verworven inzicht moeten we niet prijsgeven in een vlaag van moderne theologie.

“Onterecht wordt de indruk gewekt dat alle vormen van religie gelijk zijn en ten diepste wreed”

Bonhoeffer
Dietrich Bonhoeffer heeft Psalmen opgevat als het gebedenboek van de Bijbel bij uitstek. In 1940 verscheen zijn boek hierover(1), in de tijd van de oorlog. Hij vraagt zich daarin af hoe de zogenaamde wraakpsalmen door christenen gebeden zouden kunnen worden.

Hij stelt vast dat we de motieven van de bede om wraak niet kunnen doorgronden. Het gaat hem om de inhoud van zulke gebeden. Hij geeft aan dat het niet om een persoonlijke zaak gaat, maar in de eerste en uiteindelijke zin om Gods zaak. Het gebed om de wraak van God is het gebed om de voltrekking van zijn gerechtigheid over de zonde. Wraak heeft dus niets met mijn eigen gelijk, mijn vergelding en geldingsdrang te maken, maar met de gerechtigheid van God. Wie zonder zonde is werpe de eerste steen.

Bonhoeffer leest de Psalmen vanuit Jezus Christus, die wij zien en belijden als de beloofde Messias van en voor Israël. Hij schrijft: Jezus Christus droeg de wraak van God, om de voltrekking van de wraak waarvan de Psalm bidt. De wraakteksten van de Psalmen leiden ons dus naar het kruis. Niet omdat het “allemaal wel meevalt”, maar juist omgekeerd, omdat het juist helemaal niet meevalt.

De gebrokenheid van de wereld en de toorn van God komen op de Messias aan. Bonhoeffer schrijft: Ook heden kan ik slechts door het kruis van Christus, door de voltrekking van de wraak Gods door de liefde van God geloven en de vijanden vergeven.
Dit “heden” en de vergeving van de vijanden klemde in die dagen wel heel sterk en maken zijn woorden tot een getuigenis.

Rots
Misschien dat ook daarom in de Naardense Bijbel, die ik hier bovenaan heel bewust citeer, sprake is van “de Rots” met een hoofdletter geschreven. Die rots is dan het Woord van God, ja God zelf, zoals Hij als rots dikwijls op andere plaatsen in de Psalmen wordt bezongen, ja die rots is zijn Messias, de Gezalfde van Israël. Op die rots zullen de kinderen van Babel worden stukgeslagen.

Babel zal blijken geen toekomst te hebben, zoals Babel dat in de diepste zin nooit heeft gehad. De kinderen, als dragers van die toekomst, zullen dus in de confrontatie met deze rots teniet worden gedaan. Dat kan niet anders.
Zo bezien rijmt onze tekst ook op de teksten uit het laatste Bijbelboek Openbaring.

Daarin wordt over de ondergang van Babel gezongen. Babel wordt daarbij voorgesteld als een overspelige die ongerechtigheid doet en tracht anderen daarin mee te sleuren. Dat kan uiteindelijk niet lukken, omdat dat niet mag! Dat kan niet bestaan en heeft als het er op aan komt – en wanneer komt het er niet op aan – geen bestaansrecht. Met de ongerechtigheid moet worden afgerekend.

Dat is het werk van Hem die dood is geweest en zie, Hij is levend tot in alle eeuwigheid. Hij heeft de sleutels van het rijk van de dood en van de dood. Na die ondergang zal de God van Israël opnieuw Schepper en Herschepper blijken te zijn die alle dingen nieuw maakt en komt het hemelse Jeruzalem als stad van de vrede.

“Wraak heeft alles te maken met de gerechtigheid van God”

Toorn zonder zonde
Als we lezen over de toorn van God komen we in een vergelijkbare verlegenheid die ik al eerder heb genoemd. Dat komt door onze verkeerde invalshoek.

Wij benaderen God en Gods Woord steeds vanuit onze menselijke waarneming. Zoals wij over God denken, dat moet dan het leidende en beslissende element zijn. Vandaar ook dat een woord als “God is liefde” het zo goed doet, want we zeggen dat we van liefde houden en voelen wel aan dat we die nodig hebben.

We komen dan echter niet ver en in de praktijk wordt onze Bijbel dan steeds dunner. De vertalingen worden naar onze maat gesneden en wat ons niet aanstaat of buiten ons godsbeeld valt laten we onbewust of bewust steeds vaker weg. We lezen minder Bijbel, spreken er minder over. Zo wordt het Woord Gods afgeplat.

Daarmee doen we echter de Here God, onszelf en onze medemens hopeloos tekort. Dan maken wij de Heere, de God van Israël tot ‘een’ God, zoals wij denken en willen dat Hij is voor ons. Daarmee stellen wij onszelf als maatstaf.

Als ik boos ben, dan komt mijn woede voort uit de zonde. Het is een wrange vrucht van de breuk die er is tussen God en mens en tussen mensen onderling. Wat nu als God toornt? Wij zijn geneigd dat menselijk te begrijpen en vergelijken dat met boosheid. Calvijn zegt dat de Bijbel het resultaat is van de Heere God, Die zich telkens naar ons toebuigt. Hij maakt zich bekend als Herder en als Vader, omdat wij ons iets kunnen voorstellen bij een herder en bij een vader (hopelijk een liefdevolle vader).

Toch gaat het werkelijk begrijpen Wie de Heere God is ons begrip te boven. Hij is zonder zonde. Hoe zouden wij ons serieus een voorstelling kunnen maken van zijn toorn als ons begrip van boosheid in beginsel zo aan de zonde is gebonden? Wij kunnen niet boos zijn zonder te zondigen, de Heere God kan niet toornen in zonde. Wie zonder zonde is werpe de eerste steen. Alleen Hij die, zoals in de Hebreeënbrief wordt betuigd, zonder zonde is, had daartoe het recht.

Hij deed dat niet. Hij droeg als Israëls Messias de zonde weg als Lam Gods. Geen wonder – o juist wel een wonder, zeker als we het in geloof aanvaarden – dat in het laatste boek het Lam Gods op de troon is terug te vinden. Wij begrijpen zijn toorn niet, maar Hij begrijpt wel onze weerspannigheid. Denk hierbij aan Job die verlangt gerechtvaardigd te worden of de aanvechtingen van twijfel die in het boek Prediker (van Salomo; Davids zoon) worden verkondigd.

Wraak
Juist in de bekende oproep tot liefde schrijft de apostel Paulus aan de gemeente te Rome dat er geschreven staat: “Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere.” Daarbij is het boek Deuteronomium geciteerd. We zien hoe de Nieuwtestamentische verkondiging gegrond is op en geworteld is in het Oude Testament.

Oprecht geloof zal nooit wraak toepassen als rechtvaardiging van de eigen eer. Op onze weg ligt de verzoening met de vijand in zoverre dat mogelijk is. Die liefde tot de vijand krijgt ook in het Oude Testament gestalte. Denk aan het gebod om het dier naar de vijand terug te brengen of zijn lastdier te helpen. De verkondiging weet dat de eer van de God van Israël het belangrijkste en beslissende is.

“Wij kunnen niet boos zijn zonder te zondigen, de Here God kan niet toornen in zonde”

Israël
In zijn boek Pleidooi voor de Psalmen(2) wijst Tom Wright op de bijzondere positie van Israël. Psalmen is niet alleen het gebedenboek van de Bijbel, maar vooral en in de eerste plaats van Israël. Hij schrijft: “Hij (dat is de Heere God) riep Israël ook om het middel te zijn om de wereld te redden van de toestand van verlorenheid waarin ze was vervallen”.

Psalm 137 zingt over de liefde voor Jeruzalem. Ook in de ballingschap is die liefde niet vergeten. De mensen willen de God van Israël prijzen, maar: Hoe zouden wij een lied van de Heere zingen in een vreemd land? Het niet vergeten van de beloften Gods, dat is de kern van de Psalm, daar gaat het om. Wright zegt terecht dat het daarbij niet om een soort nationale superioriteitsgedachte gaat, maar: “Het is de herhaalde verklaring van Gods doel, niet alleen voor Israël, maar ook door Israël. De Psalmen kijken verder dan de tegenwoordige tijd”.

De Psalmen worden tot op de dag van vandaag door Israël gereciteerd en gezongen. Psalm 137 heeft een plaats als lied waarbij gedacht wordt aan de pijn die de verstrooiing van de stammen van Israël met zich bracht en nog steeds brengt.

In het Jodendom hebben de Psalmen duidelijk een heel andere plaats dan bij ons en spelen zulke discussies over dit soort struikelblokken – over wraakteksten – niet of nauwelijks. Het is goed om ons daarvan bewust te zijn. Dan kunnen wij er ook relativerender over spreken.

Zingen vanuit Christus
Het is volgens Tom Wright de uitdaging voor mensen die het Nieuwe Testament serieus nemen, om de Psalmen vanuit Christus te zingen en die woorden te doordenken op de Here Jezus die gekomen is om ook dit Woord van God te vervullen. Wie dat oprecht doet, zo stelt hij, zal merken dat de Psalmen in je tot klinken komen, maar ook iets met je doen en je ergens brengen.

Ik ben ervan overtuigd dat als we dat serieus zouden doen de liefde tot Israël niet af, maar juist toe zou nemen. Door ook Psalm 137 in haar geheel mee te nemen in dat gebed, peilen we dieper. We zien hoezeer we zijn afgedwaald, hoezeer we nog in een spiegelbeeld kijken. We zijn niet bij machte om beelddragers van God te zijn, al lag daar onze bestemming. We zijn een spiegelbeeld daarvan geworden en zo zijn we verworden. Alleen de Rots die Jezus Christus is kan ons de ware liefde van de God van Israël tonen.

Over de auteur