fbpx
  • Egyptische judoka El-Shahaby weigert zijn Israëlsiche tegenstander Or Sasson de hand te schudden tijdens de Olympische spelen in Rio de Janeiro. - Foto: Getty Images
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Antisemitisme en de Olympische Spelen

    Yochanan Visser - 19 augustus 2016

    De Olympische Spelen in Rio de Janeiro worden verondersteld bij te dragen aan “een nieuwe wereld”, aldus het officiële motto van de Spelen. Het grootste sportieve evenement ter wereld wil de “transformationele kracht van sport benutten om respect en eenheid te bevorderen, barrières breken en een betere wereld creёeren”, zegt Beth Lula die verantwoordelijk is voor de visuele identiteit van de Olympische Spelen. Deze verheven aspiraties blijken echter niet de Arabische en de Iraanse delegaties in Rio te inspireren.

    In plaats daarvan laat men zich inspireren door haat die tot uiting kwam in ontmoetingen met de Israëlische delegatie en tijdens wedstrijden met de Israëlische atleten. Neem bijvoorbeeld het incident met het Libanese team tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen. Nadat het tien-man sterke Libanese team werd opgepikt door een bus die gehuurd was door het Internationaal Olympisch Comité (IOC), was de volgende halte het hotel waar de 47-leden tellende Israëlische delegatie verblijft. Toen de Libanezen zagen dat dat ze de bus met de Israëlische team moesten delen, besloot Saleem al-Haj Nacoula, het hoofd van de delegatie van Israël’s noordelijke buur, om de ingang van de bus deur te blokkeren.

    “Ik zei tegen de buschauffeur dat hij de deur moest sluiten, maar een Israëlische trainer belette hem dat te doen,” zei Nacoula na het incident. “Ik moest fysiek de deur blokkeren om hem en de rest van de delegatiete beletten in te stappen. Ik deed dat omdat ik zag dat sommige Israëlis toch probeerden om erdoor te komen en op zoek waren naar problemen,” zei het hoofd van het Libanese team. Nacoula werd in Libanon na het incident geprezen als een held die de nationale eer had gered. Het IOC gaf uiteindelijk toe aan de Libanese eis en charterde een tweede bus die het Israëlische team naar de openingsceremonie bracht.

    “De organisatoren wilden een internationaal- en mogelijk gewelddadig incident voorkomen en stuurden ons naar een andere bus,” schreef Udi Gal, de trainer van de Israelische zeilers op zijn Facebookpagina. Gal zei dat hij nog steeds woedend en geschokt was door het incident en vroeg zich af hoe zoiets kan gebeuren tijdens de Olympische Spelen. Het IOC berispte Nacoula later officieel na protesten van Joodse groepen zoals de Anti-Defamation League.

    Kort na de opening van de Spelen was er een tweede incident met de vrouwelijke Saoedische judoka Joud Fahmy. Zij stapte uit het toernooi om te voorkomen dat ze de Israëlische judoka Gili Cohen in de tweede ronde van het toernooi tegen zou komen. De Saoedische teammanager beweerde later dat Fahmy verwondingen aan haar benen en armen had en dat dit de reden was voor haar vroegtijdige vertrek. Niemand in Israël geloofde deze bewering echter omdat de weigering om uit te komen tegen Israëlische atleten gebruikelijk is voor Arabische en Iraanse sport teams.

    Een paar dagen later, was het opnieuw raak. Egyptische zwaargewicht judoka Islam el-Shahaby weigerde handen te schudden met zijn Israëlische tegenstander Or Sasson nadat hij werd verslagen in de eerste ronde van het mannen over de 100 kg toernooi. Sasson, die uiteindelijk de bronzen medaille won in deze categorie, zei dat de Egyptenaar zeer hatelijk gedrag vertoonde voor de wedstrijd en naar verluidt “Allah Hu Akhbar” riep aan het begin van de eerste ronde. De Egyptenaar werd na zijn nederlaag door de scheidsrechter bevolen terug te keren naar de mat en om te buigen, zoals de traditie is na een judowedstrijd. El-Shahaby werd daarop uitgejouwd door de menigte.

    Hij kondigde later aan dat hij zou stoppen met Judo maar de media verdraaiden het verhaal en beweerden dat het Egyptische Olympisch Nationale Comité el-Shahaby had opgedragen om naar huis terug te keren. De waarheid is echter dat el-Shahaby onder enorme druk was gezet door de Egyptische media om niet tegen Sasson uit tekomen. De Israelische judoka zei later dat hij erg trots was geweest om het ware gezicht van Israël te laten zien.

    “Jodenhaat is een Olympische sport,” luidde de kop boven een artikel over deze reeks van incidenten op de website van The Algemeiner. Dat klinkt misschien als een overdrijving, maar het is een feit dat de Olympische Spelen een lange geschiedenis hebben van discriminatoire incidenten en zelfs terreur tegen Israëlische atleten. De website American Spectator gaf enkele recente voorbeelden van de Jodenhaat en anti-Israëlisme op de Olympische Spelen:

    In 2004 en 2008, overeenkomstig het Iraanse overheidsbeleid, weigerden Iraanse Olympiërs, om uit te komen tegen ‘atleten van het zionistische regime.’ Tegelijkertijd trokken Syrische zwemmers zich terug uit de competitie om elk contact met de Israëli’s te vermijden.

    Israëlische judoka Arik Ze’evi die de Egyptenaar Ramadan Darwish versloeg in de kwalificatiewedstrijd voor de Olympische Spelen van 2012 overkwam hetzelfde als Sasson. Darwish weigerde de Israëlische judoka de hand te schudden.

    De officiële website van de Olympische Spelen van 2012 in Londen vermeldde dat Jeruzalem de hoofdstad van ‘Palestina’ was.

    Tijdens de Spelen in Londen trok de Iraanse judokampioen Javad Mahjoub zich terug uit het toernooi om niet met een ​​Israëlische concurrent te worden geconfronteerd.

    Het Libanese judoteam drong er tijdens dezelfde spelen op aan dat het IOC een afscheidingswand zou bouwen op een trainingsfaciliteit, zodat de Arabieren niet de Israëlische atleten zouden zien tijdens trainingen.

    Professor Gerald Steinberg, die de in Jeruzalem gevestigde organisatie NGO-Monitor leidt, zegt dat de passiviteit van het IOC in het licht van dit antisemitische gedrag van de Arabische Olympiers neer komt op medeplichtigheid aan wat hij noemt “anti-Israëlische apartheid.” De professor van de Bar-Ilan Universiteit vergeleek de vernederingen die Israëlische Olympiërs ondergaan door het gedrag van Arabische deelnemers met wat werd gedaan met zwarte mensen in Zuid-Afrika. Steinberg noemde specifiek het negeren van de Arabische verwerping van Israël als de natiestaat van het Joodse volk sinds 1948 door de internationale gemeenschap en maakte duidelijk dat dit de basis vormt voor het discriminatoire gedrag van de Arabieren en Iraniers op de Olympische Spelen. Hij haalde fel uit naar de mensenrechtenorganisaties Amnesty International en de Human Rights Watch die wanneer het gaat om deze vorm van apartheid tegen Israëlische Joden zwijgen.

    Over de auteur