fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Donna

    Joanne Nihom - 25 augustus 2016

    Vanaf het moment dat ze acht weken oud was, was ze bij me: mijn maatje Donna, een prachtige zwarte bouvier. De liefste, slimste en gevoeligste hond van de wereld.

    Donna

    Donna

    In december 2005, toen ze bijna twee jaar was, emigreerde ik naar Israël. Donna ging met me mee. Samen in het vliegtuig. Zij lag onderin het ruim in een speciale bench, ik zat boven. Vijf uur lang huilde ik dat ik haar dit aandeed. Nadat we geland waren, kon ik haar ophalen bij de band ‘speciale voorwerpen’. Ze zag me, kwispelde, liep vrolijk haar bench uit, huppelde met me mee naar buiten en deed een plasje. In de taxi naar ons nieuwe huis in het noorden van het land viel ze op mijn schoot in slaap.

    De volgende morgen nam ik haar voor het eerst mee de velden in. Wat keek ze verbaasd toen ze zag hoe groot en ruim het was.
    Ik was thuisgekomen. Donna ook. Bijna elf jaar rende ze door de velden en boomgaarden. Iedereen kende haar. Ze was lief, altijd beschermend. Als ze iemand niet vertrouwde, ging ze – om mij te beschermen – tussen mij en die ander in staan.

    “Later vertelde een buurman die het had zien gebeuren, dat Donna me letterlijk mee naar huis had getrokken. Ik was in shock.”

    Een half jaar na onze emigratie beleefden we samen de tweede Libanonoorlog. De eerste vier katjoesjaraketten ooit hier in het dorp, vlogen over onze hoofden. Ik was Donna toen net aan het uitlaten. Het was een vreselijk hard, eng en vooral onbekend geluid. De katjoesja’s kwamen in de velden rond ons dorp neer. Ik raakte in paniek, schreeuwde en huilde. Later vertelde een buurman die het had zien gebeuren, dat Donna me letterlijk mee naar huis had getrokken. Ik was in shock.

    De dokter werd gebeld. Zij nam Donna en mij direct mee terug naar de plek waar het was gebeurd. Een goede zet van haar. Maanden later, tijdens een vliegerwedstrijd, begreep ik dat Donna de katoesja’s echt had gezien. Zodra ze een van de vliegers in de lucht zag, trok ze me weer mee terug naar huis, net zoals toen.

    Tijdens de Libanonoorlog waren we wekenlang dag en nacht samen. Ons leven bestond uit de schuilkelder en ons huis. Meer was er even niet. ’s Nachts liet ik haar uit, overdag was dat te gevaarlijk. Ze sliep bij me in de schuilkelder. Daar waren we met veel mensen. Donna hield zich keurig en lag altijd rustig naast me. Als Israël richting Libanon schoot, deed Donna niets. Maar als het omgekeerd was, nog voordat het luchtalarm afging, stond Donna al bij de deur te blaffen. Haar waarschuwing dat het luchtalarm zo zou afgaan.

    Jaren later, terwijl we aan de wandel waren, werd Donna aangevallen door een jakhals. Er zijn er veel hier in de buurt. Donna doodde hem en was de heldin van ons dorp.

    Donna
    Mijn liefste
    Mijn mooiste
    Mijn trouwste

    Iedereen kende haar. Iedereen wilde haar altijd aaien. En dat vond ze prima. Wie er ook bij ons op bezoek kwam … zodra diegene op de bank plaatsnam, ging Donna ernaast zitten. Ook naast mensen die bang waren voor honden. Met Donna was die angst onmiddellijk over.

    Toen Donna door ouderdom wat minder goed ging lopen en ze weleens thuisbleef, vroegen mensen me bezorgd of alles in orde was met haar. Iedereen hield van haar en ik het meeste. Onze band was sterk. Onze band is sterk. Afgelopen maandagavond heb ik haar begraven. Op een mooie plek in de velden waar ze altijd rondholde.

    Wat mis ik haar.

    Over de auteur