fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Niet alleen verkoren maar ook geschapen

    Ruben Ridderhof - 27 oktober 2016

    Israël is Gods uitverkoren volk, zo zeggen we dat vaak en dat is ook terecht. Zo lezen we dat in de Bijbel. In Deuteronomium bijvoorbeeld. Daar staat dat de Heere Israël niet heeft uitverkoren omdat ze zo groot en machtig waren, beter ook dan welk ander volk dan ook. Nee, God heeft Israël uitverkoren uit liefde en om zijn belofte na te komen aan de aartsvaders (7:7).

    En zo staat er in hoofdstuk 9 van hetzelfde Bijbelboek dat de Heere zijn volk niet naar het beloofde land brengt vanwege hun gerechtigheid of vanwege de oprechtheid van hun hart maar vanwege de goddeloosheid van de mensen die er wonen en alweer vanwege zijn belofte aan de vaderen (9:6). Gods verkiest uit liefde en genade en op grond van zijn verbond, zijn eed aan Abraham, Izaäk en Jakob.

    Zie Ik heb u in mijn handpalmen gegrift” (Jesaja 49:14-15)

    Het woord verkiezing zullen we nog vaak tegenkomen in de Bijbel als het gaat om Israël: In Psalm 105:6 en 135:4 bij voorbeeld of in Titus 1:1. Maar we lezen ook in Gods Woord dat Israël het volk is dat door God geschapen is. Jesaja 43:7 en 21 vertelt dat. Israël was er dus nog niet. Ik denk ook dat de onmacht van Abram om kinderen te verwekken – Isaak wordt immers pas dan geboren – en de aanvankelijke kinderloosheid van Isaak en Rebekka daarop wijzen.

    Er is een verklaring waarom God Israël zelf geschapen heeft. Stel je voor, zegt die verklaring als God Israël niet geschapen had, maar dat het al bestond en dat God dan uit de naties van de aarde het Joodse volk gekozen had voor een speciale roeping, dicht bij God. Dan hadden de andere volken van de aarde daar tegen kunnen protesteren, ze hadden kunnen zeggen: ‘Zijn de Joden soms beter dan wij? Hebben ze een streepje voor bij U en hangen wij er dan maar een beetje bij, komen wij achteraan. Bent U wel eerlijk? Meet U niet met twee maten?’. Nu om dat te voorkomen is God van voren af aan begonnen. Even terzijde: Het is dan ook absurd dat je die tegenwerpingen nog steeds hoort en niet in het minst in christelijke kringen.

    De reden waarom God Israël geschapen heeft staat er ook bij in Jesaja. God heeft Israël geschapen tot zijn eer en volgens mij heeft dat twee betekenissen. Het eerste komt wat meer naar voren in vers 7 en het tweede in vers 21. Om met het laatste te beginnen: God heeft Israël gemaakt om Hem te loven en te aanbidden als de enige en waarachtige God. En laten we niet vergeten: Zo is dat eeuwen geweest. Overal op aarde was er duisternis, iedereen was van God vervreemd, maar op één plaats was het licht aan, en wel in Jeruzalem. Honderden jaren voordat het evangelie ons bereikten werden in Israël de psalmen gezongen, werd het woord van de profeten gehoord en werd de wet onderwezen. En in Sion werd God ook geëerd!

    Maar er is ook een andere betekenis: God heeft Israël geschapen om in het midden van Israël zijn heerlijkheid te laten zien, zijn macht, maar niet minder dan dat ook zijn liefde en zijn vaderhart. En de reden daarvoor is dat het Hem in Israël om heel de wereld gaat. Als de volken Israël aanvallen en beschimpen, laat de Heere zien wat het betekent om het volk aan te tasten waar Hij Zijn naam aan verbonden heeft. Als de volken Israël zegenen, zullen ze zelf ook gezegend worden en zelfs worden uitgenodigd om erbij te komen en in het heil van de God van Israël te delen.

    Ondertussen is Israël dus niet alleen door God verkoren en heeft God er niet alleen voor gekozen om zich met haar te verbinden (Deuteronomium 7:7), maar heeft Hij Israël ook geformeerd en dat betekent niets minder dan dat Israël van meet af aan zijn persoonlijke eigendom is. Dat staat trouwens ook een vers eerder. Nog inniger: De Heere is de vader van Israël en Israël is zijn kind. Zo spreekt Hij er ook over. Tegen de Farao zegt God bij monde van Mozes: Laat mijn eerstgeboren zoon gaan! (Exodus 4:23). En in Jeremia 31:20, wordt het hoofd van Noord-Israël, Efraïm zelfs zijn troetelkind genoemd.

    Het is de liefde van God, zijn beloften aan de aartsvaders, zijn trouw maar ook het feit dat Israël zijn kind is, dat God Israël nooit zal opgeven en inruilen voor een ander. Soms gaat de relatie van Israël met God door diepe crises heen, maar de verbondenheid blijft tot aan de jongste dag en daarna: “Maar Sion zegt: De Heere heeft mij verlaten en de Heere heeft mij vergeten. Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontfermen zou over het kind van haar schoot? Al zouden zij die vergeten, toch vergeet Ik u niet. Zie Ik heb u in mijn handpalmen gegrift” (Jesaja 49:14-15).

    Over de auteur