fbpx
  • Carmela Mass, die in de oorlog in Rotterdam haar dagboek schreef als Carry Ulreich. - Foto: CvI
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Een verhaal van hoop, met Gods hulp

    Marijke Terlouw - 25 november 2016

    We kennen het verhaal van Anne Frank, dat eindigde met haar dood. Nu is opnieuw een oorlogsdagboek verschenen, ook van een Joods tienermeisje, uit Rotterdam. Maar dit meisje kunnen we leren kennen, dit meisje overleefde en mocht een leven opbouwen, een gezin, en een nieuw thuis vinden in Israël. Een verhaal van hoop: Carry Ulreich.

    Mevrouw Carmela Mass, zoals Carry Ulreich nu heet: “We hadden het grote geluk dat we samen waren. Want na de oorlog hoorden we van veel gevallen waar de mensen als onderduikers niet op één adres konden blijven – wij wel. Dat ze in kleine hokjes zaten – wij niet. Dat ze helemaal geen contact hadden met andere mensen – wij wel. Dat er geen eten was – bij ons wel. Of ziektes. Wij hadden geluk, met Gods hulp. Ik geloof werkelijk dat God me geholpen heeft van het begin tot het eind.”

    U boek heet ’s Nachts droom ik van vrede. Is dat nog altijd uw droom?
    “Ik heb dat daadwerkelijk geschreven in mijn dagboek. Ik kreeg er zelfs tranen van in mijn ogen toen ik het weer las. Maar ik droom er niet meer over. Ik droom over van alles, maar niet meer over de oorlog. Ik denk meer aan de toekomst. Ik heb er destijds elke dag naar verlangd. Je denkt een paar dagen, een paar weken, maar het duurde jaren. Tot de hoop daadwerkelijk kwam.

    ‘Er kwamen mensen uit de kampen terug, die hebben ontzettend veel doorstaan. Ik heb altijd gezegd; wij hebben niets geleden.’

    Wat voelde u toen?
    “Eindelijk is de vrede er. We gingen naar buiten en toen hebben we onze buren verteld dat we buren waren. En die geloofden het niet. ‘Wat? Werkelijk? We wisten het niet.’ Ze hadden zich alleen verwonderd dat er zoveel aardappels naar boven gesjouwd werden.”

    Snapt u dat er zoveel belangstelling is voor uw verhaal?

    “Eigenlijk wel. Er zijn zoveel dagboeken geschreven. Maar niet zoveel over Rotterdam, dat is waar. Dus dat is iets belangrijk. Als de experts het interessant vinden …
    Ik heb het voor mezelf geschreven, als ik later niet weet hoe dit of dat moest. Bijvoorbeeld de lampen aansteken van Chanoeka, dan weet ik hoe het gebeuren moet. Ik wist niet hoe mijn leven zou eindigen – als het zou eindigen. Of welke richting ik op zou gaan: of ik vroom zou blijven of niet. We hadden geen vrome familie, maar wel een bewust-Joodse familie.”

    Ik lees het wel in uw boek: u was een gelovig meisje
    “Ja, ik was heel gelovig. Gelovig in God, en dat gaf ons de hoop. Hij heeft ons toch ook geholpen.”

    Zo heeft u dat ervaren?

    “Ja, zeker. We zijn ook doorgegaan, gelovig gebleven. Ik ben ook getrouwd met een vrome man.”

    Heeft u het moeilijk gevonden, dat u het wel de oorlog overleefde, en familie en mensen om u heen niet?
    “Ja, wel in het begin, Het gaf een slecht gevoel. Er kwamen mensen uit de kampen terug, die hebben ontzettend veel doorstaan. Ik heb altijd gezegd; wij hebben niets geleden. We konden drie jaar niet naar buiten, drie jaar die niet prettig zijn. Gods wegen kun je niet doorgronden. Je weet niet waar het goed voor is. Waarom het gebeurd is, waarom ze juist ons gered hebben, waarom?”

    Had u een dagboek geschreven als u het niet cadeau had gekregen voor uw verjaardag?
    “Waarschijnlijk wel, waarschijnlijk had ik de drang om dit alles te schrijven, anders had ik het niet gedaan. Ik schreef over ‘nu staan ze voor Oosterhout, nu staan ze voor dat’. Naderhand dacht ik, wie interesseert dat nou?”

    Wat mij ook opviel, was dat u al vrij vroeg wist wat er gebeurde in Polen. Dat de mensen daar niet meer van terugkwamen en werden vermoord. Hoe wist u dat?
    “Van de BBC, die zei dat in zijn radio-uitzendingen. En een keer kwam mijn vader beneden en toen hoorde hij een gebed voor de doden. Hij zei: dat zijn geen werkkampen, dat zijn doodskampen. In Nederland werden mensen gefusilleerd, dus wat er daar gebeurde in Polen, dat kon je wel begrijpen. Hoe het precies ging, daar hoorde je niet veel van, dat verhaal kwam pas echt toen de mensen terugkwamen na de oorlog.”

    U schrijft ook over uw plan naar Palestina te gaan.

    “Ik heb de hele tijd gezegd: ik wil naar Palestina, al voor de oorlog. Er is geen toekomst hier.”

    Is dat verlangen om naar Palestina te gaan tijdens de oorlog nog versterkt?
    “Ja, toen kwam ook de noodzaak erbij. De noodzaak dat er een land is waar je je kunt verdedigen. Voor de oorlog was het meer mooi als er een eigen land is – we hadden een normaal leven. Maar in de oorlog en na de oorlog voelde je het verschil. Dat je je niet verdedigen kan, dat je afhankelijk bent in de onderduik, je bent afhankelijk van de christenen.

    Wij zaten bij een katholieke familie ondergedoken, de familie Zijlmans. Ze namen ons in huis omdat ze erg gelovig waren. Ze deden het uit liefde voor Jezus. Je moet je naaste liefhebben als jezelf. De liefde voor Jezus gaf hen de kracht dit te doen. Ze spraken alleen maar goede dingen over Jezus.”

    Maar ze respecteerden uw geloof ook.
    “Natuurlijk! Ze zijn écht rechtvaardigen onder de volkeren. Door wat zij deden, leven wij. Ik denk dat dat veel moed vereist. Dat is de reden van het uitgeven van mijn dagboek, deze gedachte doorgeven: het is mogelijk om mensen te helpen; keer je niet om om niet te zien wat er gebeurt.”
    Dochter Sarah voegt toe: “Een mens kán de wereld veranderen. In het Hebreeuws zeggen we: als je een leven redt, redt je een wereld – één hele wereld! Kijk naar Carmela, ze heeft een groot gezin gekregen.”

    Dat is de echte reden dat u het dagboek publiceerde?
    “Ja, hét voorbeeld wat er kan zijn als Anne Frank zo iemand had ontmoet. Precies dat. Dan had ze geleefd.”

    Over de auteur