fbpx
  • Uitzicht op de Tempelberg vanuit de Dominus Flevit-kerk in Jeruzalem. - Foto: Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    ‘Rijp voor de vuilnisbak van de geschiedenis’

    Rachel Avraham - 4 november 2016

    Ondanks de Unesco-claims die het tegenovergestelde beweren, staat de Joodse band met de Tempelberg buiten kijf.

    Het Temple Mount Sifting Project is een archeologisch project dat het door de Islamitische Waqf afgevoerde puin van bouwwerkzaamheden op de Tempelberg zeeft op archeologische resten. Volgens deze organisatie zijn er talloze historische bronnen die hiervan getuigen. Daaronder zitten ook heidense historici die niet door Joodse of christelijke traditie beïnvloed waren. Bijvoorbeeld Berossus (3de eeuw vChr.), Mendander van Efeze (2de eeuw v.Chr.), Hecataeus van Abdera (3de eeuw v.Chr.), Mmaseas van Patar (200 v.Chr.), Diodorus van Sicilië, (1ste eeuw v.Chr.), Strabo (1ste eeuw v.Chr.), Tacitus (1ste eeuw v.Chr.) en vele anderen.

    Naast deze getuigen bestaat er archeologisch bewijs voor het bestaan van een Joodse tempel op de Tempelberg. Het Temple Mount Sifting Project merkte op dat in 1871 een Franse archeoloog een Griekse inscriptie vond die heidenen waarschuwde niet de Joodse tempel te betreden. De ‘Beit Hatekia’ inscriptie die in 1970 was blootgelegd, bevestigt de tempeltraditie genoemd in de Talmoed. Er wordt beschreven hoe er vanaf de Tempelberg op trompetten werd geblazen om de Sjabbat en de heilige feestdagen aan te kondigen. Ook hebben archeologen een sectie van de oostelijke muur rondom de Tempelberg ten zuiden van de Gouden Poort gedateerd op de Eerste Tempelperiode.

    “Als ik u vergeet, o Jeruzalem, laat dan mijn rechterhand zichzelf vergeten. Psalm 137:5

    De ‘Immer zegelafdruk’, gevonden in de afvalberg gedumpt door de Waqf, gaat terug op een priesterlijke familie uit de Eerste Tempelperiode. (In het boek Jeremia 20:1 wordt deze familie genoemd.) Zilveren munten die in het gebied van de Tempelberg gevonden zijn, dateren uit de Tweede Tempelperiode. Zij noemen de Joodse opstand tegen Rome en dragen een Hebreeuwse inscriptie die zegt ‘heilig Jeruzalem’. Deze munten werden gebruikt als tempelbelasting tijdens de opstand. (De tempelbelasting gaat terug op Exodus 30:12-16.)

    Talloze rituele reinigingsbaden (‘mikve’s) uit de oudheid zijn aangetroffen rondom de Tempelberg. Honderden mooi gedecoreerde tegels daterend uit de Herodiaanse periode, werden ook gevonden. Ook een potscherf met een afbeelding van de menora uit de tempel, daterend uit de Byzantijnse periode. Deze laatste vondst – niet vernietigd – demonstreert dat er zelfs toen nog een Joodse verbinding bestond met de Tempelberg.

    Joodse graffiti uit de periode van de Middeleeuwen zijn ook op de Tempelberg aangetroffen. Volgens informatie uit de Cairo Genizah (‘genizah’ is een opslagplaats in de synagoge voor versleten Hebreeuwse godsdienstige boeken/papieren e.d.) zijn na de Arabische verovering van Jeruzalem in de 7de eeuw, zo’n 70 Joodse families teruggegaan naar Jeruzalem. Daar woonden zij heel dichtbij de Tempelberg. Het Genizah document geeft aan dat ze een synagoge vestigden in de Warren Poort (één van de vier toegangspoorten tot de Tempelberg, door onderzoeker Warren ontdekt.) Ook zegt het document dat rijke Joden gewoon waren geld bij te dragen voor het onderhoud van de Warren Synagoge, en dat veel Joden op pelgrimage gingen naar deze heilige plaats totdat de Warren Synagoge tijdens de eerste kruistocht verwoest werd.

    Dit bewijst zonder enige twijfel dat Joden de hele geschiedenis door hun band met de Tempelberg onderhouden hebben. Een hechte band die niet ophield met de eerste kruistocht zoals Nachmanides liet zien die in 1263 naar dit gebied reisde en uitriep: “Maar het verlies van dit alles en van elke andere heerlijkheid die mijn ogen zagen, woog niet op tegen het ervaren van de vreugde om ‘een dag in uw voorhoven te zijn, o Jeruzalem’ en de ruïnes van de Tempel te bezoeken en te huilen over het verlaten heiligdom.”

    In moderne tijden reizen veel Joden naar de Westelijke Muur – bekend als de Kotel – om te bidden en om een gebedsverzoek aan God op een papiertje in de spleten tussen de stenen van deze oude muur te stoppen. Volgens William Seward (staatssecretaris van president Abraham Lincoln), baden de Joden al bij de Westelijke Muur nog voor het ontstaan van het moderne zionisme.

    Islamitische bronnen
    Interessant is het dat de Joodse Tempel in Jeruzalem ook in islamitische bronnen is bevestigd. Koran 17:7 zegt: “Als je goed doet, doe je dat voor jezelf en als je kwaad doet, doe je dat voor jezelf. En op het moment toen de laatste belofte kwam, stuurden we (Allah) jullie vijanden op jullie af om jullie verdrietig te maken en om de tempel in Jeruzalem binnen te gaan zoals zij die de eerste keer binnengingen, en om totaal te vernietigen wat ze hebben buitgemaakt.”

    Ook noemt Koran 17:1 de verste moskee al-masjid al-Aqsa. Tafsir al-Jalalayn is een gerespecteerde Soennitische uitleg van de Koran uit de 15de en 16de eeuw. Deze beweert dat de ‘verste moskee’ refereert aan Bayt al-Maqdis te Jeruzalem. In het Hebreeuws wordt de Joodse tempel vaak aangeduid met Beit HaMikdash. Dit is bijna identiek met de Arabische term.

    Verder merkt GLORIA (Global Research in International Affairs) op:
    ”In het commentaar van Abdullah Ibn Omar al-Baydawi die in de 13de eeuw verschillende belangwekkende theologische werken schreef, is naar de al-masjid moskee verwezen als Bayt al-Maqdis omdat in de tijd van Mohammed er in Jeruzalem geen moskee bestond.”

    De Koran historicus en commentator Abu Jafar Muhammad al-Tabari heeft de moslimverovering van Jeruzalem in de 7de eeuw beschreven. Hij schreef dat toen op een dag Umar ophield met bidden, hij naar de plaats ging waar de Romeinen de tempel [Bayt al-Maqdis] begraven hadden ten tijde van de zonen van Israël.

    Het is interessant dat de Hoogste Moslim Raad in hun officiële gids die jaarlijks gepubliceerd werd tussen de jaren 1924 en 1954, het volgende over de Tempelberg vaststelde: “De plaats is een van de oudste ter wereld. Haar heiligheid dateert van de vroegste tijden. Haar identiteit met de plek van Salomo’s tempel is onbetwist. Deze plek is ook de plaats waar volgens universeel geloof David een altaar bouwde voor de Heer, en waar hij brandoffers en vredeoffers bracht.”

    Islamitisch erfgoed
    Terwijl landen met een moslimmeerderheid doorgaans negeren dat de islam de Joodse verbinding met Jeruzalem en de Tempelberg erkent – en dat het wegwissen daarvan ook het wegwissen van de moslim geschiedenis betekent – is Israël ondertussen bezig om het islamitische erfgoed in Jeruzalem veilig te stellen.

    Dit is gedemonstreerd door het Temple Mount Sifting Project: “Een heel interessant oudheidkundig voorwerp uit de 18de eeuw dat gevonden was, is een zegel van de belangrijke moslim Qadi, die ook plaatsvervangend moefti van Jeruzalem was. Zijn naam was sjeik Abd Al Fatah Al Tamimi. De huidige directeur van de Jeruzalemse Islamitische Waqf is sjeik Mohammed Azzal al-Khativ Al Tamimi. Hij is van dezelfde familie en wellicht een van zijn nazaten. Het is ironisch dat Joodse archeologen degenen zijn die het islamitische Waqf erfgoed bewaren dat door de Waqf zelf veronachtzaamd en afgedankt was.”

    Het oudheidkundige voorwerp lag temidden van talloze christelijke en Joodse antieke overblijfsels die gedumpt waren door de Waqf toen die zonder enig archeologisch benul een bouwproject begon.

    Heel bijzonder is het dat Unesco de activiteiten van de Israëlische oudheidkundige dienst (IAA) op de Tempelberg beschrijft als ‘een handeling tegen islamitische heilige plaatsen’. Nota bene, terwijl de IAA juist er op uit is bouwprojecten te controleren om de archeologische schatten te beschermen!

    Christendom
    Medeoprichter van het Temple Mount Sifting (‘Sifting’) Project, dr. Gabriel Barkay, vertelde aan The Jerusalem Post dat dit Unesco-besluit ook het christendom ondermijnt, naast het Jodendom en de islam. “Zonder uitzondering koester ik alle beschavingen van Jeruzalem. Naar Jezus en de Tempelberg wordt meer dan 20 keer verwezen in het Nieuwe Testament. Jezus ging hier naar toe voorafgaand aan Zijn kruisiging en Hij keerde een tafel van de geldwisselaars om en profeteerde over de Tempelberg. Dus degene die de Joodse verbinding met de Tempelberg in gevaar brengt, ondermijnt in feite het christelijk geloof, omdat dit gebaseerd is op Jezus en Zijn connectie met de Tempelberg.”

    De Grieks Orthodoxe priester Vader Gabriel Naddaf stemde hiermee in: “Het doorsnijden van de band tussen het Joodse volk en de Tempelberg en de Westelijke Muur zet een schending van de wortels van het christelijk geloof in werking. Het is in strijd met beide godsdiensten. Elke christen die werkelijk de Bijbel en dus ook het Nieuwe Testament gelooft, kan dit niet stilzwijgend laten passeren. `Dit is een politiek besluit, en niemand zou zichzelf boven G’d moeten plaatsen –zoals degenen die dit besloten, leken te doen. Ik ben ervan overtuigd dat ze de Bijbel, het Oude Testament en het Nieuwe Testament, moeten bestuderen.”

    Talrijke organisaties en politici door de hele Joodse wereld heen hebben het Unesco-besluit veroordeeld, samen met sommige andere landen zoals de premier van Italië Matteo Renzi. Hij noemde het besluit “schokkend” en benadrukte: “zeggen dat de Joden geen band hebben met Jeruzalem is zeggen dat de zon duisternis veroorzaakt.”
    Ook het Tsjechische parlement veroordeelde het Unesco-besluit, en onderstreepte: “Het druist in tegen religieuze waarden en het is onverenigbaar met de strijd tegen antisemitisme.”

    Israëls plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken, Tzipi Hotovely was het daarmee eens: “Het uitvoerend bestuur van Unesco heeft haar internationale mandaat te grabbel gegooid met deze verpoliticeerde en verdraaide resolutie. De landen die deze resoluties steunden, hebben hun stem uitgeleend aan de leugen door de Palestijnen gepropageerd dat de Tempelberg uitsluitend een islamitische heilige plaats is. Deze vervalsing van de geschiedenis is een openlijke belediging van de oude Joodse en christelijke banden met Jeruzalem.”

    Israëls plaatsvervangend minister van Regionale Samenwerking, Ayoob Kara, zei ook nog tijdens zijn bezoek aan het Vaticaan dat het Unesco-besluit op directe wijze het christelijk geloof en haar geschriften schaadt: “We kunnen zowel de onmiskenbare band tussen Jodendom en christelijk geloof volgens het Nieuwe Testament als het feit dat Unesco dit kapot maakt, niet naast ons neerleggen.”

    Petitie
    Zoals eerder JerusalemOnline bekendmaakte, heeft het International Legal Forum (ILF) samen met de organisatie Stand With Us een petitie opgesteld met meer dan 76.000 handtekeningen tegen het Unesco-besluit. De petitie luidt: “Unesco was in het leven geroepen met het duidelijke mandaat om bruggen tussen landen te bouwen, erfgoed te beschermen en culturele diversiteit te ondersteunen. De Tempelberg is de heiligste plaats in de wereld voor het Joodse volk waar volgens Joodse, Griekse, Romeinse, christelijke en islamitische bronnen twee Joodse tempels stonden. Door moedwillig de meer dan 3000 jaar bestendige Joodse band met de Tempelberg te ontkennen, schendt Unesco de basale mensenrechten van zowel Joden overal ter wereld, als van hen die een godsdienst aanhangen die de geestelijke en historische band van het Joodse volk met Jeruzalem als waarheid aanneemt. Daar komt bij dat dergelijke ongefundeerde en onjuiste resoluties niet alleen geschiedenis vervalsend is, maar het eigen mandaat van Unesco ondermijnt om landen bij elkaar te brengen. Unesco steunt namelijk met deze resoluties ophitsing en antisemitisme die mogelijk tot geweld kunnen leiden.”

    Yifa Segal, algemeen directeur van het International Legal Forum, verklaarde: “Deze petitie weerspiegelt de visie van miljoenen mensen over de hele wereld; ze zijn onwillig om deze destructieve resoluties te aanvaarden die pogen de geschiedenis te herschrijven. Zulke resoluties zijn gevaarlijk en ondermijnen juist de gedachtegang die tot het bestaan van internationale organisaties zoals Unesco leidde.”

    Ten slotte had Israëls afgezant naar Unesco, Carmel Shamah Hacohen, het volgende te zeggen tegen Unesco: “Jullie hebben zojuist weer een absurde resolutie aangenomen, tegen de staat Israël, tegen het Joodse volk, tegen historische waarheid; en een resolutie die volledig in strijd is met alle waarden waar deze zichzelf ontbindende organisatie voor verondersteld wordt te staan. En dit alles gebeurt in een tijd waarin radicaalislamitische krachten de geschiedenis en het erfgoed van vele landen vernietigt, moskeeën en kerken verwoest en zelfs archeologische plaatsen niet ontziet. In een tijd waarin de Staat Israël het enige land in de regio is die deze waarden respecteert en beschermt, terwijl aan alle religies gelijkwaardig vrijheid van godsdienstoefening wordt verleend. Als het niet zo indroevig was, zou het lachwekkend zijn dat een internationale organisatie – in het leven geroepen om te documenteren en geschiedenis en erfgoed te bewaren – gedwongen is om als werktuig gebruikt te worden de annalen der geschiedenis te herschrijven.”

    “De strijd om Jeruzalem begon niet met de laatste stemming, en zal ook daarmee niet ophouden,” verklaarde hij. “Israël is soeverein in Jeruzalem, en zal ermee doorgaan deze soevereiniteit daar te handhaven, terwijl de Palestijnen en ander Arabische landen niet ophouden zich te vermaken met hun eigen verbeelding en absurde resoluties. Resoluties die zowel degenen die ze op de agenda plaatsten voor gek zetten, als zij die hun hand opstaken ten gunste ervan. De toekomst van Jeruzalem zal alleen bepaald worden door de enige en historische waarheid. Een waarheid waarvoor we pal zullen staan met diepe vastberadenheid en waarvoor we elke prijs willen betalen.”

    “Het lot van deze resolutie zal niet anders zijn dan dat van VN-resolutie 3379, die in 1975 werd aangenomen en waarin zionisme gelijkgesteld werd met racisme. Die absurde resolutie werd 16 jaar later opgeheven, maar de morele vlek blijft allen aankleven die deze resolutie aannamen. Het zou in dit geval ook jaren kunnen duren totdat de ‘Jeruzalem resoluties’ met wortel en al uit de annalen van deze organisatie getrokken zijn.”

    “In 1975 was het Israëls ambassadeur bij de VN, de overleden Chaim Herzog, die voor het oog van de hele wereld het papier waarop de resolutie stond, in stukken scheurde,” merkte afgezant Hacohen op.
    “Het is niet mijn bedoeling om dit in jullie aanwezigheid vandaag te doen; niet vanwege jullie waardigheid of de waardigheid van de organisatie maar gewoon omdat dit resolutiepapier zelfs niet de energie verdient om in stukken gescheurd te worden. Het zal eenvoudiger zijn en veel meer op z’n plaats, om het te laten verdwijnen in de vuilnisbak der geschiedenis waar het thuishoort.”

    “Aan de ene kant zal het met deze resolutie zo gaan als met gelijksoortige resoluties die aangenomen zijn tegen het Joodse volk. Aan de andere kant kan het een beetje opeen geperst worden tussen ontelbare VN-Mensenrechtenresoluties, de VN in New York en andere slechte ideologieën om Israël te vernietigen, beraamd door voorbijgegane rijken en dictators die niet de moeite van het noemen waard zijn. Deze alle hebben één ding gemeen: ze verdwenen allemaal van het toneel der geschiedenis, ze bestaan niet meer. Terwijl het volk van Israël leeft en het goed doet! Een blauw en witte vlag met de Davidsster – Magen David – wappert boven ons Jeruzalem, onze eeuwige en verenigde hoofdstad.”

    “Net zoals elke Joodse bruidegom in de afgelopen 2000 jaar deed de dag voordat hij zich aan zijn geliefde vrouw geeft, zwoer ik op mijn bruiloft voor iedereen: ‘Als ik u vergeet, o Jeruzalem, laat dan mijn rechterhand zichzelf vergeten.’ Zolang de Israëlische natie bestaat, zal Jeruzalem en haar geschiedenis nooit vergeten worden.”

    Over de auteur