• Joodse kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog met een Jodenster op hun kleding genaaid.
Nieuws

‘De afdruk is gebleven’

1 maart 2017

Als er ‘s avonds thuis wordt aangebeld bij Fred Stranders, krijgt hij nog steeds een unheimisch gevoel, hetzelfde gevoel als hij in de oorlog had op zevenjarige leeftijd. De angst en de spanning zijn weer op zijn gezicht te lezen als hij erover praat.

Fred Stranders (83) weet zich nog feilloos de traumatische gebeurtenissen van de oorlog te herinneren. Hij schreef er zelfs een boek over in twee delen: De brief van mijn vader en Onderduiken doe je zo.

Fred: “Ik stond op de Berlagebrug in de Rivierenbuurt, toen ik in 1940 als kind de Duitsers op grote motoren zag binnenrijden. Er volgden al snel luchtgevechten, bombardementen en razzia’s. Even later werden veel Joodse mensen uit hun huizen gehaald en weggevoerd. Ook door het poortje in de Roerstraat waar ik woonde werden ze afgevoerd. Dat kreeg toen de naam ‘poortje des doods’. Ik zag dit met ongeloof en angst aan, en het heeft een onuitwisbare indruk op mij gemaakt.”

“Nadat ik afgestudeerd was, ben ik bewust bij een Amerikaans bedrijf gaan werken omdat zij de overwinnaars van de oorlog waren”

Onderduiken

Uiteindelijk besloot de familie Stranders om niet langer af te wachten. “Wij doken onder in de buurt, want op een gegeven moment vernamen we van de Joodse Raad dat de Duitsers alfabetisch aan de ‘S’ waren begonnen voor transport naar Westerbork. Alle mensen in de wijk kwamen aan de beurt, want de meesten hadden helaas geen onderduikadres gevonden.” Fred ging in 1943 zonder zijn ouders naar onderduikadressen in Amsterdam, Laren, Zeist, Ommen, Lemele en Utrecht, waar ook vaak andere Joodse kinderen zaten. “Het waren hoofdzakelijk gereformeerde gezinnen waar ik terecht kwam, waardoor ik ‘s zondags meeging naar de kerk. Ik heb daar een gebedje geleerd dat me altijd is bijgebleven, dat begon met: Ik ga slapen, ik ben moe …”

Raketinstallatie

Tijdens de onderduik was het soms spannend vanwege mogelijk verraad, maar toen ik in Ommen zat ondergedoken moest ik op een dag plotseling vertrekken vanwege een V1-raketinstallatie die door de Duitsers werd gebouwd naast het huis waar ik zat. Deze raketten werden op Engeland gericht. Het risico dat ik ontdekt werd was te groot. Ik ging onder begeleiding met de trein naar Lemele, wat mijn volgende onderduikadres zou worden. Ik moest in de trein steeds naar buiten kijken vanwege eventuele herkenning. In Lemele ving een predikant mij op in een kerk en bracht mij naar het adres waar ik zou onderduiken”, herinnert Fred zich.

Weerzien

“Mijn ouders zaten ondergedoken op andere adressen, maar ik wist niet waar. Twee jaar heb ik niets van ze gehoord of gezien. Ik miste ze, maar realiseerde mij dat dit zelfs nog beter was dan de dreunende laarzen en het gebonk op de voordeur, waarbij de spanning en angst bijna onhoudbaar waren. Alles was beter dan levend in handen te vallen van de Duitsers.
Mijn vader haalde me na de oorlog op. Maar de emoties kwamen pas echt los toen ik ook mijn moeder weer zag. Zij en mijn vader waren bij mijn oom en tante ingetrokken, omdat ons eigen huis was verhuurd aan anderen. Eenmaal thuis werd mij verteld dat een groot aantal van mijn familieleden en vriendjes niet meer terug zou komen, en dat vond ik verschrikkelijk.”

Fred Stranders.

Sobibor

“Na 1945 begon voor mij de ‘oorlog’ opnieuw. Ik was twaalf jaar oud en kwam in een vacuüm terecht. Op één oma na, waren al mijn grootouders die dichtbij hadden gewoond en die ik dagelijks zag, allemaal in Sobibor omgekomen, evenals mijn oom en tante, en mijn neef. Het was niet te bevatten. Wij waren beroofd van familie, bezittingen en huis. Over de oorlog werd zo goed als niet meer gesproken. Uiteindelijk pakte ik toch mijn school weer op, en ging daarna een studie doen. Nadat ik afgestudeerd was, ben ik bewust bij een Amerikaans bedrijf gaan werken omdat zij de overwinnaars van de oorlog waren”, vertelt Fred.

Verbonden met Israël

“Na de oorlog moesten wij opnieuw inburgeren. Ik voelde voor het eerst een scheiding tussen Joden en niet-Joden. De Joden die het overleefd hadden, wilden niet meer met hun afkomst geconfronteerd worden. Daar hoorde ik ook bij. Verdringen, ontkennen en integreren werden een levenswijze. In de bevolkingsregisters gingen wij na of onze Joodse identiteit nog vermeld stond, om herhaling te voorkomen. Ik voelde me steeds meer verbonden met Israël. Maar de oorlog eiste een levenslange tol. De gele ster was verwijderd, maar de afdruk is gebleven. Veel later ben ik pas naar het Sinaïcentrum* gegaan vanwege ernstige slapeloosheid.”

Monument

“Mijn onderduikouders ben ik nooit vergeten. Na de oorlog heb ik ze opgezocht voor zover dat mogelijk was. Ik heb uitgebreid met hen gesproken over mijn onderduiktijd en de over de oorlog. Met Cees van Halem, een goede studievriend, en anderen heb ik in 2002 in Vlaardingen een monument opgericht voor de onderduikverleners, die hun eigen leven op het spel hadden gezet. Op het monument staat: ‘Wie één mensenleven redt, redt de gehele mensheid’, een Joods gezegde. Ed van Thijn sprak op aangrijpende wijze bij die gelegenheid, en mijn twee zonen onthulden het monument”, besluit Fred zijn aangrijpende verhaal.

* Het Sinaïcentrum is een Joodse instelling waar onder meer door de Holocaust getraumatiseerden worden behandeld.

Over de auteur