Nieuws

Het verbond

1 maart 2017

Lithografie van M.C. Escher.

In de Bijbel is het ‘verbond’ een essentieel woord. Het komt alleen al in het zogenaamde Oude Testament zo’n slordige driehonderd keer voor. In het gereformeerd protestantisme kozen theologen ervoor met dit begrip structuur aan te brengen in de geloofsleer. Maar was dit zo’n gelukkige greep?

In mijn studententijd waren we intensief bezig met het verbond. In de eerste jaren dat ik predikant was dacht ik daarmee de problemen aan de zelfkant van de gereformeerde orthodoxie te kunnen aanpakken. Gemeenteleden wachten passief op een krachtdadig ingrijpen van God. Ik probeerde hen erop te attenderen dat God al beslissend in hun leven bezig was, omdat ze in het verbond zijn opgenomen en dat het daarom van belang is de betekenis van de doop te verstaan.

“De kerk raakt straks op de achtergrond, als de Messias Zijn rijk van vrede opricht.”

Geen verbond met de kerk

Deze benadering van de gemeente intrigeerde me en daarom wilde ik graag op deze thematiek promoveren. Tot ik het boek van dr. E. Smilde, Een eeuw van strijd rondom verbond en doop (1946) doorploegde. Opeens drong het tot mij door dat je ongemerkt met een nutteloze hersengymnastiek bezig bent. In de prediking en het pastoraat helpt het weinig wanneer er onderscheid gemaakt wordt tussen een uitwendig en een inwendig verbond, of als je spreekt over tweeërlei kinderen van het verbond. Het is net als op de litho van de betoverende kunstenaar M.C. Escher: je weet niet of iemand zich binnen dan wel buiten het gebouw bevindt.

Later ging ik steeds meer zien dat de verbondstheologie berust op een onjuiste veronderstelling. De hele Bijbelse boodschap kan niet onder de éne noemer van het verbond of de kerk gebracht worden, zoals de reformatoren dat deden in navolging van Rome. Hoe kwamen zij tot die cruciale denkfout? Om de kinderdoop te verdedigen tegenover de dopersen hebben de hervormers de eenheid van het oude en nieuwe verbond benadrukt en zo kwamen zij tot de stelling dat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen. Nu wij er niet omheen kunnen te erkennen dat dit vervangingstheologie is, moet er een nieuw argument voor de legitimatie van de kinderdoop gevonden worden.

Alle verbonden met Israël opgericht

In de verbondstheologie zit een weeffout, waardoor de bezinning op de positie van Israël ten opzichte van de kerk wordt geblokkeerd. Er is in de Bijbel geen grond voor de gedachte dat het verbond met Abraham in de kerk wordt voortgezet. Stereotiep voor deze voorstelling van zaken is het onderscheid tussen het oude verbond dat met Israël is opgericht en het nieuwe verbond met de kerk. Op grond van deze gedachte zouden theologen met enig recht kunnen zeggen dat zij niet bezig zijn met vervangingstheologie, maar dat er sprake is van verbredings- of vervullingstheologie.

Alleen wat betreft de verzoening dankzij de Messias zijn gelovigen van Israël en gelovigen uit de volken geheel verbonden. Als niet-Joden kunnen wij ook kinderen van Abraham genoemd worden: wij mogen immers delen in het eeuwig heil. Voor de echte kinderen van Abraham gelden echter bovendien nog heel ándere beloften, namelijk betreffende het herstel van alle dingen, of wel de oprichting van het Messiaanse rijk. Wij kunnen daarbij ook betrokken raken als wij ontdekken – zoals de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland het treffend zegt – hoe we delen in de aan Israël geschonken verwachting. Zo kunnen wij leren wat onze plaats is.

De kerk raakt straks op de achtergrond, als de Messias Zijn rijk van vrede opricht. Onvermijdelijk dringen zich dan enkele vragen aan ons op: Zou daarom de landbelofte zijn geldigheid toch niet verloren hebben? En werd daarom na de verschrikkingen van de Shoah in 1948 de staat Israël opgericht? En is God daarom al bij voorbaat bezig Zijn volk uit heel de wereld thuis te brengen?

Over de auteur