• Deelnemende studenten aan het Arava International Center for Agricultural Training. - Foto: AICAT
Nieuws

Landbouw leren in de woestijn

Joanne Nihom - 17 maart 2017

Een parel in de woestijn. Een bijzondere manier van ontwikkelingswerk. “Kunnen jullie een groep voormalig Thaise militairen opleiden om een kibboets op te zetten?” Met dat verzoek benaderde de Thaise regering zo’n twintig jaar geleden mensen uit de Aravawoestijn. Het idee was om kibboetsim aan de open grens bij Laos op te zetten. De collectieve landbouwnederzettingen zouden een natuurlijke grens vormen en dienden als het nodig was ter verdediging, zonder te veel machtsvertoon. Net zoals dat in de Arava gebeurt aan de Jordaanse grens.

De training was een succes en het begin van het Arava International Center for Agricultural Training (AICAT), een succesvol landbouw-leerinstituut dat nu al vele jaren bestaat met de hulp van het Joods Nationaal Fonds, een aantal ministeries en andere organisaties. In het seizoen 2014-2015 werden elfhonderd studenten opgeleid uit onder andere: Nepal, Laos, Vietnam, Zuid-Sudan, Oost-Timor en zelfs Indonesië, terwijl Israël met dat laatste land geen officiële diplomatieke betrekkingen heeft.

“Als ze terugkeren in hun moederland, zijn ze de beste ambassadeurs voor Israël die je je maar kan bedenken.”

De studenten zijn tien maanden in Israël, de lengte van het landbouwseizoen, van augustus tot juni. Eén dag per week gaan ze naar school waar ze onderwijs krijgen over alle facetten van de landbouw. Onder andere over watermanagement, ongediertebestrijding en meststof. De andere dagen van de week werken ze op een boerderij in de Arava en doen ze praktijkervaring op. Van het salaris dat ze hiervoor krijgen, kunnen ze hun ticket en opleiding betalen en vaak houden ze zelfs nog iets over wat ze later kunnen gebruiken bij het opzetten van hun eigen bedrijf.

Via universiteiten en ambassades legt AICAT contacten en vinden ze studenten. Directeur Hanni Arnon: “Twee keer per jaar reis ik naar al die landen om toelatingsgesprekken te houden om te zien of ze geschikt zijn om naar AICAT te komen. Sommigen zijn nog nooit hun dorp uit geweest. Om alles achter te laten, heb je karakter nodig, dat kan niet iedereen. Volgens onze gegevens – we houden met de meesten contact – komt 99 procent van onze studenten goed terecht en zet een eigen bedrijf op. Het is mijn droom om ons programma verder uit te breiden en ook studenten te krijgen uit Latijns-Amerika en Oost-Europa.”

“Succes op landbouwgebied is mogelijk, zo leren we ze. Als het hier lukt, in de woestijn, dan moet het ook lukken in hun eigen land. Het vereist anders denken, doorzettingsvermogen, ondernemerschap en vragen stellen. AICAT is een win-winprogramma. Iedereen die erbij betrokken is, heeft er baat bij. Allereerst de landen waar de studenten vandaan komen: zij krijgen goed opgeleide agrariërs terug die in staat zijn een eigen bedrijf op te zetten. Dan de lokale bevolking: AICAT verschaft werk aan zestig leerkrachten uit de omgeving. Ook de boeren hebben baat bij dit programma: zij hebben het hele seizoen gemotiveerde werkkrachten. En, last but not least, Israël. De studenten leren Israël door en door kennen. Ze maken trips en ze wonen het hele jaar bij gastfamilies. Als ze terugkeren in hun moederland, zijn ze de beste ambassadeurs voor Israël die je je maar kan bedenken.”

» AICAT op Facebook

Studenten presenteren een model voor een landbouwproject in hun eigen land.

Studenten presenteren een model voor een landbouwproject in hun eigen land.

Over de auteur