• Marwan Barghouti. - Foto: Flash90
Nieuws

Een leugenaar ontmaskerd

Yochanan Visser - 21 april 2017

Terwijl de Palestijnse kranten en newssites vol staan met verhalen over de hongerstakende terroristen in Israëlische gevangenen en Marwan Barghouti, de voormalige rechterhand van Yasser Arafat, die wordt bejubeld vanwege het organiseren van de actie ging de aandacht in Israël uit naar de rol van The New York Times in de actie van de gevangen Palestijnse terrorist.

De een na grootste krant in Amerika publiceerde op de dag dat de hongerstaking begon een opinieartikel van Barghouti die wegens meervoudige moord in een Israëlische gevangenis zit. Dat opiniestuk stond vol met onwaarheden over de wijze waarop Palestijnse gevangenen worden behandeld voor en na hun veroordeling en suggereerde zelfs dat Israël Palestijnse gedetineerden martelt en vermoord.

“Barghouti heeft met zijn artikel in The New York Times zeer waarschijnlijk de laatste kans verspeelt om vroegtijdig te worden vrijgelaten om de nieuwe leider van de PA te worden.”

Barghouti noemde Israël in het artikel een koloniale bezettingsmacht die in strijd met het internationale recht Palestijnse Arabieren tegen hun wil overbrengt naar Israëlische gevangenissen. Ook noemde hij de behandeling van Palestijnse gevangenen en hun families een vorm van collectieve straf omdat die families lange reizen moeten maken om de gedetineerden te bezoeken. De gevangenen waren voor een groot deel kinderen, vrouwen, parlementariers, mensenrechten activisten en academici volgens Barghouti die door The New York Times een Palestijnse leider en parlementariër werd genoemd. Uiteraard schreef Barghoutu geen woord over de werkelijke redenen waarom hij en de andere Palestijnse gedetineerden in een Israëlische gevangenis zitten.

Onder vuur

Na de publicatie van het artikel kwam The New York Times zwaar onder vuur te liggen en niet alleen van uit Israël waar politici van linkse en rechtse partijen in de ‘pen kropen’ om hun ongenoegen te uiten over het feit dat een Palestijnse terrorist die verantwoordelijk was voor de dood van vele Israëli’s gedurende de Tweede Intifada een podium werd gegund in een gerespecteerde Amerikaanse krant.

Premier Netanyahu, bijvoorbeeld, zei dat “Barghouti een politiek leider noemen hetzelfde is wanner men Assad zou aanduiden als kinderarts”. In de VS schaarde zelfs Times-redacteur Liz Spayd zich onder de critici en uitte zware kritiek op de opinieredactie van haar eigen krant. Spayd schreef dat de redactie daar melding had moeten maken van de misdaden die door Barghouti werden begaan. De opinieredactie riskeerde daarmee de geloofwaardigheid van de opiniepagina’s van The New York Times, schreef Spayd.

Wat er precies is gebeurd bij The New York Times nadat zelfs de Israëlische regering opheldering had gevraagd over de publicatie van het stuk zal wel altijd in het duister blijven. Feit is dat de hoofdredactie klaarblijkelijk ingreep en de opinieredactie opdracht gaf om een kort commentaar bij het artikel te plaatsen.

“Dit artikel ging over de gevangenisstraf van de schrijver, maar verzuimde voldoende context te geven over de misdaden waarvoor hij is veroordeeld. Die misdaden waren vijf gevallen van moord en het lidmaatschap van een terroristische organisatie”, luidde het begeleidende commentaar.

Kans verspeeld

Het incident met het artikel van Barghouti vond plaats op het moment dat The New York Times een van de best ingevoerde pro-Israël journalisten aantrok, klaarblijkelijk om de schijn van neutraliteit van de krant in het Palestijns Israëlische conflict te herstellen. De hoofdracteur van de krant maakte deze week bekend dat Wall Street Journal journalist en voormalig hoofdredacteur van The Jerusalem Post Bret Stephens voor The New York Times zal gaan werken als columnist.

Stephens zal ongetwijfeld geschokt zijn geweest over de publicatie van Barghouti’s artikel dat zelfs tot een officieel onderzoek in Israël heeft geleid. De Israëlische minister van publieke veiligheid Gilad Erdan wil dat de omstandigheden waarbij het Barghouti mogelijk werd gemaakt zijn opinieartikel de gevangenis uit te smokkelen worden onderzocht. Ook gaf hij opdracht om Barghouti naar een andere gevangenis over te brengen waar hij nu in eenzame opsluiting zit.

De voormalige Fatahleider en oprichter van de Al Aqsa Martelaren Brigades, een terreurbeweging die in navolging van Hamas zelfmoordaanslagen pleegde tijdens de Tweede Intifada, heeft met zijn artikel in The New York Times zeer waarschijnlijk de laatste kans verspeelt om vroegtijdig te worden vrijgelaten om de nieuwe leider van de PA te worden.

De leugens en de omissies in zijn artikel zijn gemakkelijk te weerleggen door bijvoorbeeld de transcipten te lezen van de verhoren na zijn arrestatie in 2001. Daarin bekent hij sommige van de misdaden die hem in de gevangenis deden belanden en maakte geen geheim van het feit dat hij – samen met Arafat – degene was die de terreuroorlog die aan circa duizend Israëli’s het leven kostte gaande hield.

Bovendien laten die transcripten zien dat de Israëlische veiligheidsdienst Shin Beth hem niet martelde zoals hij suggereerde in zijn artikel voor The New York Times. Barghouti maakte grappen met zijn ondervragers en kreeg goed te eten tijdens ieder verhoor.

De reacties in Israël op Barghouti’s laatste acties laten zien dat Bayit Ha Yehudileider Naftali Bennet waarschijnlijk gelijk gaat krijgen. Die schreef na de publicatie van Barghouti’s artikel dat Barghouti een verachtelijke moordenaar is “die in de gevangenis moet wegrotten tot de dag dat hij sterft.” Israël zal dus niet zwichten voor de eisen van Barghouti daar zal zelfs de dreiging van een nieuwe ‘Intifada’ niets aan veranderen.

Over de auteur