fbpx
  • - Op 29 november 1947 werd in New York bij de VN gestemd voor een onafhankelijke staat voor het Joodse volk. Foto: Flash90.com
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Psalm 19

    27 april 2017

    Hoe een toespraak tot profetie werd voor de grenzen van Israël

    Op de avond van Onafhankelijkheidsdag 1967 had rabbi Tzvi Yehuda Kook het moeilijk. Terwijl de hele natie Israël het 19 jarig bestaan van de staat vierde, was rabbi Kook – aanwijsbaar de meest vooraanstaande leider van Israëls nationaal religieuze sector – in een sombere stemming. Hij werd herinnerd aan een van de meest belangrijke dagen in de Joodse geschiedenis: 29 november 1947.

    Op deze gedenkwaardige dag in 1947 zaten Joden wereldwijd gekluisterd aan hun radio’s om de uitslag te horen – niet van een voetbalwedstrijd of van de stemming over Engelse tegenkandidaten voor het premierschap die op dezelfde dag gehouden werd. Nee, dit was een uitslag die hun levens veel meer zou veranderen dan welk evenement dan ook. In het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York kwamen vertegenwoordigers van 57 landen bij elkaar voor de Algemene Vergadering om te stemmen over het Verdelingsplan, een resolutie die de vestiging van een Joodse staat – en een Arabische staat – in het Heilige Land aanbeval. Landen die in de loop van de volgende 70 jaar elke gelegenheid zouden aangrijpen tegen Israël te stemmen, konden door Goddelijke besturing niets anders doen dan de vestiging van een Joodse staat sanctioneren…

    … Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik ga de Israëlieten nemen uit de heidenvolken waarheen zij gegaan zijn. Ik zal hen van rondom bijeenbrengen en hen naar hun land brengen. Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen van Israël. Zij zullen één Koning als koning hebben. Zij zullen niet langer twee volken zijn, en niet langer nog in twee koninkrijken verdeeld zijn.’  Ezechiël 37:21, 22

    “Na 2000 jaar in ballingschap van het ene naar het andere land trekkend, had God uiteindelijk hun het sein gegeven naar huis terug te keren, naar hun oude natiestaat Israël”

    Met tweeëndertig landen die voor het plan stemden, 13 stemmen tegen en 11 onthoudingen, kreeg de resolutie de twee derde meerderheid die nodig was om aangenomen te worden. In 2017, nu we de 70ste verjaardag van die historische stemming naderen, bezorgt die uitslag van toen vele Joden nog kippenvel. Na 2000 jaar in ballingschap van het ene naar het andere land trekkend, had God uiteindelijk hun het sein gegeven naar huis terug te keren, naar hun oude natiestaat Israël.
    Maar als dit zo’n gewichtige gelegenheid was, waarom raakte rabbi Kook dan zo van streek toen hij herinnerd werd aan de gebeurtenissen van die dag?

    19 jaar geleden
    Rabbi Tzvi Yehuda Kook groeide op onder de krachtige invloed van zijn vader, rabbi Avraham Yitzhak Kook, de eerste religieuze figuur die de tekenen van verlossing erkende in het verlangen van de seculiere Zionistische beweging om een Joodse staat in Israël te stichten.
    Toen de Eerste Wereldoorlog ten einde liep, werd het steeds duidelijker voor rabbi A.Y. Kook dat ‘de zangtijd is aangebroken,’ en dat ‘het koeren van de tortelduif gehoord wordt in ons land.’  (Hooglied 2:12) De oorlog leidde tot de Balfour Verklaring, de vestiging van het Mandaatgebied Palestina en een toenemend verlangen van de internationale gemeenschap naar Joodse soevereiniteit in het Heilige Land. Tientallen jaren gingen echter voorbij zonder dat de beloften gedaan door de wereldmachten, werden nagekomen. En aan het eind van de Tweede Wereldoorlog kreeg het Joodse volk slechts 56% van het Mandaatgebied Palestina aangeboden, waarvan het grootste deel de Negev woestijn was.

    Het Joods Agentschap dat in die tijd de feitelijke regering van het Joodse volk in het Mandaatgebied Palestina vormde, was toch ontzettend gelukkig met het aanbod. Twee jaar na het eind van de Holocaust gaf de wereld aan het overblijfsel van het Joodse volk een staat – in tweeën gedeeld, omringd door vijanden en zonder gebied ter uitbreiding – maar toch: een staat.

    Nadat zijn vader meer dan 10 jaar geleden overleed, was rabbi Tzvi Kook in 1947 de onofficiële leider van het religieuze Zionisme. Omdat hij opgegroeid was in een gezin waar motieven gebaseerd waren op Joodse wetgeving en Bijbelse profetie en niet op politiek, zag hij het plan om het ‘Heerlijke Land’ te verdelen als een catastrofe.
    In het plan was Judea en Samaria buitengesloten, ook de Gazastrook en een deel van Galilea, en wat het meest belangrijk was, Sion en de dochters van Juda (Groter Jeruzalem) waren van de kaart geveegd. Er zou geen beërven zijn van ‘…Elke plaats die uw voetzool betreedt … zoals Ik tot Mozes gesproken hebt.’ (Jozua 1:3) Het was alsof een levend orgaan uit het land van Israël was weggesneden.

    ‘Mijn land hebben zij verdeeld’
    Tegen deze achtergrond stond rabbi Kook op aan het eind van de feestelijke maaltijd op Onafhankelijkheidsdag 15 mei 1967 en hield zijn toespraak: ‘Psalm 19 van de Staat Israël’.
    Door dit te doen, liet hij het Joodse volk – en de hele wereld – weten dat Israël dan wel z’n 19de jaar van onafhankelijkheid mag vieren, maar dat God zoveel méér had beloofd. En het wachten op de vervulling van Gods Woord was bijna ondraaglijk voor hem geworden.

    “Negentien jaar geleden, op die bijzondere avond toen het Heilige Land het nieuws ontving van de positieve uitkomst van de heersende naties ten aanzien van de wederoprichting van de Staat Israël en het hele volk de straat op ging om in het openbaar hun vreugde te uiten, kon ik niet naar buiten om te delen in de blijdschap,” zei rabbi Kook. “Ik zat in eenzaamheid te wachten, want HIJ had het op mij gelegd.” (Vergelijk Klaagliederen 3:28: ‘Laat hij eenzaam zitten en zwijgen, omdat Hij het hem opgelegd heeft.’)

    “In die eerste uren kon ik niet aanvaarden wat er gebeurd was met deze ontzagwekkende aankondiging, want het Woord van God in de profetie van de ‘kleine profeten’ was inderdaad vervuld: ‘Mijn land hebben zij verdeeld’ (Joel 3:2c). Waar is ons Hebron? – hebben we haar vergeten?! Waar is ons Sichem – hebben we haar vergeten?! Waar is ons Jericho – hebben we haar vergeten?! Waar is ons erfland ten oosten van de Jordaan – hebben we dat vergeten?! Waar is elke klont aarde, elk stukje land dat tot het Land van God behoort?! Hebben we het recht om zelfs maar een millimeter van dit land op te geven? God verhoede het!”
    “In deze staat van ontreddering die mijn hele lichaam doortrok en me volledig verwondde en in stukken sneed, kon ik me niet verheugen. Zo voelde ik me 19 jaar geleden op die avond, tijdens die uren.”

    Rabbi She’ar Yashuv Cohen, die de opperrabbijn van Haifa zou worden, en verschillende andere collega’s van hem waren heimelijk achter rabbi Kook en de eveneens nationaal religieuze rabbi Yaakov Moshe Charlap aangegaan op de avond van 29 november 1947. Zij wilden weten hoe beiden de verdeling van het land beschouwden.
    “We kwamen bij de deur om te luisteren, en we waren geschokt,” herinnerde rabbi Cohen zich. “We hoorden huilende stemmen: rabbi Kook schreeuwde, Waar is ons Hebron? Waar is ons Sichem?’ En rabbi Charlap na hem, ‘Waar is ons Jeruzalem?‘ Er was eerst schreeuwen en huilen en daarna stilte. En toen plotseling een uitbarsting van gezang: ‘Beraam een plan – het zal verijdeld worden! Spreek een woord – het zal niet tot stand komen! Want God is met ons.’ (Jesaja 8:10) … en: ‘Dit is door de HEERE geschied, het is wonderlijk in onze ogen.’ (Psalm 118:23)”
    De daad (van verdeling) was geschied. Hoewel rabbi Kook niet kon begrijpen waarom God wilde dat het land verdeeld werd, wist hij dat God mysterieuze wegen bewandelt.

    Schok
    Tijdens de toespraak van rabbi Kook in mei 1967 waren ook zijn leerlingen geschokt te horen hoe hun mentor zich zo ontredderd uitte. Rabbi Hanan Porat, een van de geëvacueerde kinderen uit Gush Etzion voor dat de Arabieren in de Onafhankelijkheidsoorlog de Joden daar afslachtten, was zo’n leerling. (Later werd hij een van de stichters van de vernieuwde nederzetting Kfar Etzion na de Zesdaagse Oorlog.) “We keken naar hem, en we zagen dat hij werkelijk was als iemand die over zijn dood verslagen was, alsof hij helemaal gewond was en in stukken gesneden,” vertelde Porat 10 jaar geleden aan Ynet News. “We konden voelen dat het was alsof hij in naam van het Land van Israël sprak, dat het losscheuren van delen van Eretz Yisrael, zijn eigen vlees als het ware losscheurde.”

    Een ander van zijn studenten, nu de geleerde rabbi Baruch Zalman Melamed, herinnerde zich hoe hij absoluut niet gewend was zijn leraar zo te zien op een feestelijke avond. “We waren verrast. Hoe kon het zijn dat hij bedroefd was, speciaal tijdens de feestdag wanneer hij altijd zo’n grote vreugde om zich heen had hangen? Het leek altijd alsof zijn gezicht dan iets speciaals uitstraalde en hij helemaal omgeven was door lofprijzing en dank aan de Machthebber van de wereld voor de wedergeboorte van de staat. Deze wedergeboorte was meer dan alleen maar ‘de eerste manifestatie van het naderen van onze verlossing’ zoals in de gebedsliturgie voor de Staat Israël beschreven is. De wederoprichting van de Staat Israël was voor hem het oprichten van ‘Gods troon in de wereld’. Zo had hij van zijn vader rabbi Avraham Yitzhak geleerd.”

    Precies drie weken later ontvingen zij allen een verklaring voor zijn vreemde gedrag.

    ‘Er werd door mij heen gesproken’
    Terwijl Arabische legers hun troepen aan het mobiliseren waren, greep de Egyptische president Gamal Abdel Nasser de gelegenheid aan het Joodse volk te vertellen dat hun 19de Onafhankelijkheidsdag hun laatste zou zijn. “De strijd zal een totale strijd zijn en ons enige doel de vernietiging van Israël,” zei hij tegen de Arabische vakbonden. “De oorlog met Israël is sinds 1948 nog steeds aan de gang,” bracht hij naar voren op een persconferentie. “De legers van Egypte, Jordanië, Syrië en Libanon staan klaar aan de grenzen van Israël om de uitdaging aan te gaan, terwijl de legers van Irak, Algerije, Koeweit, Soedan en de hele Arabische natie onze ruggen dekken,” zei Nasser.

    God had andere plannen. Van 5 tot 10 juni 1967 vernietigde Israël de hele Egyptische luchtmacht, bracht grote verliezen toe aan het Syrische leger, liep het Jordaanse leger onder de voet, bevrijdde de Golan hoogvlakte, de Gazastrook, Judea en Samaria – toen bekend als de Westoever – en natuurlijk de Eeuwige stad Jeruzalem.
    “Alsof het een profetie was die gelanceerd was uit rabbi Kooks mond, brak ongeveer drie weken later de oorlog uit, en Hebron, Jericho en Sichem waren aan ons teruggeven,” riep rabbi Melamed in herinnering. “De schreeuw van onze leraar en mentor was in de hemelen gehoord.”

    Rabbi Avraham Remer, een van rabbi Kooks studenten, herinnerde zich dat na de Zesdaagse Oorlog de seminariestudenten hem vroegen waarom hij het verdelingsplan aanhaalde in mei tijdens de Onafhankelijkheidsdag toespraak. Hij antwoordde: “Dat is werkelijk verbazingwekkend. Al die 19 jaar heb ik daarover niets gezegd en geheel onverwachts noemde ik het dat jaar.“
    Met betrekking tot de ‘profetie’ dat Israël in 1967 haar Bijbelse hartland terug zou winnen lang voordat er een woord bekend was over een potentieel militair conflict, zei rabbi Kook: “Geloof me, er werd alleen maar door mij heen gesproken.”

    “Het goddelijk besluit dat dit land in onze handen is overgeleverd, is bindend en altijddurend”

    ‘We zijn naar huis teruggekeerd’
    In juni 1967 baande de IDF zich een weg naar de Oude Stad van Jeruzalem, kroop onder verlaten tanks heen en vond z’n weg door de nauwe straten naar de oude muren die de ruines van de twee tempels omringden. Gelijkertijd stuurde de IDF opperrabbijn Shlomo Goren een jeep naar de oude stad om zijn schoonvader, rabbi David ‘de Nazareense’ Cohen, naar de oude stad te brengen samen met rabbi Tzvi Kook. Rabbi David Cohen had 19 jaar geleden een eed afgelegd dat hij niet z’n huis zou verlaten totdat de Westelijke Muur weer in Joodse handen was.

    Toen rabbi Kook zich realiseerde dat het geen droom was, stond hij op en zei: “We maken aan heel Israël en de hele wereld bekend dat we op goddelijk bevel naar huis zijn teruggekeerd, naar de ‘opgangen in heiligheid’ en de stad van onze tempel. En vanaf deze dag zullen wij niet meer hier vandaan gaan.”

    Vanaf 1967 maakte rabbi Kook het tot zijn levensdevies het bouwen en bewaren van heel het land Israël aan de orde te stellen en te bevorderen. Honderden nederzettingen werden in de daaropvolgende jaren gesticht in de Sinaï, de Golan, Gaza, Judea en Samaria. Vele daarvan door studenten van rabbi Kook. Na de Jom Kipoer Oorlog stichtte hij de Gush Emoeniem beweging (Blok der Getrouwen). Deze beweging had tot doel het overgaan van land in Arabische handen door verkoop, tegen te gaan. Het Heilige Land, legde hij uit, was geheiligd door haar goddelijke heiligheid en daarom bestaat er geen enkele mogelijkheid zelfs maar een klein stukje grond ervan af te staan.

    “Het goddelijk besluit dat dit land in onze handen is overgeleverd, is bindend en altijddurend. Deuteronomium 11:31: ‘…om het land dat de HEERE, uw God, u geeft, in te gaan en het in bezit te nemen; u zult het in bezit nemen en erin wonen.’  Het is het land van ons leven, onze profetie en ons koninkrijk – met een eeuwig geldende belofte aan onze aartsvader Abraham en ons als zijn nageslacht beloofd – met z’n  gebieden, grenzen, bevrijding en nederzettingen. Het besluit is even bindend en altijddurend als de eeuwigdurendheid en de getrouwheid van de Wet van de Schepper van de wereld, de Rots en de Verlosser van Israël,” zei hij in een artikel getiteld ‘Het heerlijke land’.

    “En elke dwang om dit goddelijke besluit te schenden, of dat nu door de regering van Israël gebeurt of door een regering van een heidens land, door vrienden of vijanden, vraagt van ons jong en oud, onze zonen en dochters, met al onze macht en kracht hiertegen te protesteren. Elk van deze ‘beslissingen’ om delen van het land te stelen (weg te geven) – land dat behoort aan miljoenen Joden in Rusland en Amerika en in de hele diaspora – heeft geen enkele waarde. Ze zijn minder waard dan het stof der aarde. ‘Hij verbreekt de gedachten van de volken. Maar de raad van de HEERE bestaat voor eeuwig, de plannen van Zijn hart bestaan van generatie op generatie.’ (Psalm 33:10b,11)

    Vertaling: Evelien van Dis.

    Over de auteur