fbpx
  • Het schepseltje dat we uit de thee visten. - Foto: Fraidzjah
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Beestjesthee

    Fraidzjah - 31 mei 2017

    Het ‘bijenbos’ dat wij enkele maanden geleden aangeplant hebben in de hoop het de bijen gemakkelijker te maken in deze droge uithoek, vraagt zo nu en dan onderhoud. En omdat ‘jong geleerd, oud gedaan’ is vroegen we de jongens hun scheppen en kruiwagen mee te nemen. Spelenderwijs rollen ze dan op termijn zo het werk in.

    We reden ’s morgens vroeg voor de hete zon uit naar een uiterst stukje van de woestijn dat nog net Israël heet. Ik hapte eerlijk gezegd wel even naar adem toen ik het onkruid zag dat rond de boomstekjes opgeschoten was. Het verstikte hen bijna en namen het kostbare water weg. Tijd voor aktie. Ietwat wanhopig begon ik in het wilde weg te hakken en te trekken maar toen het eerste boompje er weer fier en schoon bij stond bedaarde ik. Een voor een was nog steeds de beste oplossing. De kuifleeuwerik jubelde boven ons, zwaluwen op trektocht scheerden strak langs en verder was de stilte diep en intens.

    “Ik keek om naar onze jongens en grinnikte dat ik mijn moeder maar niet zou vertellen waar we onkruid gewied hadden vandaag.”

    De jongens waren druk met tonnen zand de woestijn uit en weer in kruien, vonden een dode egel en verzamelden takjes voor het kampvuur. Na twee uur werken vond ik het wel eens tijd voor koffie dat ik op een vuurtje zette. Dankbaar keek ik naar de boeven die er zo langzamerhand ontoonbaar uitzagen en realiseerde me dat een deel van hun geluk was dat ik daar totaal niet mee zat en het eerder stimuleerde. Hoe meer zelf ontdekt en geprobeerd, hoe beter. Toen de eerste ‘mam ik verveel me!’ kreet kwam, draaide abba simpelweg het irrigatie systeem open en konden wij weer verder werken. Het druppelende water was voor hen eerst regen dat hen uit de omhoog gehouden waterslang nat drupte, daarna werden vrachtwagens geladen met het natte zand en tenslotte besloot David koffie en thee voor ons te gaan maken.

    De jongens bezig met het maken van thee.

    Dat nieuwe veiligheidshek staat eigenlijk verdraaid dichtbij, vond ik plotseling. Een 8 meter hoge grens van vlijmscherp prikkeldraad sneed 200 meter van me af dwars door het zand. Ik herinnerde me ineens dat niet lang geleden een van de mannen die aan het werk waren aan het hek neergeschoten was door een kogel uit Egyptische richting. Ik keek om naar onze jongens en grinnikte dat ik mijn moeder maar niet zou vertellen waar we onkruid gewied hadden vandaag.

    Een ontzettend raar idee eigenlijk, filosofeerde ik verder. Ik trek me momenteel een bult aan taaie stekels in een poging om wat boompjes meer lucht te geven en wie weet staat over twee weken ISIS wel hier aan het hek te rammelen. Ze zijn immers nog maar vijf kilometer van deze grens verwijderd. Dan lopen ze vast ook deze boompjes plat. Wat zonde. En om deze idiote gedachtengang schoot ik hardop keihard in de lach. Wie zei ook al weer dat als de Messias morgen terug zou komen, hij vandaag nog een boom zou planten? Maarten Luther? Theodoor Hertzl? Nou, dan moest ik zelf ook maar doorwerken.

    Nog nagrinnikend boog ik m’n inmiddels stijve rug en op dat moment kwam David over het zand aan galopperen. “Abba! Abba! Er zitten oogjes in de thee!!” Nu had ik het echt niet meer en gierde het uit. Verontwaardigd dat hij niet serieus genomen dacht te worden, vervolgde David: “Echt waar! Twee oogjes met pootjes eraan!” Dat moest ik zien. De lachkriebels inslikkend liep ik mee naar de geimproviseerde keuken waar Jonathan een beker zanderig water stijf voor zich uit hield. Met een stokje viste ik de twee zwarte oogjes op, waar echte pootjes aan bleken te zitten. Ademloos bekeken we het kever-achtige schepseltje dat het op het droge waarempel nog bleek te doen.

    En onkundig van de absurde werkelijkheid om hen heen dronken we met de jongens zelfgemaakte zand-thee. Zonder oogjes.

    Over de auteur