• Karl Epstein, dr. Boris Zabarko en Nina Levenberg bij het onthulde moment bij Uman.
Nieuws

Een gedenkteken bij Uman

18 mei 2017

Op maandag 8 mei kwam een groep van ongeveer 70 christenen en Joden bij elkaar in een bos in centraal Oekraïne om een herdenkingssteen te onthullen voor 1.000 in 1942 door de nazi’s vermoorde Joodse kinderen.

De bijeenkomst werd gehouden in een bos, niet ver van de stad Uman vandaan en was een eerbetoon aan verzoening. Een Duitse dominee uit Heidelberg, Johannes Zink, vroeg vergeving uit naam van de ‘vaders en grootvaders die mogelijk betrokken waren geweest bij nazi gruweldaden’. Een rabbijn uit Jeruzalem, Chaim Eisen, sprak over het belang van bruggen bouwen.

Vertegenwoordigers van de plaatselijke – en districtsoverheid prezen de stedenband tussen Uman en de Israëlische kuststad Ashkelon en beloofden dat plaatselijke leerlingen de Joodse begraafplaatsen zouden onderhouden. Oekraïense schoolkinderen staken herdenkingskaarsen aan en droegen gedichten voor.

“In april 1942 gebood de nazi-commandant de de Joden om vóór 22 april duizend kinderen in de leeftijd van 3 tot 10 jaar te ‘leveren’.”

Privé-initiatief

Juist drie dagen vóór deze bijeenkomst hadden Oekraïense nationalisten – in dit land met een antisemitische geschiedenis – het gemunt op grafstenen van een Joodse begraafplaats in Cherkasy, ongeveer 185 naar het noordoosten. Ze bekladden de stenen met hakenkruizen en de woorden ‘tolerantie is zwakte’. In de berichtgeving werd duidelijk dat het de eerste keer in jaren was dat zoiets gebeurde. Maar het was tegelijk een herinnering aan het gemak waarmee frustratie over een falende economie, nationalisme kan doen ontvlammen dat zich snel tegen Joden keerde. (De oorlog met Russische separatisten in het oosten van Oekraïne heeft een snelle prijsstijging veroorzaakt.)

Zouden er in het gebied waar de bijeenkomst van maandag plaatsvond, geen oudere herdenkingstenen aanwezig zijn voor politieke gevangenen en andere niet Joodse slachtoffers van WOII, dan zou men niet vermoeden dat de aardophopingen die zich eindeloos uitstrekken in het bos feitelijk massagraven waren – een deel van de belangrijkste nazi executieplaatsen van Uman vanaf 1941.

De herdenkingssteen voor de kinderen werd gefinancierd door de Nederlandse organisatie Christenen voor Israël. Deze organisatie ondersteunt Joodse immigratie naar Israël.
De Oekraïense autoriteiten laten verstek gaan waar het specifiek herdenkingsstenen betreft voor Joodse slachtoffers van de nazi’s. Dus alle soortgelijke monumenten zijn het gevolg van privé-initiatieven.

Moord op de kinderen van Uman

Vandaag de dag heeft Uman een kleine ouder wordende Joodse gemeenschap en een nieuwe toevloed van Joodse pelgrims die aangetrokken worden door het graf van de 18deeeuwse chassidische rabbi Nachman van Breslov.

Toen de Duitsers in 1941 binnenvielen, telde de stad zo’n 15.000 Joden. Tegen het eind van 1942 waren meer dan 10.000 van hen vermoord. De herdenkingssteen – waarbij op deze maandag expres kinderspeelgoed was neergelegd – gedenkt een van de meest gruwelijke gebeurtenissen uit die tijd.

In april 1942 gebood de nazi-commandant de plaatselijke leider van het getto, Haim Schwarz, dat de Joden tot 22 april de tijd hadden om duizend kinderen in de leeftijd van 3 tot 10 jaar te ‘leveren’.
“De Duitsers zeiden dat de kinderen naar een weeshuis werden gestuurd,” zei Karl Epstein, leider van de Joodse gemeenschap van Uman en een van de 2700 Holocaustoverlevenden die nog in leven zijn en wonen in 42 gemeenschappen door heel Oekraïne.

“Schwarz zei dat het onmogelijk was. De nazi’s zeiden dat zij zelf de kinderen wel zouden halen als de Joden niet bij machte waren hen te overhandigen.” Schwarz ging dus terug naar het getto en overlegde twee dagen lang met de Joodse leiders. Hun uiteindelijke, onmogelijke beslissing was om “de kinderen op te offeren om de rest van de gemeenschap te sparen.”

Op de vastgestelde dag 22 april stonden Oekraïense politiemannen en gevangenen uit een nazi doodskamp voor de poorten van het getto om de kinderen weg te halen. Degenen die niet bij hun moeders vandaan getrokken konden worden, werden samen met hun ouders meegenomen. Ze werden allemaal weggebracht, niet naar een weeshuis, maar naar dit dichte bos waar de kuilen reeds gegraven waren. Toen werden ze achter elkaar massaal doodgeschoten en hun lijken werden bedekt met vuile grond.

Overlevenden

De bijeengekomen gasten en hoogwaardigheidsbekleders waren die maandag in shock toen schooldirecteur Ludmilla Dozenko beschreef hoe in augustus 1941 in een soortgelijke moordactie de nazi’s een groep Joden uit het naburige dorp Talnoy opdroegen hun bezittingen bij elkaar te pakken voordat ze ‘naar hun werk gebracht werden’. De nazi’s brachten hen echter weg naar een stuk bos dichtbij waar ze neergeschoten werden en in de grond gestopt.

Sommige van deze Joden hadden kinderen meegnomen, waaronder een vrouw die haar twee jaar oude dochtertje bij zich had. “Twee jongens van zes en zeven jaar kregen het voor elkaar ’s avonds uit de stapel lichamen te klimmen,” zei Dozenko, “maar de ‘berg’ bewoog nog steeds.”

De vrouw van een plaatselijke politieman liep toevallig op deze onheilsplek. Ze was te bang om de jongens mee te nemen, maar drong er bij de kinderen op aan zo snel mogelijk te verdwijnen uit de buurt. Ze kreeg het wel voor elkaar het tweejarige meisje te redden en ze bracht haar naar een veilig oord bij een Oekraïense familie.
Toen wees Dozenka een oudere vrouw aan die samen met andere overlevenden op een rij stoelen zaten. “Dat is het tweejarige meisje van toen, Nina Levenberg, die het overleefde en vandaag bij ons is.”

In september 1941 werden duizend Joden – artsen, advocaten en leraren – bijeen gedreven in een grote kelder in Uman. De deuren werden gesloten en de uitlaat van een auto werd door een gat in de muur naar binnen geschoven. Slechts één persoon overleefde het. Dat was een kleine jongen, Yevgeny Emass, die met z’n neus tegen een scheur in de muur aangedrukt had gezeten en zuurstof kon inademen. Toen de Duitsers de deuren openden, kon hij ongemerkt wegkomen. Hij was nu een oude man en was ook aanwezig op de ceremonie van maandag.

’Geen antisemitisme’

De leider van de Uman districtsraad, Oxana Suprunets, vertelde dat vier stadsscholen de opdracht hadden gekregen te zorgen voor de vele ongemarkeerde massagraven in het dichte bos. “Wij zijn allen één volk. We maken geen onderscheid tussen Joden en Oekraïners of mensen van andere nationaliteiten,” zei Gaina Kutscher, een andere beambte.

Ondanks op zichzelf staande aanslagen zoals het begraafplaatsvandalisme op 5 mei in Cherkasy, zei de voorzitter van de Oekraïense Vereniging van Holocaustoverlevenden, de historicus Boris Zabarko tegen The Times of Israel: “Er is geen antisemitisme binnen de regering vandaag. Oekraïne heeft een nieuwe vijand – de Russische president Vladimir Putin. Putin wordt allerwegen verantwoordelijk gehouden voor de voortgaande oorlog in Oost-Oekraïne, dus men besteedt minder aandacht aan de Joden.”

Niet alle scholen geven onderwijs over de Holocaust. En zij die dat doen, zijn vanuit het vakkenpakket op de scholen verplicht om slechts 55 minuten aan het onderwerp te wijden, voegde Zabarko eraan toe. De twee Holocaustonderzoekscentra in Dnjepropetrovsk en Kiev deden hun best om geïnteresseerde docenten te informeren en te trainen.

Zabarko (81) overleefde de oorlog in een klein dorp in Oekraïne. Hij woont nu in Kiev en heeft zes boeken over de Oekraïense Holocaust gepubliceerd. Waarom bleef hij in Oekraïne na alles wat hij meegemaakt had? “Ik interviewde zo’n 1.000 overlevenden, ooggetuigen van wat gebeurd was en ik ben nog steeds bezig met het uitgeven van boeken,” zei hij. “Als ik dit niet gedaan had, wie dan zou het gedaan hebben?”

Over de auteur