• Het kunstwerk Megilat haEsh - Foto: Petra van der Zande
Nieuws

De boekrol van vuur

Petra van der Zande - 29 juni 2017

“Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben, als Ik uw graven open en als Ik u uit uw graven doe oprijzen, Mijn volk. Ik zal Mijn Geest in u geven, u zult tot leven komen en Ik zal u in uw land zetten. Dan zult u weten dat Ík, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.” Ezechiël 37: 12-14

Het Martelarenbos (Ja’ar Hakdosjiem) ligt in de heuvels van Moshav Kessalon en Eshtaol, richting Beit Shemesh. In 1951 plantten nieuwe immigranten zes miljoen bomen op de kale heuvels. De viereneenhalf miljoen dennenbomen zijn ter nagedachtenis van de tijdens de Holocaust vermoorde Joodse volwassenen en de anderhalf miljoen cipressen voor de omgekomen kinderen.

Op het hoogste punt (met prachtige vergezichten) staat een acht meter hoog kunstwerk van Nathan Rappaport – de Megilat haEsh. De tweedelige bronzen boekrol begint met de Holocaust. Boven de Joden die worden afgevoerd, staan gezichtsloze helmen en bajonetten. We zien de wanhopige strijd van het getto van Warschau, een moeder en kind die in de vlammen ten hemel stijgen, en een engel met een Molotovcocktail. De overlevenden die de kampen verlaten kijken nu omhoog, hoopvol, naar de bootjes die hen helpen om via de clandestiene immigratie naar Eretz Israël te komen.

De takken van de olijfboom bestaan uit mensenlichamen en de centrale tak, in foetushouding, laat zien dat zelfs te midden van de vernietiging nieuw leven, een natie, geboren kan worden. In de holle binnenkant die beide delen aan elkaar verbindt, staat de tekst uit Ezechiël 37 in het Hebreeuws en Engels. De dorre doodsbeenderen zijn door Gods geest weer nieuw leven ingeblazen.

Op de tweede pilaar laat de wandelende Jood zijn stok en rugzak achter – die heeft hij niet meer nodig in zijn thuisland. De druiventros in de handen van een kind symboliseert een van de zeven soorten van het Land Israël (Deuteronomium 8:7,8); de zwangere vrouw is een beeld van de nieuwe generatie die in vrede geboren zal worden.

Het hoofdthema van dit deel is het herenigde Jeruzalem. Soldaten dragen een menora die ondersteund wordt door de profeet Elia – een teken van Goddelijk ingrijpen. Dezelfde menora staat op de Ark van Titus in Rome, toen deze in 70 AD was afgevoerd na de verwoesting van de Tempel. De rol eindigt met een biddende soldaat bij de Kotel.
Er is zo ontzettend veel te zien op dit prachtige kunstwerk dat vol verborgen symbolen zit.

De tekst “Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël,” heeft Rappaport op een heel indrukwekkende manier weten uit te beelden. De bezoeker die Megilat haEsh, dat omringd wordt door eucalyptus-, Johannesbrood-, eiken-, terebint- en storaxbomen, met eigen ogen ziet, zal dat zeker beamen.

Over de auteur