• Joodse vrouwen demonstreren voor nederzettingen in Judea en Samaria. - Foto: Flash90
Nieuws

Een duidelijk antwoord op het nederzettingenvraagstuk

9 juni 2017

In februari 2017 werd in het Israëlische parlement een controversieel wetsvoorstel aangenomen. De wet staat de regering toe met terugwerkende kracht het bestaan van betwiste Joodse gemeenschappen op de Westoever goed te keuren door Palestijnen die voorheen het land als eigendom claimden, financieel te compenseren.

Oppositiepartijen waarschuwden dat deze wet tot gerechtelijke vervolging door het Internationaal Gerechtshof (Den Haag) kan leiden. De belangrijkste Palestijnse onderhandelaar Saeb Erekat zei dat “Israëls parlement een wet heeft aangenomen die diefstal van Palestijns land legaliseert.”
Dit thema is eerder op de Parijse vredesconferentie genoemd in een resolutie van de VN Veiligheidsraad, en verwoord door de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, in een belangrijke beleidstoespraak. Allen verwierpen nederzettingen.

“Wanneer de bewering klinkt dat Israël Palestijns land heeft gestolen, is Israëls antwoord steevast: ‘Wij vonden de mobiele telefoon uit’, ‘Bij ons hebben homofielen gelijke rechten,’ of: ‘Wij vliegen naar Haïti om daar te helpen na een aardbeving.’ Algehele verwarring.”

Het lijkt alsof Israël nooit een goed weerwoord heeft tegen beschuldigingen aan het adres van de nederzettingenonderneming. Wanneer de bewering klinkt dat Israël Palestijns land heeft gestolen, is Israëls antwoord steevast: “Wij vonden de mobiele telefoon uit,” “Bij ons hebben homofielen gelijke rechten,” of: “Wij vliegen naar Haïti om daar te helpen na een aardbeving.” Algehele verwarring. En wanneer aangedrongen wordt op een verklaring voor het alsmaar vastlopen van de veel belovende tweestatenoplossing, krijgt altijd het dwarsliggen van de Palestijnen de schuld.

Deze onbekwaamheid om een duidelijk antwoord te geven, is resultaat van 30 jaar lang slecht beleid dat Israël onder druk zette een Palestijnse staat te scheppen in het historische hartland van Judea en Samaria, wat de wereld de Westoever noemt. Dit beleid heeft meegewerkt aan het idee dat het gebied van Judea en Samaria Arabisch land is en Israël een eigenzinnige bezetter. Vandaag, nu Israël bezig is terug te komen op de tweestatenoplossing, is het niet gemakkelijk toe te geven dat wij het verkeerd hadden. En van veel mensen staat het werk op het spel. Daarom heeft Israël het steeds over dezelfde oude partijlijn maar zet geen stappen om een Palestijnse staat tot werkelijkheid te maken.

Duidelijk

Maar voor ons inwoners van de nederzettingen is de waarheid duidelijk: de tweestatenoplossing was een misvatting en zal nooit realiteit worden, want Judea en Samaria behoren aan het Joodse volk toe. Ons recht op dit land is afgeleid van onze geschiedenis, godsdienst, internationale besluiten en verdedigingsoorlogen. Joden hebben hier 3700 jaar gewoond ondanks herhaalde slachtpartijen, verdrijvingen en bezettingen – door de Romeinen, Arabieren, kruisvaarders en Ottomanen. En de wereld erkende het autochtone bestaan van het Joodse volk in dit land in de Balfour Verklaring van 1917 en de San Remo Akkoorden van 1920.

Toen Israël in 1948 onafhankelijkheid uitriep, viel Jordanië samen met vijf andere Arabische staten Israël aan, bezette Judea, Samaria en oostelijk Jeruzalem en dreef Joodse inwoners uit. Jordanië probeerde opnieuw in 1967 de Joodse staat weg te vagen, maar deze keer dwong Israël het Jordaanse leger terug tot achter de rivier de Jordaan. Terwijl de Israëlische regering ambivalent was of ze de pas bevrijde gebieden zou behouden, was de nederzettingenbeweging hierin niet aarzelend. Wij wilden het land houden en het ontwikkelen, net zoals de pioniers van de kibboetsbeweging.

Vandaag wordt het aantal Arabieren in Judea en Samaria geschat op 2.7 miljoen, hoewel verschillende onderzoekers het niet eens zijn over deze aantallen en beweren dat het uiteindelijke aantal veel lager uitkomt. Toch rechtvaardigt de aanwezigheid van deze Arabische inwoners alleen nog niet een nieuw land. Arabieren kunnen in Israël wonen met persoonlijke rechten net zoals andere minderheden, niet met nationale rechten. Maar veel Arabieren verwerpen deze opvatting omdat ze de wettelijkheid niet erkennen van een Joodse staat, al dan niet met nederzettingen.

Deze algemeen verbreide intolerantie werd openbaar in de nasleep van Israëls terugtrekking uit Gaza in 2005 toen Hamas daar in 2007 aan de macht kwam en het gebied veranderde in een vooruitgeschoven post voor jihad en in zeven jaar drie oorlogen begon.
Als resultaat geloven de meeste Israëli’s – hoezeer ook pragmatisch – niet langer meer in een beleid van opgeven van land in de hoop vrede terug te krijgen. Terwijl Gaza nu door Hamas beheerst wordt, wil geen enkele Israëli dat een islamitische staat Palestina op hen neerkijkt vanaf de strategische heuvels van Judea en Samaria.

Nieuwe opties

Om die reden zeggen de meeste inwoners van de nederzettingen dat de tweestatenoplossing dood is en dat de tijd is aangebroken voor een discussie over nieuwe opties waarbij Israël de Westoever in handen houdt en uiteindelijk daar Israëlische soevereiniteit vestigt zoals we ook deden op de Golanhoogvlakte en in oostelijk Jeruzalem. Jazeker, Israël zal ook de vragen omtrent de rechten van de Arabische inwoners moeten oppakken, en de onderwerpen die de veiligheid en het Joodse karakter van het land betreffen. Maar we geloven dat deze vragen via de weg van een democratisch proces uitgewerkt kunnen worden. Er liggen nu al vijf geloofwaardige plannen klaar.

1De eerste optie werd voorgesteld door de voormalige Israëlische Knessetleden Aryeh Eldad en Benny Elon. Het staat bekend onder de naam ‘Jordanië is Palestina’, een billijke aanduiding omdat de Jordaanse bevolking algemeen gerekend wordt overwegend Palestijns te zijn. Onder hun plan zou Israëlische wetgeving van kracht worden in Judea en Samaria, terwijl de Arabieren die er wonen Israëlisch én Jordaans burgerschap zouden krijgen. Deze Arabieren zouden hun democratische rechten in Jordanië aanwenden, maar als emigranten met burgerrechten wonen in Israël.

2Een tweede alternatief gesuggereerd door de Israëlische minister van Onderwijs Naftali Bennett, stelt de annexatie van alleen ‘gebied C’ voor. Door de Oslo-akkoorden is dit gebied zo aangeduid en het omvat 60% van de hele Westoever. Hier woont een meerderheid van de 400.000 nederzettingenbewoners. De betrekkelijk weinige Arabieren in dit gebied, krijgen Israëlische burgerschap. Maar Arabieren die in de ‘gebieden A en B’ wonen – de belangrijkste Palestijnse bevolkingscentra – zouden onder zelfbestuur komen.

3Een derde plan is gepromoot door professor Mordechai Kedar van de Bar-Ilan Universiteit bij Tel Aviv. Het komt overeen met het plan van Bennett. Zijn vooronderstelling is dat de meest stabiele Arabische entiteit in het Midden-Oosten gevormd wordt door de Verenigde Arabische Emiraten. Ze zijn gebaseerd op een geconsolideerde traditionele groep of partij. De Palestijnse Arabieren vormen geen samenhangende natie, betoogt Kedar, maar ze zijn samengesteld uit van elkaar onderscheiden stadsclans. Hij stelt dus voor om Palestijnse autonomie te geven aan zeven niet aan elkaar grenzende ‘emiraten’ in belangrijke Arabische steden en aan Gaza – dat hij als een ‘emiraat’ aanmerkt. Israël zou dan de rest van de Westoever annexeren en Israëlisch burgerschap aanbieden aan de Arabische dorpelingen buiten deze steden.

4Het vierde voorstel is het meest ongecompliceerd. The Jerusalem Post-journalist Caroline Click schreef in 2014 het boek De Israëlische oplossing: één staat voor vrede in het Midden-Oosten. Hierin betoogt ze dat in tegenstelling tot de eerdere gangbare mening, de Joden niet het gevaar lopen de demografische meerderheid te verliezen in de ene staat Israël waartoe ook Judea en Samaria behoren. Nieuw demografisch onderzoek toont aan dat dankzij de terugval van het aantal Palestijnse geboorten en emigratie, gecombineerd met tegengestelde trends onder Joden, een stabiele Joodse meerderheid bestaat van meer dan 60 % tussen de rivier de Jordaan en de Middellandse Zee (Gaza niet meegerekend); men schat dat dit percentage uitgroeit tot ongeveer 70 % rond het jaar 2059.

Mevrouw Glick concludeert dat de Joodse staat veilig is: Israël zou Israëlische wetgeving op de Westoever moeten instellen en Israëlisch burgerschap aanbieden aan de gehele Arabische bevolking zonder vrees om weggestemd te worden. De Israëlische president Reuven Rivlin heeft zich in principe achter dit voorstel geschaard (in februari 2017), en hij zei: “Als wij onze soevereiniteit uitbreiden, dan moet de wet op gelijke manier voor allen gelden.”

De Israëlische plaatsvervangende minister van Buitenlandse zaken, Tzipi Hotovely is eveneens voorstander van annexatie en het geven van verblijfsrechten aan de Palestijnen – met toegang tot burgerschap voor hen die trouw zweren aan de Joodse staat. Anderen geven meer de voorkeur aan een regeling die lijkt op die van Puerto Rico, een gebied in de VS waarvan de inwoners niet kunnen stemmen bij nationale verkiezingen. Sommige Palestijnen, zoals de Jabari clan in Hebron, willen Israëlische verblijfsrechten en zijn gekeerd tegen de Palestijnse Autoriteit die zij als onwettig en corrupt beschouwen.

5Tenslotte is er een vijfde alternatief, naar voren gebracht door de leider van de nieuwe Zehut (= identiteit) partij, Moshe Feiglin, samen met Martin Sherman van het Israël Instituut voor Strategische Studies. Zij zien geen oplossing voor de met elkaar strijdende nationale ambities in één land. In plaats daarvan stellen ze een uitwisseling van bevolkingen voor met Arabische landen die op effectieve manier zo’n 800.000 Joden verdreven rond de tijd van het ontstaan van Israëls onafhankelijkheid. In tegenstelling daarmee zou echter de Palestijnen in Judea en Samaria genereuze compensatie worden aangeboden om vrijwillig te emigreren.

In beweging

Geen enkele van deze opties is een wondermiddel. Elke formule heeft wel iets potentieel onverenigbaars of is moeilijk uitvoerbaar. Het Israëlische beleid is echter in elk geval in beweging zoals de wet op de nederzettingen aangeeft.

De mantra van de heer Kerry dat “er werkelijk geen levensvatbaar alternatief is” voor de tweestatenoplossing wordt krachtig tegengesproken door zichtbaar falen van deze oplossing. Met een nieuwe Amerikaanse regering aan de macht doet zich een nieuwe historische gelegenheid voor om een open discussie te voeren over werkelijke alternatieven, onbelemmerd door de ‘sjibbolets’ van het verleden!

Over de auteur