• Israëlische gevechtsvliegtuigen bombardeerden in 2007 een nucleaire faciliteit in aanbouw in Syrië. Het Iraanse regime probeert ook buiten zijn grenzen te werken aan een kernwapen. - Foto: Kevin J. Gruenwald / Wikimedia Commons
Nieuws

Hoe Iran doorwerkt aan een kernwapen

Yochanan Visser - 2 juni 2017

De Amerikaanse regering besloot afgelopen maand dat er opnieuw sancties tegen Iran zouden worden opgeheven omdat de islamitische republiek zich min of meer aan het nucleaire akkoord van 2015 houdt. ‘Min of meer’, omdat Washington kritiek heeft op Iran waar het gaat om de naleving van de ‘geest’ van het akkoord.

Iran blijft namelijk doorgaan met het ontwikkelen en testen van ballistische raketten en met het produceren van centrifuges voor het vervaardigen van hoogverrijkt uranium dat wordt gebruikt voor de productie van een kernwapen. De beperkingen op deze Iraanse activiteiten die onderdeel uitmaken van het zogenaamde JCPOA (Joint Comprehensive Plan Of Action) worden door de partijen verschillend geïnterpreteerd.

“Iran heeft constant geprobeerd via allerlei wegen, ook buiten de eigen grenzen, door te werken aan een atoomwapen.”

Dat heeft ook te maken met een VN-resolutie die Iran oproept om te stoppen met het ontwikkelen van ballistische raketten en dan vooral met de intercontinentale versie daarvan. De vraag is nu of Iran zich daadwerkelijk aan het nucleaire akkoord houdt en is gestopt met het ontwikkelen van een atoombom. De Iraanse oppositie en Israëlische experts vinden van niet.

Atoomwapen

De oppositiebeweging National Council of Resistance of Iran (NCRI) beweerde in april dat het over bewijzen beschikt die laten zien dat Iran koortsachtig doorwerkt aan de ontwikkeling van een atoomwapen op de militaire basis Parchin. Satellietfoto’s die de groep publiceerde, lieten nieuwe installaties zien, omringd door aarden wallen, die werden aangeduid als ‘plan 6’. Een afdeling van de Iraanse Organisatie voor Defensief en Innovatief Onderzoek (SPND) die in Iran bekend staat onder het Perzische acroniem METFAZ houdt zich op de faciliteit in Parchin bezig met het testen van ontstekers voor nucleaire wapens aldus NCRI. METFAZ staat voor Centrum voor Onderzoek en Uitbreiding van Technologie voor Explosies en Inslagen.

Inspecteurs van het Internationaal Atoomagentschap IAEA hebben slechts zeer beperkt toegang tot Parchin en kunnen niet zelfstandig onderzoek doen. Grondmonsters die het agentschap nodig had, bijvoorbeeld, werden door Iraanse ingenieurs genomen onder toezicht van de IAEA-inspecteurs.

De bevindingen van NCRI, dezelfde groep die het bestaan van de nucleaire installaties in Natanz en Arak onthulde, werden door het Pentagon en het Witte Huis serieus genomen. Men beloofde het pakket informatie zorgvuldig te bestuderen. Tot nu toe is echter gebleken dat de Amerikanen het geen reden vonden om het JCPOA op te zeggen, zoals Trump beloofde tijdens zijn verkiezingscampagne.

Activiteiten buiten Iran

De aandacht van de wereldgemeenschap en van het IAEA gaat uitsluitend uit naar wat er op Iraanse bodem gebeurt met betrekking tot het nucleaire programma van de Islamitische Republiek. Dat zou wel eens een catastrofale fout blijken te kunnen zijn. Iran heeft namelijk constant geprobeerd via allerlei wegen, ook buiten de eigen grenzen, door te werken aan een atoomwapen. Dat bleek bijvoorbeeld uit wat er in 2007 gebeurde.

In maart van dat jaar infiltreerde de Israëlische geheime dienst Mossad het appartement van Ibrahim Othman in Wenen, Oostenrijk. Ohtman, hoofd van het Syrische Atoomagentschap, was daar voor een vergadering van het IAEA. De Mossadagenten kopieerden foto’s van Ohtmans computer die een atoomreactor in aanbouw in de Syrische stad Deir al-Zor lieten zien.

Deze Syrische reactor, Al Kibar genaamd, leek als twee druppels water op de plutoniumreactor die Noord-Korea bouwde in Pyongyan. De reactor werd gebouwd naast de rivier de Eufraat. De Mossadagenten verlieten Ohtmans appartement zonder een spoor achter te laten en de volgende dag lagen de foto’s op het bureau van Ehud Olmert de toenmalige Israëlische premier.

Vraag om actie

De toenmalige Israëlische premier Olmert had weinig tijd nodig om tot de conclusie te komen dat militair ingrijpen om de Syriërs af te houden van een kernwapen nodig was, maar hij wilde niet over een nacht ijs gaan. Hij consulteerde eerst een aantal voorgangers, onder wie Netanyahu en Ehud Barak, en hield overleg met zijn militaire top en hoofden van de geheime diensten. Daarna werd de Amerikaanse regering ingelicht.

Olmert verwachtte eigenlijk dat president Bush zou besluiten om een aanval op Al Kibar uit te voeren, met of zonder hulp van Israël. Bush besloot dat uiteindelijk niet te doen, omdat hij er niet van overtuigd was dat de reactor ook daadwerkelijk onderdeel was van een geheim atoomwapenprogramma in Syrië. De Amerikaanse president stelde voor om toestemming aan het congres te vragen, een beproefde tactiek om tijd te winnen of om militair ingrijpen in de ijskast te zetten.

Olmert had echter een gevoel van urgentie en gaf het leger opdracht om met een voorstel voor een beperkte luchtaanval te komen of een aanval die zou worden uitgevoerd door speciale eenheden van het leger. Ook werd een speciale eenheid naar Deir al-Zor gevlogen om in het holst van de nacht grondmonsters te nemen en de reactor te fotograferen.

Gedurfde actie

Uiteindelijk koos de Israëlische premier na zes vergaderingen van het Israëlische veiligheidskabinet om groen licht te geven voor één van de meest gedurfde militaire acties in de geschiedenis van de staat Israël. In de nacht van 6 september 2007 vlogen Israëlische straaljagers via de Libanese kust en de Turkse grens naar Deir al-Zor na het gebruik van speciale elektronische apparatuur die de luchtverdediging en andere militaire communicatie in Libanon en Syrië verlamde.

Tegen één uur ’s nachts hoorden de legertop en Olmert het codewoord ‘Arizona’ via de boordcomputers van de IAF-jets. De Al Kibarreactor was niet meer, nadat zeventien ton explosieven het complex hadden gereduceerd tot puin en stof. Het enige spoor dat de Israëlische vliegtuigen achterlieten, waren lege brandstoftanks die werden gevonden langs de Turkse grens.

Samenwerking met Noord-Korea

Later werd bekend dat onder de 35 doden in Al Kibar Noord-Koreanen waren die de bouw van de reactor overzagen, terwijl Iran het grootste deel van de kosten voor zijn rekening nam. De Israëlische geheime diensten waren al geruime tijd op de hoogte van de Iraans-Noord-Koreaanse samenwerking op het gebied van nucleaire technologie en de ontwikkeling van ballistische raketten die al bijna dertig jaar duurt.

Drie dagen voor de aanval op Al Kibar was de Mossad bijvoorbeeld in de Syrische havenstad Tartus. Daar fotografeerde een agent van de Israëlische geheime dienst een schip met materialen uit Noord-Korea voor Al Kibar. Die samenwerking continueert tot op de dag van vandaag en werd geformaliseerd in een overeenkomst die door de twee landen werd getekend in september 2012.

Permanente missie

Eind februari dit jaar publiceerde het Begin Sadat Centrum een studie waaruit bleek dat Iran zijn kernwapenprogramma nu voortzet op Noord-Koreaanse bodem en een permanente missie van ingenieurs in het land heeft gestationeerd. Die zijn aanwezig bij nucleaire tests en werken met hun Noord-Koreaanse collega’s aan de ontwikkeling van raketten die kunnen worden uitgerust met kernkoppen.

“Ironisch genoeg wordt de nucleaire samenwerking tussen Noord-Korea en Iran betaald uit fondsen die beschikbaar zijn gekomen door de opheffing van sancties.”

Veel van de raketten die in gebruik zijn in Noord-Korea en die Koreaanse namen hebben, worden door Iran ook gebruikt. Een voorbeeld is de Shihab 3 langeafstandsraket die in Noord-Korea Nodong 1 heet.

Ironisch genoeg wordt de geïntensiveerde samenwerking op het gebied van nucleaire en ballistische technologie door Iran betaald uit de fondsen die beschikbaar zijn gekomen door de opheffing van sancties, schreven de Israëlische experts in hun rapport. Zij adviseerden de Amerikaanse regering om goed in de gaten te houden wat er in Noord-Korea gebeurt op het gebied van nucleaire technologie en de Iraanse activiteiten in het land. Hetzelfde geldt voor Syrië.

Qusayr

In 2015 publiceerde Der Spiegel een lang artikel dat ging over een nieuwe geheime Iraanse nucleaire installatie in Qusayr in the Qalamounbergen in het westen van Syrië. Het is onduidelijk gebleven om welke installatie het precies gaat. Sommige waarnemers denken dat het opnieuw om een plutoniumreactor gaat, maar wel staat vast dat de Iraanse Revolutionaire Garde en Hezbollah de ondergrondse installatie bewaken. Een Hezbollahcommandant omschreef de installatie als ‘de atoomfabriek’ in onderschept radioverkeer en Der Spiegel rapporteerde dat Chou Ji Bu, de man die een reactor in Yongbyon bouwde, nu ook betrokken was bij het project in Qusayr.

Over de auteur