fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Vrede voor en vanuit Jeruzalem

    Jaap de Vreugd - 2 juni 2017

    28 Ijar (dit jaar 24 mei) vierde Israël de Jeruzalemdag: de viering van de hereniging van Jeruzalem onder Joods-Israëlisch bestuur. Groot was de vreugde toen in 1967 tijdens de zesdaagse oorlog de oude stad van Jeruzalem in Joodse handen viel.

    Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in 1948 lukte het de jonge staat Israël niet de vanouds heilige stad te veroveren. Jeruzalem viel in Jordaanse handen. De Joodse bevolking werd de stad uitgejaagd, de Joodse wijk in de oude stad volkomen verwoest, inclusief talloze synagogen en leerhuizen. Van enig respect voor andermans heiligdommen hebben islamitische veroveraars nooit blijk gegeven. Maar op 7 juni 1967 nam het Israëlische leger het oostelijk deel van Jeruzalem in.

    “David maakte deze stad tot hoofdstad van zijn rijk. Salomo ontwikkelt grote bouwactiviteiten. Maar bovenal is dit waar: de Heere bouwt Jeruzalem.”

    Velen zullen de beelden kennen van Jitzchak Rabin, die met zijn troepen de Oude Stad binnentrekt. Het gedeelde Jeruzalem werd weer verenigd. En het ene en verenigde Jeruzalem werd de eeuwige hoofdstad van de staat Israël. Het eeuwenoude verlangen van Israël naar Sion werd vervuld. Ieder jaar wordt sindsdien de dag van de hereniging als de Jeruzalemdag gevierd. Dit jaar voor de 50e keer: een jubeljaar.

    En voor het merendeel van de Israëli’s geldt: Jeruzalem is herenigd en zal nooit meer verdeeld worden! Weliswaar is er enorme druk om de oude stad weer op te geven ter wille van een Arabische staat Palestina, die nooit bestaan heeft, maar nu in het leven moet geroepen gaan worden. Die druk komt van de kant van de wereldpolitiek, maar ook van de kant van de Wereldraad van kerken. Nooit heeft die club uitgeblonken in liefde voor Israël, dus je kijkt al niet meer op van de zoveelste anti-Israëlverklaring. Intussen viert Israël gewoon de Jeruzalemdag. En terecht!

    Wie ook maar een klein beetje thuis is in de bijbel weet van de geweldige betekenis van Jeruzalem in verleden, heden en toekomst. Talloze Bijbelwoorden spreken daarvan. God heeft die plaats aangewezen om, zoals het in Deuteronomium heet, ‘Zijn Naam aldaar te doen wonen’: Zijn adres dus in deze wereld. En prachtige dingen zeggen de psalmen en de profeten over Jeruzalem als de stad van de grote Koning;

    het middelpunt van het komende rijk van God en Zijn Messias, van waaruit vrede en recht over heel de aarde gaan. De volken zullen daarheen optrekken, niet meer met vijandige bedoelingen, maar om samen met Israël de God van hemel en aarde te prijzen en te dienen. Ware sjaloom! Alles wat vandaag gebeurt, werkt uiteindelijk mee aan de realisering van die droom van de profeten, de toekomst van God in het rijk van de grote Koning.

    Het laatste hoofdstuk in de geschiedenis van de stad is nog niet geschreven. Of moet ik zeggen: is bezig geschreven te worden? Psalm 147 zegt: “De HEERE bouwt Jeruzalem!” David maakte deze stad tot hoofdstad van zijn rijk. Salomo ontwikkelt grote bouwactiviteiten. Maar bovenal is dit waar: de Heere bouwt Jeruzalem.

    We zijn er in onze dagen getuigen van, dat God weer op een verrassend nieuwe wijze Jeruzalem bouwt. Hij vergadert Israëls verdrevenen, zegt dezelfde psalm. En we zien dat de Heere dat doet! Van over heel de aarde worden Israëls verdrevenen thuisgebracht sinds de 19e eeuw, en met name toen het naar de mens gesproken volstrekt onmogelijk was: na de nacht van de Shoah, de Holocaust.

    Bijna 2000 jaar duurde de grote verdrijving, de ballingschap – Jeruzalem werd door de heidenen vertreden, maar aan deze ballingschap komt een einde. Jeruzalem bleef de eeuwen door in het hart van het Joodse volk – het is nu weer op nieuwe wijze het hart van volk en staat. Dat is niet onaangevochten; we weten het. Maar de HERE vervult Zijn beloften en Hij maakt Zijn profetisch Woord waar!

    We mogen nog grote dingen verwachten. Jeruzalem is natuurlijk niet pas sinds 1967 hoofdstad van Israël. De stad van David, die in de Bijbel al zo’n centrale plaats inneemt, heeft die plaats door de eeuwen heen behouden in het verlangen van het Joodse volk. In alle tijden van ballingschap bleef men zijn blik richten op Jeruzalem. “Indien ik u vergete, o Jeruzalem, zo vergete mij mijn rechterhand.” (Psalm 137). Waar Israël zich ook bevindt, Jeruzalem is zijn eigenlijke woonplaats. In alle tijden bad het Joodse volk om het herstel van Jeruzalem. En tot op vandaag wordt dat gebeden in de synagoge en thuis.

    De terugkeer van Israël naar het beloofde land is een teken van God. De stichting van de staat is voor Israël ‘het begin van het ontluiken van de verlossing’. Maar ook de hereniging van Jeruzalem onder Israëlisch bestuur kan niet anders dan een teken van diezelfde ontluikende verlossing zijn. Nooit was Jeruzalem hoofdstad van enige andere staat, de korte periode van het koninkrijk Jeruzalem van de kruisvaarders uitgezonderd. Altijd hebben er Joden gewoond, ondanks de pogingen van Romeinen en Jordaniërs om het bezette Jeruzalem van Joden te zuiveren.

    De Joden die sinds de eerste helft van de 19e eeuw weer de meerderheid van de bevolking van de stad vormen, hebben Jeruzalem economisch en politiek weer tot bloei gebracht. De werkelijkheid vandaag in de stad van de grote Koning is uitermate gespannen en gecompliceerd. De dingen spitsen zich toe. Het is uitermate dubbel en aangrijpend om de stad van de vrede en de grote Koning regelmatig in de greep van geweld en haat te zien. Het is ook verbazingwekkend om te zien hoe de hele wereld er zich voortdurend mee bemoeit.

    “Jeruzalem, het hart van een nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont en de goedertierenheid en de waarheid elkaar zullen ontmoeten en de gerechtigheid en de vrede elkaar zullen kussen.”

    Maar één ding weten we heel zeker: de Koning van Jeruzalem komt. De grote Vredevorst. En Hij zal op de troon van zijn vader David Koning zijn tot in eeuwigheid! En met Hem zal Jeruzalem helemaal tot haar wezen komen: stad van God – stad van recht en vrede – een zegen voor de ganse aarde.

    Dit jaar viel de viering van de Jeruzalemdag bijna samen met de viering van de hemelvaartsdag van de christelijke gemeente. Dat zette me even aan het denken. Heel wat christenen doen niet zoveel aan de hemelvaartsdag; de kerken zijn leger dan anders, het is vooral het begin van een lang vrij weekend. Maar het is natuurlijk een kolossale belijdenis die de christelijke gemeente juist op die dag beleven mag: de Heere is na zijn opstanding ten hemel gevaren en zit aan de rechterhand van de hemelse Majesteit; Hij stuwt alle dingen in de richting van Gods toekomst en spoedig komt Hij weer om te voltooien wat volbracht is in kruis en opstanding!

    We leven ‘tussen de tijden’, in de verwachting van de wederkomst des Heeren. Op de vraag van de discipelen, of nu de tijd gekomen is om het Koninkrijk aan Israël weer op te richten (zie Handelingen 1) antwoordt Jezus dat er eerst nog iets anders gebeuren moet: de Heilige Geest zal komen en de discipelen aangorden om het evangelie aan de volkeren der wereld te gaan verkondigen.

    De wereld van de gojiem moet nog de gelegenheid krijgen om de God van Israël te leren kennen in het geloof in Jezus. De boodschap van God moet over de wereld gaan. En dan zal, naar het woord van de engelen op de Olijfberg, Jezus ‘op dezelfde wijze komen gelijk gij Hem naar de hemel hebt zien heenvaren’. Hij komt op de Olijfberg terug.

    Hij zal zich in eigen Persoon tot Sion wenden en Zijn glorieuze intocht doen in Jeruzalem – en het Woord van de engel Gabriel al voor Zijn geboorte gesproken wordt waar: deze zal groot zijn, en Hij zal op de troon van zijn vader David zitten en Hij zal koning zijn over het huis van Jacob en aan Zijn koninkrijk zal geen einde zijn. Het profetisch Woord belooft ons een herstel van Israël en Jeruzalem onder Koning Messias, dat zijn weerga in de geschiedenis niet kent.

    Jeruzalem, het hart van een nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont en de goedertierenheid en de waarheid elkaar zullen ontmoeten en de gerechtigheid en de vrede elkaar zullen kussen (psalm 85). De wolf en het lam zullen met elkaar verkeren en kind zal spelen met het hol van een adder (Jesaja). Er zullen oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; de straten en de pleinen van de stad zijn vol spelende kinderen (Zacharia). En de volken van de aarde trekken in pelgrimsreis op naar Jeruzalem om het woord van God te horen, want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heeren Woord uit Jeruzalem (Jesaja). Een zegen voor de ganse aarde!

    Dan komt ook de echte vrede – voor Jood en Palestijn, voor ieder die buigt onder het gezag van de Messias, een licht tot verlichting van de heidenen en tot heerlijkheid van Zijn volk Israël.

    We zien uit naar de grote toekomst.
    We verwachten de komst des Heeren.
    En we voelen ons verbonden met Jeruzalem, met Israël, met alles wat daar gebeurt.
    We bidden om de vrede voor Jeruzalem!

    Over de auteur