• De spelonk van Machpela in Hebron. - Foto: Flash90
Nieuws

UNESCO: ‘Grot van aartsvaders is Palestijns erfgoed’

Yochanan Visser - 11 juli 2017

Afgelopen vrijdag nam UNESCO – de VN-organisatie die verondersteld wordt om het cultureel werelderfgoed te beschermen – een resolutie aan die de grot van de aartsvaders in Hebron,  Israël, aanwees als Palestijns erfgoed dat in gevaar is.

De resolutie, die werd gesteund door twaalf landen (drie landen stemden tegen en zes staten onthielden zich van stemming), leidde tot grote woede in Israël waar premier Benjamin Netanyahu een video publiceerde waarin hij de vloer aanveegde met UNESCO’s gebrek aan kennis van geschiedenis en aankondigde dat Israël de resolutie zou negeren.

Nadat Netanyahu de resolutie een “waanvoorstelling” had genoemd vroeg de Israëlische leider UNESCO zich af hoe het bestond dat men de grot van de aartsvaders (Ma’arat HaMachpela in het Hebreeuws) als ‘Palestijns’ erfgoed kon aanduiden.

“Wie zijn daar begraven?” vroeg Netanyahu.

“Abraham, Izaak en Jacob, Sarah, Rebekka en Leah: onze aartsvaders en moeders”, beantwoordde hij de vraag zelf.

“De plaats is in gevaar? De waarheid is dat alleen op plaatsen waar Israël vertegenwoordigd is, zoals in Hebron, er vrijheid van religie voor iedereen is. In het Midden-Oosten bombardeert men moskeeën, kerken en synagoges in plaatsen waar Israël niet present is,” brieste de Israëlische premier.

Netanyahu kondigde verder aan dat Israël de Ma’arat HaMachpela zou blijven beschermen en daarmee de vrijheid van godsdienstuitoefening.

“Wij zullen ook de waarheid blijven beschermen”, voegde hij eraan toe.

Derde plaats

De UNESCO-resolutie was de derde die een plaats in Israël de status “in gevaar” gaf. Eerder werd de geboortekerk in Bethlehem ook die status aangemeten nadat de Palestijnse Arabieren hadden beweerd dat Jezus een Palestijn was en dat Israël het bestaan van de kerk in gevaar bracht.

De absurditeit van de laatste UNESCO-resolutie over Ma’arat HaMachpela werd onderstreept door de Israëlische onderwijsminister Naftali Bennet, die zei dat de connectie van het Joodse volk met de grot van de aartsvaders niet alleen gebaseerd is op wat het boek Genesis zegt over de aankoop van de grond waarop de graven zich bevinden, maar ook op de geschiedenis van koning David.

Hebron was de geboorteplaats van David’s Koninkrijk, zei Bennet terwijl hij uitlegde dat de stad na Jeruzalem de tweede heiligste plaats in het jodendom is. De andere twee heilige steden zijn Safed en Tiberias.

Bijbel

De seculiere Israëlische politicus Yair Lapid vroeg zich af of UNESCO zou durven beweren dat de Bijbel ook geen joods (of christelijk) erfgoed is. Lapid, de zoon van Holocaustoverlevende Tommy Lapid, zei dat de UNESCO-resolutie in het beste geval was voortgekomen uit onwetendheid maar dat het waarschijnlijker was dat antisemitisme en hypocrisie aan de basis lagen van de beslissing om Hebron aan te wijzen als Palestijns erfgoed.

Inderdaad: een ieder die gelooft in de eerste vijf boeken in de Bijbel kan zich door de UNESCO-resolutie beledigd voelen.

In Genesis 23 wordt immers beschreven hoe Abraham het stuk grond waarop de Ma’arat HaMachpela staat kocht voor een grote som geld die niet in verhouding stond tot de werkelijke waarde van het perceel.

Volgens de Joodse wijzen leert de Tora ons dat wanneer een stuk grond door één van de Joodse hoofdfiguren in de Bijbel wordt gekocht dit betekent dat het perceel voor altijd tot het Joodse erfgoed zal blijven behoren.

Bijbelse plaatsen

De andere keren dat de Bijbel melding maakt van de aankoop van een stuk grond in Israël door een historisch Joods figuur waren de aankoop van Har Moriah (de berg Moria) in Jeruzalem waar later de Tempel zou worden gebouwd en het graf van Josef nabij Shechem (Nablus). Beide bijbelse plaatsen worden nu ook door de Palestijnse Arabieren opgeëist als Palestijnse of islamitisch erfgoed.

Jacob, de eigenlijke vader van het volk van Israël, maakte voor zijn dood de importantie van Ma’arat HaMachpelah duidelijk door van zijn zonen te eisen dat ze hem niet in Egypte zouden begraven maar in Hebron op deze specifieke plek.

Het gebouw waar de graven nu in gehuisvest zijn werd niet door moslims (die het gebouw omdoopten tot de Ibrahim Moskee) gebouwd, maar door koning Herodes ongeveer 700 jaar voor het ontstaan van de islam als de derde monotheïstische wereldgodsdienst.

Joden in Hebron

Over Hebron kan verder worden opgemerkt dat de stad altijd een Joodse gemeenschap kende tot het begin van de vorige eeuw, toen in 1929 een groot deel van die gemeenschap werd vermoord door een meute woedende Arabieren die onder de neuzen van Britse soldaten ‘wraak’ namen voor een niet bestaande massamoord op Arabieren in Jeruzalem.

Ook toen speelde een bloedsprookje over de Al-Aksa moskee en vermeende Joodse bloeddorstigheid een grote rol bij de massamoord op joden in Hebron.

De joden werd vervolgens de toegang tot één van hun heiligste plaatsen ontzegd en zij moesten genoegen nemen met gebeden op de trap naar de ingang van Ma’arat HaMachpela.

Deze situatie bleef voortbestaan tot juni 1967, toen de IDF Hebron veroverde op het Jordaanse leger dat de stad illegaal had bezet in 1948. De Joden bleven echter beperkt toegang houden tot de grotten waar de aartsvaders en -moeders zijn begraven.

Nadat het Israëlische leger Hebron uiteindelijk weer in handen kreeg bleef de verwachte massale terugkeer van Joden naar de stad uit. Dit kwam voornamelijk door de politiek van de Israëlische regering, die bang was dat een grote Joodse aanwezigheid in de oude stad van Hebron tot fricties of zelfs oorlog zou leiden met de Arabieren.

Het gevolg van deze politiek is nog altijd zichtbaar in Hebron en omgeving. De meeste Joden wonen in Kiryat Arba, een stad die werd gebouwd naast de wijk waar Ma’arat HaMachpela zich bevindt. In de oude stad van Hebron vindt men slechts twee kleine wijken waar Joden wonen te midden van meer dan 200.000 Arabieren, die vinden dat joden daar niets te zoeken hebben.

Thema

HebronVN

Over de auteur