• Nieuwe huizen worden bijgebouwd in Efrat. Voor velen een doorn in het oog, maar voor gelovigen een teken van Gods trouw. - Foto: Flash90
Nieuws

Efrat, getuige van een voortgaand verhaal

29 augustus 2017

“En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af.” Micha 5:2

“Er zijn geen jonge Joden,” vertelde mij vele jaren geleden een eigenaar van een van de winkels in de Oude Stad van Jeruzalem. Ik antwoordde op zijn opmerking met opgetrokken wenkbrauwen en een verwarde uitdrukking op mijn gezicht.

Op het moment dat hij dat zei, stonden we naast elkaar uit het raam van zijn winkel te kijken naar een groep jongens met pijpenkrullen die snel de trappen van de Hurvasynagoge afrenden, bezig met een soort aftikspel. Terwijl hun vrolijke kreten over het plein schalden en zijn winkel binnenkwamen, schoot het door me heen: ‘Al deze Joodse jongens vallen beslist in de categorie jong.’ Maar ik bleef zwijgen en mijn ogen vroegen om opheldering. Zijn antwoord stelde niet teleur.

“Elke Jood – jong of oud – draagt de collectieve herinnering met zich mee van de overwinningen en tragedies die samen duizenden jaren van onze geschiedenis vormen. Ieder van ons vertegenwoordigt een schakel in een ononderbroken keten die ons verbindt met Jakob, David, Rebekka en Esther, met onze groot -, overgroot – en betovergrootouders die uit ons land werden verdreven door de Babyloniërs en de Romeinen, die gemarteld werden door de Kruisvaarders en vervolgens uit hun huizen werden verjaagd door de Spanjaarden, de Engelsen en de Russen om tenslotte door de Nazi’s gebrandmerkt te worden voor uitroeiing.

Hij werd een moment stil; toen schudde hij zijn hoofd alsof hij zich bij de waarheid wilde neerleggen. “Nee,” gaf hij tenslotte aan toen de spelkreten van jonge Joodse stemmen langzaam minder werden tussen de witte muren van het oude Jeruzalem. “Er zijn geen jonge Joden.”

“Onze geschiedenis is ons ingegrift, bewust of onbewust,” vervolgde hij. “We kunnen ons niet veroorloven die te vergeten. Omdat die ononderbroken keten niet alleen 6000 jaar terug reikt, maar zich ook uitstrekt naar de toekomst van onze kinderen en hun kinderen. Als we onze geschiedenis vergeten, verliezen we het zicht op wie we zijn, wat ons dierbaar is en wat het waard is om te verdedigen. Elke Jood vertegenwoordigt het volgende hoofdstuk in een eeuwenoud verhaal dat met Abraham begon en met ons doorgaat de toekomst in. Hoe we hier leven in het land van de aan ons gedane belofte is een voortzetting, een volgen in de voetstappen van onze oude voorvaders en – moeders.”

Deze woorden van de winkelier droeg ik jarenlang met me mee in mijn hart. Zij kregen onlangs opnieuw betekenis toen ik Efrat bezocht, een bloeiende Joodse gemeenschap in de velden waar Boaz en Ruth van elkaar begonnen te houden, en waar vandaag de achterklein- en betachterkleinkinderen van hun verbintenis in de voetstappen van hun voorouders gaan. Als schrijvend aan het volgende hoofdstuk in een van de oudste vertellingen van de mensheid.

In het voetspoor van de patriarchen

De reis van Jeruzalem naar Efrat duurt niet lang. Terwijl de buitenwijken van de Gouden Stad achter ons worden gelaten, gaat de weg richting het zuiden en klimt omhoog de Judese heuvels in. De naam van het bergland – net zoals zoveel dingen in het Beloofde Land – is een echo van Bijbelse tijden. De heuvels waren tenslotte het gebied dat aan de stam Juda toeviel toen de kinderen van Israël thuis kwamen in het hun beloofde land na de uittocht uit Egypte.

Als een lappendeken met zilvergroene olijfgaarden en zachtgroene wijnstokken zijn de voorbij rollende pieken en dalen doortrokken van Bijbelse geschiedenis. In het tijdperk van de aartsvaders en tijdens het hoogtepunt van Israëls oude dagen, slingerde de hoofdweg door deze gedeelten voorbij Bethlehem, dat de Bijbel ‘Efrath’ noemt in Genesis 48. En in erkenning van het verleden dat zich verenigt met het heden draagt het grootste stadje in dit gebied nu deze naam de toekomst in.

De acht woonwijken die de gemeenschap van Efrat vormen, liggen in acht clusters elk op een eigen rotsachtig uitsteeksel in de Judese heuvels. Er wonen zo’n 10.000 mensen in Efrat. Als de dingen gaan zoals gepland, is het de bedoeling dat het inwoneraantal over de twee volgende jaren groeit naar 16.000. Het Efrat van vandaag is een welvarende plaats die op weg is uit te groeien tot een stad. Toch vormen alle eigentijdse voorzieningen en de rijen in de zon schitterende huizen slechts het moderne gezicht van Efrat: de huidige periode is een verhaal dat zo ‘n 4 millennia teruggaat tot de geboorte van een volk.

“De band tussen het Joodse volk en Efrat ontstond in de dagen van Abraham,” legt het hoofd van de regionale raad, Oded Revivi, uit. “De plek waar Efrat vandaag is gesitueerd, ligt aan de weg waar onze voorvaders liepen tussen Hebron, Jeruzalem en Be’er Sheva.” Dit is de ‘Weg van de Aartsvaders’, de route die de Bijbelse vaders aflegden vanuit hun woonplaats Hebron naar de berg Moria, die later de geestelijke hartslag van Jeruzalem werd waar beide tempels stonden. De Schrift toont aan dat het oude equivalent van de hoofdweg richting Jeruzalem slingerde van Megiddo in het noorden en liep naar Be’er Sheva in het zuiden via Sichem, Bethel, Jeruzalem, Efrat en Hebron.

Bij een aantal specifieke gelegenheden in de Bijbel wordt Efrat met name genoemd. De eerste is wanneer Jakobs vrouw Rachel overlijdt na de geboorte van Benjamin. De Bijbel leert dat Jakob haar begroef “langs de weg naar Efrath, dat is het tegenwoordige Bethlehem.” (Genesis 35:19 en 48:7) Het graf van Rachel ligt op een steenworp afstand van Efrat en geeft tot vandaag nog de plek aan.

De tweede keer dat Efrat genoemd wordt, valt ongeveer 760 jaar later wanneer een terneergeslagen weduwe uit Moab terugkeert met alleen haar heidense schoondochter aan haar zijde. Het verhaal krijgt een goed einde wanneer een rijke man de ijverige schoondochter bezig ziet met aren rapen op de velden aan de rand van Bethlehem en het liefdesverhaal tussen Boaz en Ruth zich ontvouwt. Wanneer Boaz later met Ruth trouwt, spreken de oudsten van de stad een zegen over het paar uit dat zij, hun kinderen en verdere nageslacht ‘krachtige daden mogen doen in Efratha’ zodat hun naam beroemd zal zijn in Bethlehem (Ruth 4:11b).

Daarna nam tijdens de perioden van de eerste en tweede tempel in Jeruzalem het verkeer op de Weg van de Aartsvaders aanmerkelijk toe toen Joden die ten zuiden van Israëls hoofdstad woonden deze route kozen richting de Eeuwige Stad. Archeologen legden de ruïnes bloot van verschillende rituele reinigingsbaden (mikvot) rondom Efrat, wat er op wijst dat dit de plaats was waar pelgrims stopten om zich te reinigen voordat zij de tempel binnengingen.

Al met al, zegt Revivi, is er levend bewijs dat duizenden jaren terug al Joodse mensen hier voorbij kwamen en in deze omgeving woonden. De voetstappen van zowel de Joodse patriarchen als talloze generaties Joden doorkruisten de heuvels en de valleien van Efrat.

Vandaag is de gemeenschap die buiten Bethlehem tot bloei kwam, een fysieke manifestatie van de zegen die meer dan 3000 jaar geleden uitgesproken werd op de bruiloft van het paar. Revivi verklaart: “Het bouwen aan Efrat is eenvoudig het pad volgen waar onze voorvaders mee begonnen. Dit is een vervulling van Gods belofte.”

Een concert van landopbouw

Efrat is uitgestrekt in een lange lijn van heuveltoppen van zuid naar noord, die zo’n ruim 600 hectare beslaat. Zoals gezegd, bestaat het stadje uit acht verschillende wijken, elk gevestigd op een heuveltop. Zeven van de wijken zijn genoemd naar de ‘Zeven Soorten’: Rimon (granaatappel), Te’ena (vijg), Gefen (druif), Dekel (dadelpalm), Zayit (olijf), Tamar (dadel), en Dagan (tarwe en gerst). De wegen die de acht wijken met elkaar verbinden glimmen als zilveren strepen tussen de heuvels en valleien. Bij de ingang van het stadje verwelkomen de woorden uit Ruth 4:11 de inwoners en bezoekers met de zegen: “Dat het u wel moge gaan in Efrat.”

“Een concert van landopbouw, een uitvoering die de trouw bezingt van een God die zwoer dat Zijn volk zou terugkeren naar het land der belofte om het goed te hebben.”

De velden waar Ruth, de overgrootmoeder van Koning David eens tarwe en gerst opraapte, zijn nu bedekt met witte kalkstenen huizen die woning bieden aan duizenden van haar nakomelingen. Klimop kleurt de bleke muren met groene schaduwen; beetjes scharlakenrood, roze en paars sieren de weelderige tuinen. In bijna elke voortuin trekt wel een roze of blauwe fiets de aandacht.

Het jongste hoofdstuk in het verhaal van dit oude gebied begon op de avond van Pesach in 1983 toen twaalf pionierende Joodse gezinnen introkken in de nieuw gestichte gemeenschap. Gedurende de afgelopen 34 jaar groeide het aantal gezinnen uit van 12 naar 1.839. Het oorspronkelijke plan voor Efrat behelst een stad van 30.000 inwoners. Het huidige aantal komt bij de 10.000. “Over de aankomende twee jaar zullen 1.100 nieuwe huizen gebouwd worden,” laat Revivi weten. “Dat betekent dat we een mijlpaal bereiken van 16.000 inwoners – een toename van 60%.”

De achtergrondgeluiden die te horen zijn in elk van Efrats wijken, weerklinken als bewijs van de groei van de stad. Revivi vestigt de aandacht op de echo van hamers, drilboren, bouwvoertuigen en kreten van bouwvakkers als “een concert van landopbouw”, een uitvoering die de trouw bezingt van een God die zwoer dat Zijn volk zou terugkeren naar het land der belofte om het goed te hebben.

Dit speciale ‘concert’, zei hij, zou elk Joods hart met verwachting moeten vullen. “Mijn grootvader was een van de pioniers die in 1933 naar Israël kwam. Toen ik als kind in de vroege zeventiger jaren opgroeide in Jeruzalem, nam mijn grootvader mij en mijn twee broers mee op tochten door de stad. Ik herinner me dat mijn grootvader op en neer hupte op zijn zitplaats in de auto bij het zien van nieuwbouw in Jeruzalem. Mijn broers en ik konden niet begrijpen waarom hij zo opgewonden was. Maar vandaag begrijp ik het. Wanneer ik de bouwvoertuigen zie, en de huizen in aanbouw, weet ik exact wat mijn grootvader zo enthousiast maakte.” Dit is het geluid van leven dat aan het terugkeren is naar het Beloofde Land, houdt hij aan, het is het geluid van ‘tot bloei komen van Efrat’.

Een land ondergedompeld in de geschiedenis van ons volk

In 2016 verklaarde premier Benjamin Netanyahu: “[De Bijbel] is de basis waarom wij hier zijn, waarom we hier naartoe zijn teruggekeerd en waarom we hier blijven.” Revivi is het ermee eens. “Elke paar centimeter waarop je voet stapt in dit land is ondergedompeld in de geschiedenis van ons volk. Elke stap die je zet bepaalt je bij de verbinding met Bijbelse tijden. Onze wortels zijn hier diep en vast uitgeslagen.”

Deze verbondenheid geldt bijzonder voor Judea en Samaria, het grondgebied waarop meer dan 80% van de Bijbelse geschiedenissen plaatsvond en waar Efrat gelegen is. Velen kennen Israëls hartland alleen als de ‘Westoever’, ‘bezet gebied’ of ‘betwiste gebieden’. “De hele regio zit echter vol met belangrijke historische en Bijbelse uitzichten, van Sichem waar het graf van Jozef is tot Hebron waar de aartsvaders begraven zijn, tot Jeruzalem waar de twee Joodse tempels stonden.” Degenen die vandaag Judea en Samaria hun thuis noemen, ervaren hun levens vermengd met de heugenis en herinneringen aan hun voorvaders en wat zíj meemaakten en die de Joodse geschiedenis vormen.

“Geen enkel ander volk op aarde heeft meer recht op Judea dan het volk van Juda, oftewel de Joden,” schreef Revivi in 2016 in een opiniestuk in The Jerusalem Post dat als titel had: ‘Meneer de president: de Israëlische nederzettingen zijn wettig.’ Een halve eeuw geleden bevrijdde Israël Judea en Samaria tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967. Zoals met alle voorafgaande conflicten van de Joodse staat, was Israël gedwongen tot deze oorlog om te kunnen overleven, en kreeg het voor elkaar Judea en Samaria te bevrijden. Volgens het internationale recht hadden deze gebieden in die tijd geen eigenaar, beargumenteert Revivi. “Het land was niet afgenomen van een ander land dat wettelijk eigendomsrecht had op deze gebieden. Meer nog: Israël heeft wettige, morele en historische rechten op het land,” schrijft hij. “Dit is geen bezetting van vreemd gebied, het is veeleer de terugkeer van het Joodse volk naar hun voorvaderlijke thuisland.”

Als iemand de oude Bijbelse verbondenheid van de Joden met het land opzij zou zetten, dan is “nog Israëls claim op het land zo solide als de heuvels waarop ze woont,” noteert Revivi. Naast het feit dat Judea en Samaria wettelijk geen eigenaar hadden, was dit stuk land ook gereserveerd voor een Joods thuisland. De wettelijke status van Palestina – door de Balfour Verklaring (1917) aangemerkt als het toekomstige ‘thuisland voor het Joodse volk’ – was bepaald door de Volkenbond in 1920, de San Remo Overeenkomsten (1920) en het Britse Mandaat. En werd bovendien ook nog bekrachtigd door het Amerikaanse Congres in 1922.

“Omdat er geen andere wetten bestaan, zijn bovengenoemde wettelijk vastgelegde uitspraken nog steeds tot op vandaag van kracht. Hierdoor is Israëls aanwezigheid in Judea en Samaria wettig en steekhoudend,” concludeert Revivi.

Ondanks het overweldigend historisch, archeologisch en wetenschappelijk bewijs, gaan wereldleiders, internationale lichamen en veel van de wereldwijde media ermee door de Israëlische gemeenschappen in haar oude thuisland te bestempelen als ‘illegale nederzettingen’, en z’n inwoners als ‘Israëlische kolonisten’.

Een Sjabbat met ‘kolonisten’

Eén zo’n Israëlische ‘kolonist’ die in de ‘nederzetting’ Efrat woont, is Ardie Geldman. Ardie en zijn vrouw verhuisden ongeveer 30 jaar geleden naar Efrat en brachten hun kinderen groot in de welvarende gemeenschap. Gedurende de laatste 20 jaar is Geldman betrokken geweest bij de verdediging van Israël. Echter waar verdedigers vaak hun aandacht richten op het toespreken van groepen toeristen die reeds achter Israël staan, heeft Geldman een ander gehoor. “Ik spreek speciaal voor antisemieten, en doorgaans, bij gebrek aan beter, voor mensen die Israël tegenstaan.”

Geldmans betrokkenheid bij Israëls verdediging begon onbedoeld. “Ik was er zeker niet op uit om deze roeping na te jagen,” grapt hij, “het achtervolgde míj.” Geldman zat een paar jaar geleden in de gemeenteraad van Efrat en zijn vloeiend Engels maakte hem een geschikt persoon om de internationale toeristen te woord te staan die Efrat bezochten. “In het begin bestonden alle groepen uit Joden, mensen die ons steunden in het leven hier. Maar op een gegeven dag kwam Geldman oog in oog te staan met links georiënteerde activisten onder leiding van een Palestijnse gids die een stortvloed aan vragen afvuurden met betrekking tot ‘illegale nederzettingen’ en ‘Israëlische settlers’ die Palestijns land bezetten.”

Dit was Geldmans eerste proef met een vijandelijk ingestelde groep die hun nieuwsgierigheid op hem wilde botvieren en de discussie aangaan met een ‘Israëlische settler in een nederzetting’. Al spoedig werd Geldman overstroomd met verzoeken om delegaties van kerken, colleges en universiteiten en sociale gerechtigheidgroepen toe te spreken . “Ik realiseerde me dat er een kloof bestond,” geeft hij toe, en daarom richtte hij ‘iTalkIsrael’ op. Dit is een platform waarmee hij groepen verwelkomt die vaak min of meer vijandelijk ingesteld zijn en door Palestijnen geleid worden; deze mensen zijn geïnteresseerd in het bezoeken van een ‘illegale nederzetting’ en het horen van de gezichtspunten van een ‘settler’ over Israëls wrede ‘bezetting van Palestina’.

“De vragen van de groepen zijn doorgaans vijandig, kritisch en vooringenomen. Het zijn groepen die hun tijd in Israël doorgebracht hebben vergezeld van Palestijnse gidsen, ondergebracht zijn bij Palestijnse families en die alleen het Palestijnse verhaal horen. Na een paar dagen van indoctrinatie willen deze groepen ook van de ‘andere kant’ horen hoe die erin staat. De vragen die ik krijg zijn vaak absurd, bijvoorbeeld: ‘Waarom schieten Israëlische soldaten op Palestijnse kinderen puur voor de lol?’ Deze mensen hebben er geen benul van hoe geestelijk gestoord deze vraag is. Voor hen is het de realiteit.”

Bezoeken duren van een half uur tot een sessie van vier dagen. Tijdens de laatste komen groepen naar Efrat om er vier dagen te blijven. Van donderdag tot zondag worden ze gehuisvest bij gastgezinnen van de gemeenschap. Dit houdt ook in het meemaken van de Sjabbat in een Joods gezin waar ze een traditionele Sjabbatservaring ondergaan.

“Ons doel is niet deze groepen te veranderen in zionisten. We willen ten eerste aan hen eenvoudig laten zien dat ‘kolonisten’ gewone mensen zijn; en we bedoelen daarmee het uitwissen van hun demonisering van zogenaamde ‘kolonisten’ en de grove illegaliteit van wat zij ‘nederzettingen’ noemen te bereiken. Ten tweede willen we hen ervan overtuigen dat de politieke werkelijkheid van dit stukje aarde oneindig complex is en dat ze niet alle nuances kunnen begrijpen omdat ze geen Arabisch en Hebreeuws spreken en niet hier wonen. Ze hebben geen werkelijke levenservaring hier. Alles is zwart-wit voor hen: de goede mensen tegenover de slechte mensen; verdrukkers tegenover verdrukten. Mijn doel is hen de grijze gedeeltes te laten zien.”

‘Wij hebben het Boek niet geschreven’

Ongeveer de helft van de inwoners van Efrat zijn immigranten uit Engels sprekende landen, Joden die de roep van de Almachtige beantwoord hebben om naar hun thuisland terug te keren. De Geldman familie valt in deze categorie.

De in Chacago geboren Geldman was nooit bezig met het opgeven van zijn leven daar om opnieuw te beginnen in het Beloofde Land. Toen had hij een soort bovennatuurlijke openbaring. “Het gebeurde tijdens mijn eerste reis naar Israël,” roept hij zich voor de geest. “Ik was in Jeruzalem en zat in een overvolle bus in augustus, een van de heetste maanden van het jaar. In die tijd hadden de bussen nog geen airconditioners en de bus voelde aan als een sauna. Echter toen ik keek naar de massa zwetende lusteloze mensen om me heen, realiseerde ik me plotseling: Dit zijn mijn mensen, ik behoor bij hen.”

“Wij schreven het Boek niet. We erfden het alleen maar van onze voorouders. En vandaag doen we ons best om daaruit te leven.”

“Het drong tot me door dat als de Romeinen ons 2000 jaar geleden niet gedwongen hadden dit land te verlaten, we daar dan altijd gebleven zouden zijn. Mijn ouders, mijn grootouders en mijn hele familie zouden in het ons beloofde land geleefd hebben. Natuurlijk werden wij eruit verdreven. Maar God verbrak nooit Zijn verbond met Israël. Dat is de realiteit waarin we vandaag leven. Nergens anders in de geschiedenis van de beschaving is een volk volledig overwonnen geweest, haar populatie gedecimeerd, verdreven en tot slaven gemaakt en heeft desondanks haar identiteit weten te behouden. Toen keerden we na 2000 jaar terug naar ons oude thuisland. Dit verschijnsel heeft zich maar ééns voorgedaan, en het overkwam ons.”

De profetieën van Jesaja en Jeremia zeiden dat het Joodse volk zou terugkeren naar het land der belofte. In onze tijd worden deze profetieën vervuld. De geluiden van vreugde en blijdschap, de stemmen van bruid en bruidegom worden gehoord, en de stemmen van hen die dankoffers brengen in het huis van de HEERE, zeggend: ‘Loof de HEERE van de legermachten, want de HEERE is goed, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig…’ (Jeremia 33:11)

“Terwijl ik daar in die snikhete bus tussen de mensen ingepakt stond, kwam de waarheid eindelijk bij me binnen. Ik moest mezelf de vraag stellen: ‘Wat deed ik, een Jood, zover bij mijn thuis en volk vandaan?’ Ik kon geen antwoord bedenken. Dus kwam ik naar huis.”

Geldman zwijgt even, en knikt dan in de richting van een Thora op zijn boekenplank. “Wij schreven het Boek niet. We erfden het alleen maar van onze voorouders. En vandaag doen we ons best om daaruit te leven.”

Over de auteur