Nieuws

‘Niet meer zoals gisteren’

31 augustus 2017

“Joden zijn hier niet permanent,” verklaarde opperrabbijn van Catalonië Meir Bar Hen na de terroristische aanslag in Barcelona. “Ik vertel mijn synagogebezoekers: ‘Denk niet dat we hier voorgoed zijn’. En ik moedig hen aan een huis in Israël te kopen. Deze plek is verloren. Verval niet in de vergissing van de Algerijnse Joden en die in Venezuela. Vertrek liever vroeg dan te laat.”

Hoewel hij later zijn commentaar afzwakte als gevolg van druk uit zijn gemeente, raakte rabbijn Bar Hen een gevoelige snaar van de Joodse ballingschap: de vraag of vervolging op komst is en we vóór die dag des oordeels zouden moeten vluchten.

Mijn ouders maakten de vergissing zoals de Algerijnse Joden die maakten waarover de rabbijn het had. Ze waren verhuisd naar Algerije vanuit Marrakesh (Marokko) waar de familie eeuwenlang had gewoond om de handel met het Franse leger voort te zetten na de onafhankelijkheid van Marokko in 1956. Zij doorstonden Frankrijks wrede koloniale oorlog in Algerije. In plaats van te vertrekken aan het einde van de oorlog, en op tijd hun vermogensmiddelen te verplaatsen naar het Franse vasteland na Algerije’s onafhankelijkheid, besloten mijn ouders te blijven en met het nieuw gevormde Algerijnse leger handel te drijven.

“We zouden moeten leren van onze voorvader Jakob. Jakob verliet het land van Laban toen zijn schoonvader die hem voorheen goed gezind was, zo onherkenbaar veranderd was. (‘Z’n gezicht stond niet meer zoals gisteren en eergisteren.’)”

Twee jaar na de onafhankelijkheid was mijn vader op terugreis naar Algerije van een handelstrip naar Frankrijk in 1964 toen hij hoorde dat hij niet langer meer welkom was. De keuze was heel heftig: “Je vermogen of je leven.” Hij kwam nooit in Algerije aan. Mijn moeder die daar nog was, vluchtte onmiddellijk. Het gevolg was dat mijn ouders alles achterlieten, en in Parijs opnieuw moesten beginnen, waar ik werd geboren.

Vraag

Hoewel ik meer dan 30 jaar geleden uit Frankrijk vertrok, speelt altijd de vraag in mijn achterhoofd of Joden, ook mijn inmiddels 87 jarige moeder en andere familieleden, nu ons Franse gastland zouden moeten verlaten.

Drie jaar geleden op Thanksgiving Day 2014 wandelden mijn vrouw en ik een synagoge binnen in het centrum van Parijs op het moment dat de rabbijn zijn uitleg van juist deze vraag begon. “We zouden moeten leren van onze voorvader Jakob,” adviseerde de rabbijn. “Jakob verliet het land van Laban toen zijn schoonvader die hem voorheen goed gezind was, zo onherkenbaar veranderd was.” (‘Z’n gezicht stond niet meer zoals gisteren en eergisteren.’)

Frankrijk is nog niet zo ver, concludeerde de rabbijn. Zolang de Franse regering met woorden en daden zich tegen antisemitisme keerde, konden de Joden blijven. Deze conclusieproef van de rabbijn kwam regelrecht uit de geschiedenis van de opkomst van het Nazisme. Duitsland ging van ‘verlichting’ naar moorddadige duisternis. Achteraf bekeken zouden alle Joden zo spoedig mogelijk hebben moeten vertrekken toen de Duitse regering antisemitische wetten bekrachtigde. De proef voorziet ook in een ‘vertrekprocedure’ voor Joden die onder niet standvastige regeringen leven, zoals mijn ouders in Algerije of de Joden van Venezuela nu.

Andere benadering

De benadering van rabbijn Bar Hen is anders. Hij vreest niet dat de Spaanse regering zich tegen de Joden zal keren. Hij is bevreesd dat de geradicaliseerde marge van de Spaanse moslimgemeenschap meer terroristen zal voortbrengen zoals de snel geïndoctrineerde cellen in Barcelona, met de plaatselijke Joodse gemeenschap precies in hun dradenkruis.

Rabbijn Bar Hen’s gezichtspunt komt meer overeen met de werkelijkheid van niet onder de regering vallende verspreiders van antisemitische haat in de 21ste eeuw. Maar ook hij mist toch een essentiële waarheid van de hedendaagse Diaspora: wanneer het gevaar van antisemitisme om de hoek komt kijken in Europa, reageren niet alle Joden op dezelfde manier.

In Frankrijk bijvoorbeeld kunnen we grof gezegd de Joden in drie groepen onderbrengen:
1) de Frans Joodse ‘professional’, die goed geïntegreerd is en seculier genoeg om ‘onzichtbaar Joods’ te zijn;
2) de religieuze Jood die de Thora naleeft en het zich kan veroorloven in enclaves te wonen waar Joods leven zich geconcentreerd heeft, die zijn kinderen naar een Joodse school stuurt, naar de synagoge gaat en woont en werkt in wijken die betrekkelijk veilig zijn;
3) de Joden in de voorsteden die bij hun buren als Joden bekend staan, of ze al of niet religieus zijn.

Voor de eerste twee categorieën (de ‘onzichtbare Jood’ en de degene die in betrekkelijk veilige enclaves woont) is het mogelijk een normale dag te hebben zonder dat er voor hem op de grond wordt gespuugd, hij met vuile blikken aangekeken of aan z’n baard getrokken wordt, en zonder de vrees voor een erge aanslag zoals die pas geleden plaats vond waarbij Sarah Halimi het leven verloor.

Voorste linies

De Joden die in de buitenwijken wonen en als zodanig bekend staan, zijn degenen die in de voorste linies staan als doelwit voor geradicaliseerde jihadisten en de nieuwe antisemieten. Op elk moment kunnen deze Joden geconfronteerd worden met de vernederingen en gevaren van de ‘Ballingschap’, niet van de regering maar van aanvallers uit de buurt, hetzij ze ‘lone wolves’ zijn, ISIS gerelateerde terroristen of misdadigers vol wrede Jodenhaat.

Het is hoog tijd voor deze laatste groep openlijke Joden om hun onbeveiligde hoeken van Frankrijk te verlaten. Hoewel de Franse regering niet hun onderdrukking onderschrijft, is het Frankrijk waarin zij wonen niet meer te vergelijken met ‘dat van gisteren en eergisteren’.

Jammer genoeg hebben degenen die het meest urgent zouden moeten weggaan, de minste hulpbronnen om metterdaad te vertrekken. Zij voelen zich vastgelopen in hun vijandige buurten. We kunnen niet in algemene termen spreken over ‘de Franse Joden’, of ‘het Europese Jodendom’. We moeten ons richten op Joden die gevaar lopen; het is een zionistische en Joodse plicht om hun de helpende hand te reiken.

Over de auteur