fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Weerstand uit Jordanië, steun uit Irak

    Yochanan Visser - 14 augustus 2017

    De crisis in het Midden-Oosten heeft een aantal onverwachte positieve veranderingen in de Arabische Israëlische betrekkingen tot gevolg gehad.

    Voorbeelden daarvan zijn de verborgen relaties tussen Saoedi-Arabië, de Golfstaten en Israël en de nauwe samenwerking tussen het Egyptische leger en het Israëlische leger (IDF ) In de oorlog tegen ISIS en Islamistische groepen in de Gazastrook. Deze positieve ontwikkelingen beteken echter niet dat er alsnog sprake is van een lente in het Midden-Oosten.

    Dit werd onlangs duidelijk in Jordanië nadat een Israëlische bewaker twee Jordaanse burgers doodschoot tijdens een terreuraanslag op de Israëlische ambassade in Amman aan het eind van juli. Een jonge Jordaanse timmerman probeerde de bewaker met een schroevendraaier neer te steken waarop de man zijn pistool trok en tijdens de worsteling zijn aanvaller en een andere Jordaanse burger neerschoot.

    “De Irakezen hebben jarenlang nodeloos geleden, terwijl de Israëliërs al decennia het terrorisme weigeren te accepteren.”

    Duizenden Jordaniërs eisten na het incident de uitlevering van de Israëlische veiligheidsbeambte ondanks het feit dat de man diplomatieke immuniteit genoot en in zelfverdediging handelde. Ook riepen de demonstranten de Jordaanse regering op om de banden met Israël te verbreken en om het vredesakkoord met Israël op te zeggen.

    Anti-Israëlmanifestaties

    Het Hasjemitische Koninkrijk, waar de Palestijnse Arabieren een grote meerderheid vormen, was de afgelopen weken het toneel van een aantal andere anti-Israëlmanifestaties. Die begonnen nadat Israël probeerde nieuwe veiligheidsmaatregelen op de Tempelberg in Jeruzalem in te voeren in reactie op een terreuraanslag waarbij twee Israëlische politieagenten werden gedood op 14 juli jl.

    De Jordaanse massa’s waren na het ambassade-incident woedend op de Israëlische premier Benjamin Netanjahu, die de gewonde Israëlische bewaker als een held had verwelkomd, en ook op koning Abdullah, die na druk van de VS besloot de bewaker niet te arresteren en hem toe te staan om naar Israël terug te keren.

    De interne druk op de koning deed hem uiteindelijk besluiten om naar Ramallah te reizen, waar het hoofdkwartier van de Palestijnse Autoriteit gevestigd is. Daar maakte Abdullah duidelijk dat Jordanië aan de kant van de Palestijnse Arabieren staat en dat de ‘warme’ vrede met Israël in gevaar is als gevolg van de manier waarop de regering in Jeruzalem beide crisissen behandelde.

    Steun uit Irak

    De gebeurtenissen in Jordanië contrasteren scherp met wat er ongeveer tegelijkertijd in Irak gebeurde op het gebied van de relaties met Israël. Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken (IMFA) meldde vorige week dat tijdens de zogenaamde Tempelbergcrisis duizenden Irakezen boodschappen met steun, sympathie en zelfs een verlangen naar normale betrekkingen tussen de landen op Twitter en Facebook postten.

    Sommige Irakezen creëerden tijdens de crisis zelfs nieuwe Facebookpagina’s en een Arabische website om coëxistentie tussen Israëli’s en Irakezen te bevorderen, aldus het ministerie. Uit de reacties op Twitter en Facebook werd echter ook duidelijk dat de plotselinge steun voor Israël niet was gebaseerd op liefde voor de Joodse staat, maar werd ingegeven door woede die gericht was op de Iraakse regering en andere Arabische regimes die de vloed van terreuraanslagen in Irak niet wisten te stoppen.

    Een langjarig gemiddelde laat zien dat iedere dag 25 Irakezen sterven ten gevolge van de aanhoudende golf van terreur die al begon voor de Amerikaanse invasie in Irak in 2003. Zaid, een inwoner van Bagdad, schreef aan IMFA: “Alle Irakezen zijn met jullie, echter niet noodzakelijkerwijs uit liefde. Israël heeft zelfs geen stenen naar ons gegooid, terwijl de Moslim Broederschap zelfmoordterroristen naar ons stuurde en terreurgroepen financierde om ons te bevechten.”

    Abdullah Basem een andere inwoner van Bagdad noemde de Palestijnse Arabieren ‘Fakestinians’ (nep-Palestijnen) en zei dat ze verraders en terroristen zijn. Hij schreef dat hij erkenning van de staat Israël wilde en noemde de Israëliërs de “uitverkorenen en het volk dat overwint”. Ook zei hij dat hij Israël graag zou willen bezoeken en uitte de wens dat Israëliërs een bezoek zou aan “hun tweede geboorteland” brengen, waarmee hij waarschijnlijk doelde op de duizenden jaren lange aanwezigheid van Joden in Irak na de verbanning naar ‘Babel’.

    Strijd tegen terreur als bindmiddel

    De exodus van Joden uit Irak naar Israël werd uiteindelijk ingeluid door de Farhud in 1941 een van de meest afschuwelijke pogroms die ooit tegen Joden in het Midden-Oosten werd uitgevoerd en die het leven kostte aan meer dan 180 Irakese Joden.

    Bader, inwoner van de zuidelijke Iraakse stad Basra, legde uit waarom de Irakezen zich nu identificeren met het Israëlische volk: “De Irakezen hebben jarenlang nodeloos geleden, terwijl de Israëliërs al decennia het terrorisme weigeren te accepteren,” schreef Bader en voegde eraan toe dat “de Palestijnen moeten worden uitgezet naar landen die dood en vernietiging adopteren en onderwijzen.”

    IMFA schreef in een reactie aan Bader: “Wij delen uw moedige visie en weten dat u heeft geleden. We zitten in hetzelfde schuitje wat betreft terrorisme en we hopen dat de mensen in Irak veiligheid zullen kennen. Wat uw advies betreft, zullen we nooit iemand uitzetten, want we zijn allemaal van dezelfde regio en er is geen andere optie dan samen leven. Wij geloven in vrede in de regio.”

    Het Israëlisch ministerie van Buitenlandse Zaken merkte op dat de positieve Iraakse reacties op de crisis in de Tempelberg aantonen dat mensen het bestaan ​​van de staat Israël hebben aanvaard, en beseffen dat aspiraties die het tegenovergestelde nastreven niets hebben opgeleverd.

    Over de auteur