Nieuws

De weerspannige zoon leert ons wat opvoeden is

Rabbijn mr. drs. R. Evers - 1 september 2017

“Wanneer iemand een rebelse en onhandelbare zoon heeft, die niet naar de stem van zijn vader en de stem van zijn moeder luistert, zij hem tuchtigen en hij nog steeds niet luistert… Hij eet en drinkt teveel…” (Deuteronomium 21:18 e.v.)

Opvoeding blijft een groot probleem. Opvoeding vereist geen vooropleiding. Er bestaan geen harde criteria voor goed opvoeden, die altijd en voor alle kinderen gelden. Kinderen zijn geen objecten die wij totaal naar onze eigen wensen en inzichten kunnen `kneden’. Zij hebben een eigen wil en kunnen zelfs de beste opvoeding verwerpen.

Het enige dat wij kunnen doen, is onze kinderen de belangrijkste waarden en normen aanreiken zodat zij hiervoor ontvankelijk worden wanneer zij hiervoor openbloeien.

In de tekst uit Deuteronomium lezen we: “Hij luistert niet naar de stem van zijn vader en de stem van zijn moeder”. Hieruit leiden wij af, dat naast een veilige vertrouwensband een kind ook moet leren vertrouwen op de autoriteit van de ouders. Maar verder zien we hieruit, dat ouders hun kinderen gelijk moeten opvoeden. Als de ouders niet met één stem spreken, geldt het hele voorschrift van de opstandige zoon al niet meer omdat zijn gebrekkige opvoeding niet alleen zijn schuld is.

In de Thoratekst staat verder, dat zijn ouders hem dan naar de oudsten van de stad moeten brengen en zeggen: ”Deze zoon van ons is een rebel en onhandelbaar … Hij eet en drinkt te veel.” In de Talmoed wordt gewezen op de term ‘deze zoon van ons’. Dit betekent, dat de zoon pas strafbaar is als zijn ouders voldoende oog hadden voor de unieke persoonlijkheid van hun zoon, als een individu met unieke gaven en specifieke behoeften.

En wij moeten vroeg beginnen met opvoeden. De hele strafbare periode voor de opstandige zoon is volgens de Talmoedische traditie slechts drie maanden. Direct na zijn bar mitswa (13e verjaardag) gaan die in. Een goed begin is het halve werk.

“Hij eet en drinkt te veel”. Avraham ibn Ezra (1089-1164) wijst er op, dat hij pas veroordeeld kan worden als hij geld van zijn ouders steelt om vlees en wijn te kopen. Het lijkt een beetje op de moderne verslavingsproblematiek. Wanneer voor hem zijn aardse pleziertjes belangrijker blijken dan zijn emotionele, intellectuele, morele en spirituele groei, moeten we bijsturen. Het vlees dat hij koopt kan super koosjer zijn. Maar dat is onvoldoende. Het gaat om zijn inhoudelijke beleving en de richting in zijn leven. Alleen maar de koosjere vorm is te weinig.

Ouders zijn voorbeelden en rolmodellen. Onze Wijzen stellen duidelijk, dat er niet alleen rebelse kinderen bestaan, maar ook rebelse ouders. Wanneer wij onszelf niet aan morele richtlijnen houden, kunnen we dat ook niet van onze kinderen eisen.

“Als wij na honderd en twintig jaar Boven komen, zal dit de vraag zijn: heb je je kinderen goed opgevoed?” (Zohar, de Joodse mystiekleer)

Over de auteur