• Foto: Fraidzjah
Nieuws

Huppelkrukken

Fraidzjah - 5 oktober 2017

Een heerlijke morgen waarin de naderende herfst merkbaar is. Geweldig, de lange hete zomer is op z’n eind. Ik loop het achtste gedeelte van de woeste tuin van de buren in waar ik elke dag wat groene takken snij voor onze pluimvogels. Ineens steekt er een flinke tak tussen het voorste riempje van mijn sandaal die het weefsel boven op de voet een flinke opdoffer geeft.

Hardgrondig roep ik AUWWW! Vervolgens snij ik takken, doe wat ik die dag moet doen en op dat pijntje let ik eigenlijk niet. Zielig doen heb ik nooit geleerd en er is altijd wel iets dat heet is, lastig kriebelt of beetje pijn doet. Als je overal op gaat letten …
De volgende morgen fiets ik met Jonathan achterop en David naast me de 9 kilometer naar de grote stierenfokkerij die recent in de woestijn gebouwd is. Abba is 9000 jonge stieren aan het voeren en dat moeten ze zien natuurlijk.

Maar zodra we afstappen ben ik het haasje. Dik gezwollen glimt mijn voet me gezellig tegemoed. Oeps! Ik kan er al gauw niet meer op staan van de pijn. Nou, zitten dan maar. Maar hoe moet je in vredesnaam zitten met 2 boeven, stapels was, hongerige magen en zand in huis? Krukken. Die heb ik nodig. Laat voet dan maar fijn daar beneden zwabberen, de handen kunnen zodoende doorwapperen.

“Zodoende krijg ik een uurtje later al krukken van de aannemer! Heerlijk Israël.”

Een uur rijden van de dichtstbijzijnde stad vandaan maakt het iets lastiger om deze hulpmiddelen te pakken te krijgen. Omdat we de komende dagen niet in Be’er Sheva hoeven te zijn, doe ik een oproepje op de App van het dorp. Dat werkt altijd fantastisch. Wie bijvoorbeeld ’s morgens vroeg naar de stad rijdt, meld dit op de App en er zijn altijd mensen die mee willen rijden. Laatst was een vriendin al aangekomen in de stad en had haar pinpas thuis laten liggen. Na één oproepje werd deze thuis opgehaald en via via bij haar afgeleverd.

Of de speciale roze verjaardagstaart voor het kinderfeest van een 4-jarig meisje … Na een wanhopig oproepje van de moeder kwam ook deze op tijd in ons dorp, vastgehouden op de knieen van een meerijder. Nu de krukken nog. Er reageren drie mensen die hen aan het eind van de middag bij Yad Sarah, het Israëlische Groene Kruis, op kunnen halen en mee nemen. Ik heb het voor het uitkiezen. Dat wordt dus nog wel hinkelen tot de avond. Spontaan krijg ik ook enkele “Sterkte!” en “Beterschap!” appjes binnen.

Mijn man is aan de telefoon met de aannemer die de verplichte schuilkamer van ons nieuwe huis bouwt. Wanneer hij hoort dat deze momenteel in Be’er Sheva is en over een uur onze kant op komt, roept hij dadelijk of deze mij een plezier wil doen? Dat klinkt interressant natuurlijk en hoewel hij zeer druk is gaat hij direct op de vraag in. Zodoende krijg ik een uurtje later al krukken van de aannemer! Heerlijk Israël.

Jonathan en David vinden met geweldig interressant. Mama hupt ineens als een kangaroe door het huis. Enerzijds vinden ze het een beetje zielig en krijg ik geregeld een kusje op mijn voet. Anderzijds hebben ze ook onmiddellijk door dat ik minder mobiel ben en nemen hun kans waar! Als ik heel even mijn telefoon niet hoog heb weggelegd grijpt een van hen dat irritante ding en stuift er als een haas vandoor.

David en Jonathan tillen de was naar buiten in het babybadje.

Omdat ik niet snel achter hen aan kan tikken ze in het wilde weg op het beeldscherm voordat ik er een in hun nekvel grijp en zodoende staat het mobiel een hele middag in de ‘vlucht stand’. Lekker rustig vond ik al. Totdat ik de fout door krijg en 103 App’jes binnen rinkelen. Apen zijn het. Maar wel lieve aapjes. Ze halen de wasmachine voor me leeg en dragen de natte was in het babybadje naar het wasrek buiten. Iedere dag weer.

Ik spreek met de jongens standaard Nederlands om hen de gelegenheid te geven twee moedertalen vloeiend te beheersen. Hierdoor gebeurd het dat ik regelmatig even na moet denken over een nieuw woord dat ik David aan leer. Zoals de krukken. Hij weet wat een kruk is. Deze staat in de douche en hij staat er op om bij de wasbak te komen. Maar krukken? Hoe ter wereld leg ik aan een weetgierige 4-jarige uit dat er geen logica zit in de betekenis? “Waarom heet dat ook kruk? Is geen kruk!” Gelijk heeft hij. En ‘Dat heet gewoon zo’ gaat er niet in. Ze lijken op stokken. Daarom bombardeer ik hen als huppelstokken en dit gaat er grif in.

Na ruim een week trekt de zwelling weg en probeer ik het voorzichtig zonder. Blij dat ook deze vreselijk lastige tijd voorbij is zet ik de krukken onder de kapstok totdat we hen terug kunnen brengen. Stopt daar ’s middags de rijkste vrouw van het dorp die een kast van een huis bewoont, voor onze nederige deur. Het raampje zoeft naar beneden en ik zie haar zoon met een wit gezicht voorin de nieuwe auto zitten.

Een ander blijgemaakt met de krukken.

Moeder vraagt of ik de krukken nog heb? Zoonlief heeft zijn voet bezeerd, gelukkig niet gebroken maar kan er niet op staan. Glimlachend overhandig ik haar de huppelstokken. Heerlijk Israel. Ik laat de krukken nog maar even hier. Wie weet wie ik er nog meer een plezier mee kan doen.

Over de auteur