• Rabbijn Jacobs bevestigt de lege mezoeza aan de deurpost van de voormalige synagoge in Coevorden. - Foto: Klaas Hoekstra
Nieuws

Een indrukwekkende dag met de opperrabbijn

4 oktober 2017

Maandag 2 oktober als chauffeur een dag mee met opperrabbijn Binyomin Jacobs, een dag mee naar Drenthe. Het was deze dag precies 75 jaar geleden dat op vrijdag 2 oktober 1942 de Joden uit Drenthe werden weggevoerd. Een indrukwekkende, maar ook een deprimerende dag die mij lang bij zal blijven.

Opperrabbijn Jacobs spreekt de aanwezigen toe in Westerbork.

We bezochten voormalig Kamp Westerbork vanwaaruit meer dan honderdduizend slachtoffers in veewagens werden weggevoerd naar de vernietigingskampen. Rabbijn Jacobs sprak hier een groep mensen toe welke hierna een reis naar voormalig vernietigingskamp Auschwitz gingen maken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, vertelde de Rabbijn, was dit voor een belangrijk deel het werk van de Nederlandse politie in ons land. Veel Nederlandse politiemensen deden dit werk met grote overtuiging en met inzet van vrijwilligers die soms nog fanatieker waren dan de Duitsers!

Daarna vertrokken wij naar de dorpskerk in Dalen. In 1942 telde dit dorp 17 Joodse inwoners waarvan 14 mensen op transport werden gezet naar de vernietigingskampen Auschwitz en Sobibor. Ook hier hield opperrabbijn Jacobs, naast de plaatselijke predikant, de burgemeester en een lokale historicus, voor vele toehoorders een indringende toespraak waarna een wandeling volgde naar de woningen waaruit de Joden weggevoerd waren naar Westerbork.

Daarna volgde de Synagoge in Coevorden voor een provinciale herdenking van het wegvoeren van de Joden, precies 75 jaar geleden. Op vrijdag 2 oktober kreeg de politie in Coevorden om 15.30 uur het bevel van de Sicherheitsdienst (SD) om alle Joodse vrouwen, kinderen en ouderen die nacht aan te houden en op transport te zetten. De politie wist dat dan alle Joden thuis zouden zijn omdat, als er drie sterren geteld konden worden de Sjabbat zou beginnen. Totaal werden er 91 mensen weggevoerd naar kamp Westerbork. Alleen ernstig zieken bleven achter.

De synagoge raakte na de deportatie in verval en werd gebruikte als opslagruimte en werkplaats. Op initiatief van het in 1984 opgerichte Comité Joods Gedenkteken Coevorden werd een gedenkteken vervaardigd en aan de muur van de synagoge geplaatst ter gedachtenis aan de weggevoerde Joden. Maar, een gedenkteken zonder hart…. Opperrabbijn Binyomin Jacobs spijkerde de Mezoeza weer op de deurpost van de voormalige synagoge in Coevorden.

Normaal gesproken bevindt zich daarin een rolletje met tekstfragmenten uit de Bijbel, Deuteronomium 6:6-9: “Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten (…) Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn, en gij zult ze schrijven op de deurposten (mezoezot) van uw huis en aan uw poorten.”

Maar in Coevoerden ging het om een leeg hulsel, een lege Mezoeza. Symbolisch, want met de deportatie van vrijwel alle Joden in Noord-Nederland naar Westerbork, op 2 oktober 1942, verdween naast het hart ook de ziel uit de voormalige synagoge.

Opperrabbijn Jacobs hield in de volle, grotendeels mooi gerestaureerde synagoge met vertegenwoordigers van onder meer de Drentse provincie, gemeenten, historische verenigingen uit de gemeente Coevorden, synagogen elders uit het land en enkele nabestaanden van de Joodse slachtoffers een zeer indrukwekkende toespraak door de aanwezigen een spiegel voor te houden, waarin hij het ook hier herhaalde dat het voornamelijk de Nederlandse politie was geweest die de Joden uit hun huizen haalde met een bovenmatige inzet.

Zo kunnen wij alle schuld niet bij de Duitsers leggen. Het droop er bij de mensen soms af om de Joden weg te krijgen. In de oorlog was er een kleine groep, die echt slecht was, maar ook was er een kleine groep mensen die echt goed was. De meeste mensen lieten het allemaal gebeuren … Hij vertelde hoe mensen waren weggevoerd en dat direct hun huizen in beslag werden genomen. “Het werd als jammer ervaren als Joden toch terugkwamen, daar was niet op gerekend. Laten wij, staande in deze tijd waarin het antisemitisme weer een plaats krijgt, leren van de geschiedenis”, aldus Jacobs.

De treinen naar en vanaf Westerbork reden op tijd tot het laatst toe. Tussen 15 juli 1942 en 13 september 1944 werden er in totaal 107.000 mensen uit kamp Westerbork gedeporteerd. Hiervan overleefden slechts vijfduizend mensen de oorlog. Het spoor was van essentieel belang om de Duitse oorlogsmachine op gang te houden. Al op 20 mei 1940 maakte de NS-directie per dienstorder bekend dat het personeel moest samenwerken met de nieuwe machthebbers om de dienstverlening aan het publiek en het bedrijfsleven op peil te houden.

De NS heeft daarvoor haar excuses aangeboden maar, van de Nederlandse politie is er nooit een excuses geweest. Voorzitter Ernst Rosenbaum van Stichting Synagoge Coevorden vertelde over verzetsstrijder Henk Wiegers, molenaarszoon uit Erm, die voor velen een onderduikadres zocht. “Hij was niet zo goed in leren, maar voor zijn karakter verdiende hij een dikke tien.” Gedeputeerde Cees Bijl stelde, dat goed en kwaad overal aan de orde is. “Dit gebouw is een mooie plaats om de verhalen door te geven.” Burgemeester Bert Bouwmeester sprak over de dilemma’s, waar burgemeesters voor stonden bij het wegvoeren bij de Joden.

Zeer indringend, duidelijk en helder en soms pijnlijk was de toespraak van de heer Herman Braaf. Hij was op 11 jarige leeftijd ooggetuige van de razzia’s, was in de oorlogsjaren met zijn ouders en grootouders ondergedoken in Hoogeveen. Hij had veel onderzoek gedaan en informatie verzameld. Soms werden de lege huizen twee dagen na het wegvoeren van de oorspronkelijke bewoners en na het leegroven van het meubilair al weer te koop gezet. De grote meute, ja de meeste mensen reageerden niet toen 75 jaar terug het grote drama plaats vond. Alleen de burgemeester van Beilen weigerde mee te werken om Joden op Sjabbatsavond uit hun huis te halen.

Herman Braaf woont momenteel met zijn vrouw in Netanya Israël.

Over de auteur