Nieuws

Terug in de oorlog

Binyomin Jacobs, opperrabbijn - 4 oktober 2017

Drie oktober, de dag na twee oktober. Ik zit in het vliegtuig naar Montreal vanwege een bar mitswa van een kleinzoon. In zo’n vliegtuig kun je geen kant op. Ik lern wat, drink vooral veel en heb besloten om te kijken of er wellicht een film is die iets interessants te bieden heeft.

En die was er: een op waarheid beruste film over een rechtzaak tussen een Joodse vrouwelijke hoogleraar in Joodse – en Holocaustgeschiedenis en een fanatieke ontkenner van de Shoah. Buitengewoon boeiend en informatief. En weer hield ik mij dus bezig met de oorlog. Gisteren, twee oktober, de hele dag ook al. Mijn gedachten dwaalden af naar gisteren. Eerst een toespraak in Westebork, toen Dalen en uiteindelijk de hele avond Coevorden. Alle bijeenkomsten bijna uitsluitend over: de oorlog.

“‘Het kan zo weer gebeuren’. Hoe vaak heb ik dit gisteren moeten aanhoren.”

Recentelijk heeft een goede vriend mij erop geattendeerd dat ik vooral ook hoop moet geven, niet teveel in mineur. Hij heeft gelijk en dus heb ik daarmee rekening gehouden bij mijn toespraak op Jom Kippoer, de Grote Verzoendag. Maar na gisteren, de dag waarop in 1942 in Groningen, Friesland en Drenthe de grote systematiche razzia heeft plaatsgevonden, ben ik weer helemaal terug in de oorlog.

De aanklacht van de burgemeester van Coevorden tegen onze Regerimg in Ballingschap die geen enkele leiding gaf aan hun gezagsdragers in bezet gebied, de woorden van de Gedeputeerde, die vond dat ik hem een spiegel voorhield. Ik had immers duidelijk benadrukt dat het bijna altijd de Nederlandse politie was die de Joden uit de huizen haalde. Hoewel dit slechts een fractie was van mijn toespraak, haalde de Gedeputeerde die fractie er nadrukkelijk uit.

Mijn onbezoldigde chauffeur was aangeslagen, zoveel ging er fout in Nederland anno ’40-’45. Hoe ik het uithield om drie toespraken te houden over en met zoveel emotie en lading. En dan, in Westerbork, in Dalen, in Coevorden: “het kan zo weer gebeuren”. Hoe vaak heb ik dit gisteren moeten aanhoren. De waarschuwing, de waarschuwing, de waarschuwing!

De stewardess hurkt naast mijn stoel. Ze is ook Joods. Ze begint me te vertellen over toename van extreme uitingen in het vliegtuig. Een hoerageroep op een vlucht naar een Israël vijandig gezind land, als een van de passagiers hoort dat er een terroristische aanslag is gepleegd. Zij begint haar zorgen aan mij kenbaar te maken, ik mag haar praatpaal zijn.

En ik hoor, terwijl ik naar haar luister, hoe gisteren Herman Braaf zijn verhaal vertelde in de voormalige sjoel van Coevorden. Dankzij een tante zijn ze toch nog gaan onderduiken. Moeder wilde eigenlijk niet, want het zou zo’n vaart niet lopen. Dankzij die tante, een goede politieagent, een niet-Joodse vriend en duikouders die met gevaar voor eigen leven Joden in huis namen, heeft het gezin Braaf uit Hoogeveen overleefd. Ze wonen nu in Israël.

Maar zijn aanklacht was erg duidelijk en bikkelhard: Burgemeesters die met grote vlijt hun Joodse inwoners aan de dood uitleverden, maar ook de onverschilligheid vanuit de brede samenleving.

Mijn onbezoldigde chauffeur is geemotioneerd onder de indruk. Hij begrijpt dat wij Joden Israël hebben, maar waarheen moeten de Christensen als ISIS hier de dienst gaat bepalen? Ik ga het Loofhuttenfeest vieren. “Dien G’d met vreugde” staat speciaal met Soekot centraal. En hopelijk zal spoedig de Mosjiach er zijn en waren mijn zorgen gewoon een verkwisting van tijd.

Over de auteur